Maak ckplus uw homepage Mail de webmaster CKPLUS


Opgeven gratis Nieuwsbrief



De CKplus Monumenten site ~ Het Cultureel Erfgoed Overzicht


Klik op uw keuze - of - doorzoek deze site met Ctrl+F


Algemene Monumenten sites
Nationaal Archief
Cultuurhistorie-Aardkunde
TUiN: alle Tuinen en Parken van Nederland
Glossarium landschapselementen
Molens beschreven
Uitgever Monumenten Boeken
Boerderijen beschreven
Vestingwerken
Forten
Hendrick de Keyser Huizenbestand
Industrieel Erfgoed
Nederlandse Kastelen
Landschapstypen
Molensite 1
Molensite 2
Molensite 3
De 100 Monumentenlijst
Monumentenzorg
Monumentenregister
Monumentensite
Oudheidkundige Verenigingen
Steenkool site
MijnGelderland Vertelt
Stations in Nederland
Wereld Erfgoed site


Monumenten gerangschikt op plaatsnaam

Aardenburg St Bavo
Alkmaar Alkmaar
Amersfoort de Mannenzaal
Amsterdam Monumenten Amsterdam Centrum
Amsterdam Het Rembrandthuis (museum)
Amsterdam De Amsterdamse School
Amsterdam Hogesluis
Amsterdam De Bijenkorf
Amsterdam Blauwbrug
Amsterdam Diamantslijperij Boas
Amsterdam Bruggen
Amsterdam Brug 242 Magere Brug
Amsterdam De Bouwmeesters
Amsterdam Bouwmeester Berlage .
Amsterdam Bouwmeester Cuypers
Amsterdam Bouwmeester Van Gendt .
Amsterdam Gemeente Archief
Amsterdam De Doelen
Amsterdam Geschiedenis van de Hofjes
Amsterdam Historische Gevel Reclames etc.
Amsterdam Industria
Amsterdam Jugendstil
Amsterdam Koninklijke paleizen
Amsterdam Werf ‘t Kromhout
Amsterdam Monumenten Binnenstad
Amsterdam De Neo Stijlen (1815-1900) in Amsterdam
Amsterdam Paleis op de Dam
Amsterdam Parklaan
Amsterdam De Plantage
Amsterdam Rijskmuseum
Amsterdam Straatmeubileir
Amsterdam De Telegraaf
Amsterdam Wintertuin
Amsterdam Hofjes
Amsterdam AHM voormalig Burgerweeshuis
Amsterdam Cromhouthuizen Bijbels Museum
Amsterdam Grote Synagoge
Amsterdam Geelvinck Hinlopen Huis
Amsterdam Huis Marseille
Amsterdam Nieuwe Kerk
Amsterdam Oude Kerk
Amsterdam Ons’ Lieve Heer op Solder
Amsterdam Gebouw Plancius
Amsterdam Theater Instituut
Amsterdam Grachtenhuis Van Loon
Amsterdam Willet-Holthuysen
Amsterdam Hollandsche Schouwburg
Arnhem Burgerweeshuis
Arnhem Koepelgevangenis
Arnhem Monumenten
Arnhem Monumenten
Assen Monumenten in Assen
Bergen op Zoom Historisch Centrum het Markiezenhof
Bourtange Vestingstadje
Delft Legermuseum
Delft Legermuseum
Delft De Delftse Monumenten digitaal
Delft Nieuwe Kerk
Delft Oude Kerk
Den Bosch Stellingen wandeling
Den Bosch Alle monumenten bij elkaar beschreven
Den Bosch Monumenten
Den Briel Oude Stadhuis
Den Haag Buitenhof Oude Centrum
Den Haag Industrieel Erfgoed
Den Haag De Ridderzaal en het regeringscentrum
Den Haag Catshuis
Den Haag Gevangenpoort
Den Haag, Koninklijke paleizen
Den Haag Mauritshuis
Den Haag Huis Meermanno
Den Haag Museum Mesdag
Den Haag Monumenten op een lijst
Den Haag Stratenlijst Beschermde stadsgezichten
Den Haag Gevangenpoort
Den Haag Paleis lange Voorhout
Den Haag Sint Sebastiaansdoelen HHM
Deventer De Waag
Deventer Bergkerk
Deventer Broederenkerk
Deventer Grote Kerk De Toren
Deventer Gildehotel
Deventer Stenen huis
Deventer Lebuïnuskerk
Deventer Stadhuis
Deventer Stadsarchief en Bibliotheek
Deventer de Waag
Doetinchem Kasteel De Slangenburg
Domburg Monumenten
Doorn Huis Doorn
Dordrecht Grote Kerk
Dordrecht Monumenten
Dordrecht Nog meer monumenten
Dordrecht Huis Simon van Gijn
Drachten Voormalig Klooster
Ede Digitale monumentenregister
Eibergen Herenhuis De Scheper
Eindhoven Monumenten Overzicht
Eindhoven Philips fabriek
Elburg Agnietenconvent
Ezinge De Wierden
FranekerMuseum Martena Coopmanshuis
Franeker Planetarium
Franeker Stadhuis
Geldrop 23 Rijksmonumenten
Geldrop Rijksmonumenten Achtergrondinformatie
Gooi Gooische Stoomtram (Archief)
Groningen Monumenten
Haarlem St Bavokerk
Haarlem Monumenten
Haarlem Station
Haarlem Teylers Museum
Haarlemmermeerpolder Cruquius
Hardinxveld Giesendam 17e eeuwse boerderij
Heeswijk Dinther Kasteel Heeswijk
Hilversum Grand Hotel
Hilversum Sanatorium Zonnestraal
Hilversum Raadhuis
Hoorn Gevels en Trapgevels
Hoorn Het Museum Gebouw
Kampen Gotisch Huis
Kampen Monumenten
Kampen Monumenten beschreven
Leeuwarden Monumentenlijst
Leiden Naturalis Het Pesthuis
Leiden Leiden Monumenten
Limburg Mijnschachten
Maastricht Bouwwerken
Maastricht Kerken
Maastricht Monumenten
Maastricht Monumentenstad
Maastricht Monumenten een rest
Maastricht Monumentale monumenten stadswandeling
Middelburg Monumenten
Middelburg Station
Middelburg De Abdij
Muiden Muiderslot
Naarden Mausoleum
Nijmegen Monumentenregister
Oldenzaal Palthehuis
Oudewater Heksenwaag
Oudewater De Heksenwaag Touwmuseum Michaëlskerk
Rotterdam De 10 grote Architecten van Rotterdam
Rotterdam Monumenten in Rotterdam
Rotterdam De Oudste monumenten/ gebouwen
Rotterdam De Dubbelde Palmboom
Rotterdam Schielandshuis
Santpoort Voorhout Kasteelruines
Scheemda Strokartonfabriek
TilburgTextielfabriek
TilburgVm Wolspinnerij Th.deBeer
Utrecht De Monumenten en Forten, kerken, stadhuis, houtzaagmolen, Poortgebouw, de Stelling, De Sterrenwacht
Utrecht Museum Catharijneconvent
Utrecht De Werven
Utrecht Domcomplex
Utrecht Rietveld Schröderhuis
Vlagtwedde Ter Apel Kruisherenklooster
Wassenaar, Koninklijke paleizen
Wolvega Station
Zaandam Beschermd Dorpsgezicht
Zaandam Industrieel Erfgoed Zaandam
Zaandam Monumentenpark
Zaandam Czaar Peterhuisje
Zaandam Amsterdam Stelling van Amsterdam
Zutphen Monumenten overzicht
Zutphen Hofjes
Zutphen Kerken
Zutphen Monumenten
Zutphen Artikel over monumenten
Zutphen Straten
Zutphen Vestingwerken
Zwolle Monumenten
Zwolle Paleis van Justitie

Combineer een bezoek aan een monument met een stadswandeling: klik hier





Algemeen CKplus De Ruyter site klik hier
Vanaf medio januari 2007 alles over Michiel A. de Ruyter op deze site

Algemeen Archief Het Nationaal Archief
met verwijzingen naar de archieven van alle provincies

algemeen cultuurhistorie en aardkunde http://www.landschapsbeheer.com
Van hieruit ga je naar de 12 provinciale organisaties/ sites en vind je veel info over agrarisch natuurbeheer, beheer landschapselementen, weidevogelbescherming, historische infrastructuur en aardkunde en cultuurhistorie Hier info over groeves, schansen, landweer, dobben en pingoruïnes, grafheuvels, eendenkooien en terpen.

TUiN alle Tuinen en Parken van Nederland lees meer
“Tuinen, buitenplaatsen, parken en andere ‘ groene’ monumenten vormen een belangrijk onderdeel van ons cultuurhistorisch erfgoed. Bibliotheek Wageningen UR heeft dit verleden weten te archiveren, te inventariseren, voor een breed publiek open te stellen en op deze manier een bijdrage te leveren aan beheer, behoud en ontwikkeling van deze monumenten. De collectie TUiN van Bibliotheek Wageningen UR omvat ongeveer 50.000 ontwerpen, tekeningen, prenten, foto's, dia's, prentbriefkaarten, brieven, krantenartikelen en andere documenten, afkomstig uit 25 archieven van de belangrijkste Nederlandse tuin- en landschapsarchitecten zoals de familie Zocher, Dirk F. Tersteeg, Hendrik Copijn, Jan T.P. Bijhouwer, Wim Boer en Mien Ruys.
Deze collectie is met recht het ‘Geheugen van Groen Nederland’. Het gehele oeuvre van de tuinarchitect L.A. Springer (1855-1940) is in de databank TUiN opgenomen inclusief de afbeeldingen van zijn originele ontwerptekeningen. De komende jaren wordt het werk van andere bekende tuinarchitecten toegevoegd. Tevens is in de databank TUiN ook alle informatie online raadpleegbaar over openbaar toegankelijke tuinen en hun tuinarchitecten uit de vierdelige Gids voor de Nederlandse tuin- en landschapsarchitectuur : bezoekersgids en vademecum tuin- en landschapsarchitectuur in Nederland door C. S. Oldenburger-Ebbers, A. M. Backer en E. Blok (Rotterdam, 1995-2000).

algemeen Glossarium Nederlandse landschapselementen Glossarium
“Wat is een cope? Waar komen pingoruïnes voor? Wat is het verschil tussen een zetwal en een legakker? Het glossarium van landschapselementen geeft antwoord. Prachtige site van Daniel van der Ree

Molens beschreven Beschrijving molens
“ Hoewel molens in meerdere landen voorkomen, hebben zich in Nederland de meeste variaties ontwikkeld en is de grootste perfectie in de constructie bereikt. Molens kunnen worden ingedeeld naar hun uiterlijk, naar hun taak en naar hun bedieningswijze. Tot de uitvinding van de stoommachine waren molens de belangrijkste energievoorzieners. In de 19e eeuw telde Nederland nog ruim 10.000 molens. Anno 1999 staan er, volgens de gegevens van de Nederlandse Molenstichting, 1035 windmolens (in 1981 nog maar 973!) en 106 waterradmolens in ons land. Van de windmolens is meer dan de helft een grondzeiler, zijn er ruim 300 stellingmolens en ruim 120 beltmolens. Voordat de windmolen in Nederland in de 13e eeuw zijn intrede deed, werd de benodigde energie voor het malen van graan vaak opgewekt door paarden in een zogenaamde rosmolen Prachtige site van Daniel van der Ree

Uitgeverij Monumenten boeken Monumenten Boeken
Kwaliteits uitgeverij van historische boeken, monumenten, cultureel erfgoed en archeologie

Boerderij typen in Nederland Boerderijen in Nederland
“ In Nederland kan men vier hoofdtypen boerderijen onderscheiden, het Friese type, het Saksische type, het Frankische type en het Vlaamse / Zeeuwse schuurtype. Prachtige site van Daniel van der Ree

Vestingwerken beschreven Vestingwerken
“ In de Middeleeuwen werden de steden verdedigd vanaf aarden wallen met grachten, palissades en houten poorten. Later werden dit veelal stenen muren met stenen torens Prachtige site van Daniel van der Ree

algemeen Forten Forten.info
Hierop een uitgebreide lijst met verwijzingen naar websites over Nederlandse en Belgische verdedigingswerken. U vindt alle informatie over vestingen, linies, kazematten, inundatiewerken en ander militair erfgoed. Er zijn 527 verwijzingen in 55 categorieën en 22 provincies.

algemeen Behoud van Huizen in heel Nederland
“ Een vereniging tot behoud van architectonisch of historisch waardevolle huizen in Nederland. Zij tracht dit doel te verwezenlijken door het kopen van monumenten, die na een eventuele restauratie of het uitvoeren van groot onderhoud, worden verhuurd. De vereniging brengt haar werk in diverse vakbladen en in haar Jaarverslagen onder de aandacht van een breed publiek. In de reeks Huizen in Nederland heeft de vereniging haar hele bezit op wetenschappelijke wijze beschreven.

algemeen Industrieel Erfgoed Industrieel erfgoed
Deze site geeft een zo compleet mogelijk overzicht van het netwerk van organisaties dat zich bezig houdt met het industrieel erfgoed. Via 'links' is er informatie in de volgende rubrieken: organisaties, onderzoek, informatieve sites, musea, oude informatie, hergebruikt erfgoed. De vele links zijn overzichtelijk gerubriceerd.
Ook zijn een aantal (fiets-wandel-) routes opgenomen.

algemeen Kastelen Kastelen in Nederland
Alle Nederlandse middeleeuwse kastelen voor u verzameld. Er is een overzicht gegeven van alle bestaande en niet meer bestaande middeleeuwse kastelen, locaties en bijbehorende publicaties. Verder een uitgebreide linken site en een site met links voor kinderen.

algemeen landschapstypenklik hier
Zeer uitgebreid worden de Nederlandse landschapstypen en hoe ze ontstaan zijn beschreven. Prima site

algemeen Molens 1 Molens.nl
Een zeer complete site. Via 'kennis' komt u op de jeugdpagina en bij de meest gestelde vragen (en uiteraard de antwoorden). Bij ' activiteiten' vindt u een uitgebreide kalender, een lijst met relevante musea- en molenroutes

Algemeen Rijksdienst voor Monumentenzorg
“ Hét centrale punt voor kennis en onderzoek op het gebied van monumentenzorg. De RDMZ is namens de staatssecretaris van OCenW verantwoordelijk voor de uitvoering van de Monumentenwet 1988 en de subsidieregelingen. De dienst richt zich niet alleen op gebouwen, maar ook op de bescherming van de historische omgeving, zoals stads- en dorpsstructuren en het cultuurhistorisch waardevolle landschap.

algemeen molens 2 De Links site van Molens.nl
Allerhande informatie over verenigingen, molens en stichtingen. Overzichtelijk gerangschikt op nationaal en provinciaal niveau.

algemeen molens 3 Molen de Hoop
Links site met beschrijvingen en plaatjes van tientallen molens

Algemeen Nederland Monumentenlijst top 100 van Nederland
“ Aardenburg St Bavo, Amerongen Kasteel, Amsterdam:Deutzenhofje, Beurs aaan het Damrak, Hoofdpostkantoor Hotel American Keizergracht 123 Koninklijk Paleis Scheepvaarthuis, Spaarnedammerplantsoen, Trippenhuis, Museum Amstelkring, Rijksmuseum, Oude Kerk, Portugese Synagoge; Apeldoorn, Paleis het Loo Appingedam Hervormde kerk Barneveld Landhuis De Schaffelaar, Bergambacht Tussenlanen 11, Bergen op Zoom Markiezenhof, Breda De Grote Kerk, KMA, Cotessen Kathausertsraat 5 Dec Steeg Kasteel Middachten, Delden Kasteel Twickel, Delft Nieuwe Kerk, St Agathaklooster, Het Agnetapark, Deventer Lebuinuskerk en Stadhuis, Doetinchem Kasteel Slangenburg, Dordrecht Grote Kerk, Eysden Kasteel Eijsden, Enkhuizen Westerkerk, Stadhuis; Franeker Planetarium en Stadhuis; Genemuiden Stoomgemaal Mastenbroek, Gouda St Janskerk, Naaierstraat 6; Grave Hampoort, ’s-Gravenland Trompenburg; ’s-Gravenhagen Buitenhof, Passage, Huis ten Bosch, Panorama Mesdag, Nieuwe Kerk, Oude RK Kerk, Avilakerk, Huis Schuijlenburg, Nirwanaflat, Papaverhof, Mauritshuis; Groningen Korenbeurs; Gronsveld Torenmolen; Haarlem Paviljoen Welgelegen, Teylersmuseum en Grote Kerk; Haarlemmermeer De Cruquius; Haastrecht Museum Bisdom van Vliet; Heerlen Mijnmonument Oranje Nassau; Den Bosch St Janskathedraal, Houtem St Gerlachkerk; Huis ter Heide Villa Henny, Ijsselstein Toren Kerk, Kampen Stadhuis, Kerkrade Abdij Rolduc; Leiden St Annahof, Molen de Heesterboom, Bibliotheek Thysiana; Lemmer Ir. Woudagemaal; Limbricht Salviuskerkje; Loppersum Hervormde Kerk; Maastricht Spaans Gouvernement, Helpoort, OL Vrouwekerk, Sint Servaas, Stadhuis; Middelburg Binnendijk 3, Oostkerk; Middenbeemster De Eenhoorn; Moergestel Zandstraat 5; Otterloo Jachtslot St Hubertus; Oudenbosch Basiliek; Ratum De Meesterkok E96; Ritthem Fort Rammekens; Roermond Munsterkerk Rotterdam: Van Nellefabriek, Justus van Effencomplex, Witte Huis, De Kiefhoek; Rozendaal Kasteel; Santpoort Vinkenbaan 14; Soestdijk Paleis; Steenwijk Villa Rams Woerthe; Ter Apel voormalig klooster; Thorn RKKerk; Utrecht Domtoren, Schröderhuis, Kerkenkruis; Valkenburg De Kruitmolemen, Spoorwegstation, Kasteelruine; Veere Stadhuis; Voorschoten Kasteel Duivenvoorde; Weert Martinuskerk; Weesp Stadhuis; Westzaan Raadhuis; Zeddam Molen; Zierikzee Huis De Haan, Noord- en Zuidhavenpoort, Stadhuis; Zutphen St Walburgskerk en librije;Zwolle Sassenpoort

algemeen Monumenten Portal
“ Veel informatie over restauratie en onderhoud voor eigenaren en beheerders van een monument: Diverse stappenplannen bieden een persoonlijke handleiding. Verder onder meer nieuws, een evenementenkalender en natuurlijk de mogelijkheid tot het stellen van vragen aan deskundigen.

algemeen oudheidkundige verenigingen Oudheidkundige en heemkundige verenigingen
geeft een overzicht van oudheidkundige- /heemkundige verenigingen in Nederland alfabetisch op plaatsnaam

algemeen Steenkool Steenkoolwinning in Nederland
Deze site richt zich op mijnbouwhistorie en mijnbouwtechnologie met betrekking tot Nederland. Je kunt selecteren op:
"Voormalige mijnen" waarin opgenomen de bewaard gebleven monumenten;
"Voormalige Technologie" met ondergrondse werken en activiteiten
"Kolenkennis" met o.a. de bestaande reserves
"Informatie" met een literatuur- en bronnenlijst op het gebied van Nederlandse steenkolenwinning en een lijst van steenkool- / mijnbouwlinks.

wereld erfgoed Wereld erfgoed
“Prima site met het Wereld Erfgoed

algemeen Stations in Nederland Stations
“Stationsweb, de grootste online verzameling foto's van stationsgebouwen in Nederland. Een overzicht van stations, haltes en stopplaatsen in verleden, heden en toekomst. Compleet met gegevens over spoorlijnen, openings- en sluitingsdata en kilometrering van stations en haltes. Voor aanvullingen of vragen kunt u contact opnemen met Wichor Bramer.

Aardenburg St Bavo
“Aardenburg Sint Bavo uit 1220

Alkmaar monumenten
“ Alkmaar Monumenten overzicht

Amersfoort De Mannenzaal
“ De Mannenzaal Tegenover Museum Flehite Amersfoort bevindt zich de Mannenzaal en de kapel van het voormalige St. Pieters- en Blokland Gasthuis. Het gasthuis stamt uit de 14de eeuw en was de eerste tijd alleen bestemd voor zieken. Later werd het een bejaardentehuis met een apart vrouwen- en mannengedeelte. In elke slaapzaal bevonden zich 22 bedsteden, die lange tijd elk door twee gastelingen moesten worden gedeeld! Het was maar goed dat destijds de mensen half zittend sliepen. Men dacht namelijk dat als je ging liggen het bloed naar het hoofd zou stromen waardoor je gek zou kunnen worden Rond de eeuwwisseling voldeden de gebouwen niet meer aan de veiligheidseisen en zou alles worden afgebroken. Rijksbouwmeester Pierre Cuijpers maakte echter bezwaar tegen de afbraak van de kapel en de Mannenzaal. Hij wist het stadsbestuur met succes te overtuigen van de belangrijke historische waarde van de Mannenzaal en zo is deze behouden gebleven. De Mannenzaal is uniek in Nederland. In juli en augustus herleeft in de Mannenzaal het jaar 1907. Rolspelers kruipen in de huid van gasthuisbewoners en met hen kunnen interessante gesprekken aangeknoopt worden over het dagelijkse leven in het negentiende-eeuwse Amersfoort

Apeldoorn Koninklijke Paleizen
“ Den Haag, Wassenaar, Amsterdam Apeldoorn De Koninklijke Paleizen Erg veel, heel erg veel informatie over nu en vooral toen
Paleis Noordeinde Paleis Noordeinde in Den Haag is sinds 1984 het werkpaleis van de Koningin. Net als Paleis Huis ten Bosch en het Koninklijk Paleis in Amsterdam is Paleis Noordeinde door het Rijk bij wet aan de Koningin ter beschikking gesteld.
Paleis Huis ten Bosch Paleis Huis ten Bosch is sinds 1981 het woonpaleis van de Koningin. Het paleis ligt aan de noordoostelijke kant van Den Haag. Net als Paleis Noordeinde en het Koninklijk Paleis in Amsterdam is Paleis Huis ten Bosch door het Rijk bij wet aan de Koningin ter beschikking gesteld.
Koninklijk Paleis Amsterdam Het Koninklijk Paleis Amsterdam ligt in het centrum van deze stad. Het wordt meestal ook aangeduid als ‘Paleis op de Dam’. Net als Paleis Huis ten Bosch en Paleis Noordeinde in Den Haag is het Koninklijk Paleis in Amsterdam door het Rijk bij wet aan de Koningin ter beschikking gesteld.
Noordeinde 66 In het huis Noordeinde 66 in Den Haag is het bureau van Prins Willem-Alexander en Prinses Máxima gevestigd. Het pand ligt naast Paleis Noordeinde. Tot juli 2003 woonde het prinselijk paar in het pand. Ze wonen nu in Villa Eikenhorst op landgoed De Horsten in Wassenaar
Villa Eikenhorst Villa Eikenhorst op Landgoed de Horsten in Wassenaar is het woonhuis van de Prins van Oranje, Prinses Máxima, Prinses Catharina-Amalia en Prinses Alexia.
Huis Het Loo Huis Het Loo in Apeldoorn is de woning van Prinses Margriet en prof.mr. Pieter van Vollenhoven. Het huis staat op het terrein van Paleis Het Loo, dat een museum is

Amsterdam Amsterdamse MonumentenKunst en cultuur klik hier
“alle Amsterdamse monumenten mooi beschreven en bijeengebracht

Amsterdam Rembrandthuis
“ Het huis waar Rembrandt tussen 1639 en 1658 heeft gewoond is een museum: Museum het Rembrandthuis. Tussen 1606 en 1607 is dit pand gebouwd in wat toen de Sint-Anthonisbreestraat heette. De naam Jodenbreestraat is van later datum. Het huis is neergezet op twee erven in het oostelijk deel van de stad. In die nieuwbouwwijk vestigden zich vele rijke kooplieden en kunstenaars. Op een vogelvluchtkaart uit 1625 is het pand goed te zien. (afb.1) Het is een fors woonhuis met een trapgevel en twee verdiepingen. Omstreeks 1627/1628 is het huis ingrijpend verbouwd. Het kreeg een nieuwe voorgevel, een voor die dagen hoogstmoderne lijstgevel met een driehoekig fronton. Bovendien kreeg het huis er een verdieping bij. (afb.2) De verbouwing is waarschijnlijk verricht onder toezicht van Jacob van Campen, die later naam zou maken als de architect van het Amsterdamse stadhuis (het huidige Paleis op de Dam).

Amsterdam Amsterdamse School
“ Amsterdamse School (1915-1940)
De industriële revolutie halverwege de vorige eeuw bracht een ommezwaai in de samenleving teweeg, die een grote groei van de steden tot gevolg had. De werkgelegenheid in Amsterdam nam toe en trok vele arbeiders naar Amsterdam. Al deze arbeiders moesten natuurlijk woonruimte hebben, met hun (grote) gezinnen. Voor de arme arbeiders was huisvesting schaars en onbetaalbaar. Er moest dus drastisch iets veranderen aan de volkshuisvesting in de stad. Met de Woningwet van 1901 werd door woningbouwverenigingen en de gemeente een nieuwe visie ontwikkeld op het gebied van de volkshuisvesting. Grote aantallen woningen werden gerealiseerd en de stad begon langzaam een nieuwe vorm te krijgen. De wijk De Pijp kreeg in die tijd veel kritiek. Het was de laatste wijk die nog op de oude polderverkaveling geënt was, waardoor je relatief kleine percelen kreeg. In deze buurt was ook weinig plaats voor groen. In de nieuwe stadsplannen veranderde dat. De nieuwe buurt (Zuid) zou een monumentaal karakter krijgen, met brede lanen.
Ten gevolge van de enorme stadsuitbreiding moest ook de Dienst Publieke Werken grote activiteit ontplooien. De nieuwe wijken moesten immers ook worden voorzien van bestrating, riolering en straatmeubilair; er waren badhuizen en scholen nodig en kantoren voor gemeentelijke diensten. Ook moesten er in de nieuwe wijken bruggen komen en veel oude bruggen in de stad vernieuwd worden. Rond de eeuwwisseling was er sprake van een specifiek cultureel klimaat, waarin de ontwikkeling van een nieuwe architectuur goed kon gedijen. Als reactie op de zogenaamde neo-stijlen ontwikkelt Berlage een geheel eigen stijl, waarvan de Amsterdamse School de directe opvolger is. Het belangrijkste werk van Berlage is de Koopmansbeurs op het Beursplein, bekend geworden als de Beurs van Berlage. Onder de verzamelnaam Amsterdamse School vallen architecten die het nieuwe zochten in de decoratieve versiering van de gevels. Uitbundig metselwerk langs schoorstenen, daklijsten, kozijnen en vooral de vormgeving van de hoeken moesten de gevels reliëf geven. Ook de accenten die gegeven werden bij de deuren, portieken en doorgangen zijn opvallend voor het werk van de Amsterdamse School.
Een eerste voorbeeld van de Amsterdamse School is het huizenblok aan de Johannes Vermeerplein/Gabriël Metsustraat van M. de Klerk (1911/1912). Rond dezelfde periode ontstaat ook het Scheepvaarthuis aan de Prins Hendrikkade van Van der Mey (1913/1916). Deze werken hebben nog sterk verticale accenten, tot dan toe zo bepalend voor de Nederlandse architectuur. De horizontale lijn zal hierna echter een van de meest karakteristieke eigenschappen van de Amsterdamse School worden; door nieuwe constructies van gewapend beton of staal was het nu mogelijk een raam in een bakstenen muur breder te maken dan de hoogte.

Amsterdam Hogesluis
Brug 246: Amstel / Sarphatistraat (Hogesluis, 1883) Onderdeel van de 17de eeuwse stadswal was een hoge stenen brug die destijds veel indruk maakte op de bezoeker van de stad. In 1883 werd de Hogesluis vervangen door een monumentale dubbele basculebrug met tien doorvaarten, ontworpen door W.H. Springer in Parijse stijl. De plaatbrug, gedeeltelijk basculebrug, is fraai versierd met sierstukken van gietijzer (met stadswapens), een natuurstenen vaasbalustrade, obelisken van natuursteen met gedecoreerde lantaarndragers en bijpassende lantaarns.

Amsterdam Bijenkorf

“ De Bijenkorf (1911/14) De geschiedenis van De Bijenkorf - het eerste als zodanig in Nederland gebouwde warenhuis - begon in 1870 toen Simon Philip Goudsmit aan de Nieuwendijk een winkeltje exploiteerde in dames - handwerken en manufacturen. Na uitbreiding aan de Nieuwendijk werd in 1909 een noodwinkel opgericht op het terrein van de in 1903 gesloopte Beurs van J.D. Zocher. In deze noodbehuizing steeg de omzet zodanig dat men besloot zich permanent op deze plek te vestigen. De architect J.A. van Straaten - aanvankelijk aangezocht voor een verbouwing van de panden aan de Nieuwendijk - werd gevraagd een ontwerp te leveren met medewerking van B.A. Lubbers.. Op 30 oktober 1912 werd de eerste steen gelegd. Van Straaten werd na onenigheid met de Bijenkorfdirectie ontslagen en Lubbers zette het werk voort. Hij werkte met name het interieur verder uit en claimde later het auteurschap van het hele ontwerp. Begin september 1914 vond de opening van de parterre plaats en begin 1915 was het gehele pand voor gebruik gereed.
Het gebouw bestaat uit een functioneel en voor die tijd modern betonskelet met een in neo-stijl, op barok en classicisme aansluitend, traditioneel vormgegeven exterieur van natuursteen. De opbouw wordt zowel horizontaal als verticaal geleed. De door lisenen gelede verdiepingen rusten op een sokkel of basement en worden afgesloten door een kroonlijst met daarboven een attiek en balustrade. Segmentvormige frontons beëindigen de hoekpaviljoens en de middenpartij.

Amsterdam Blauwbrug

“ Brug 236: Amstel / Amstelstraat (Blauwbrug, 1884) Eén van de markantste bruggen van de stad is wel de Blauwbrug uit 1884. De brug met welhaast Parijse allure is een ontwerp van W.H. Springer en B. de Greef en verving de oude houten Blauwbrug die daar sinds 1600 een belangrijke oeververbinding vormde. De monumentale vaste plaatbrug met drie doorvaarten heeft bijzonder fraaie pijlers van baksteen en natuursteen in de vorm van scheepsboegen met daarop marmeren zuilen voorzien van bladornamenten, kapitelen, maskers en polychrome keizerskronen als beëindiging. De vaasbalustrade is van natuursteen. De lantaarnsdragers op de zuilen hebben eveneens de vorm van scheepsboegen. De bijpassende lantaarns hebben keizerskronen. De brug werd in 1999 gerestaureerd. Onder andere werden de gietijzeren bogen teruggeplaatst. Bovenstaande foto's zijn van vóór de restauratie

Amsterdam DiamantslijperijBoas
Nieuwe Uilenburgerstraat 173-175 Diamantslijperij Boas (1878/79) De opkomst, bloei en neergang van de Amsterdamse fabrieksmatige diamantslijperijen bestrijkt ongeveer het tijdvak van 1840 tot 1914. Na de Eerste Wereldoorlog zijn er, op een enkele uitzondering na, geen grote slijperijen meer gebouwd. De grote bloeiperiode van het Amsterdamse diamantvak valt in de periode 1870-1876, toen in de Vaalrivier in Zuid-Afrika grote diamantvondsten werden gedaan. De als gevolg hiervan ontstane hausse wordt de Kaapse Tijd genoemd. Op Uilenburg werd in 1878 door de gebroeders Boas een stoom-diamantslijperij opgericht. Het complex werd gebouwd naar ontwerp van de architect-werktuigkundige J.W. Meijer. De 73 meter lange en 12 meter brede fabriek, destijds de grootste en modernste van Europa, is gebouwd in een sobere neo-classicistische stijl, wat met name blijkt uit de enkele in de gevel opgenomen frontons. Opvallend is het grote aantal ramen in de gevels. Voor de bewerking van diamanten is voldoende daglicht namelijk van groot belang. Vóór de verbouwing in 1990 waren de vensters gevat in gietijzeren profielen. Tegenwoordig hebben die plaatsgemaakt voor aluminium sponningen en grote spiegelramen.

Amsterdam Monumentale Bruggen
“ Bruggen Amsterdam, Stad van bruggen Amsterdam is niet denkbaar zonder water en bruggen. Gegroeid langs de oever van de Amstel ontstond een stad waarin water aanvankelijk belangrijker was dan het land; zowel als transportweg, als verdedigingsgracht en zelfs als stedebouwkundig sieraad voor de stad. Het water is onlosmakelijk verbonden met de stad, die ook wel het Venetië van het Noorden genoemd wordt.
Het aantal bruggen is gestaag toegenomen in de loop van de geschiedenis. In de 16de eeuw had de stad 52 bruggen en 6 overkluizingen/duikers (zie de kaart van Cornelis Anthonisz uit 1544). Rond 1600 is het aantal toegenomen tot 110 waaronder 10 overkluizingen/duikers (zie de kaart van Pieter Bast). Door de grote stedelijke uitbreiding aan het begin van de 17de eeuw verdubbelde dit aantal bijna. Het "voltooide" Amsterdam had 297 bruggen en 9 overkluizingen/duikers (zie de plattegrond van Gerred de Broen uit ±1732). Tegenwoordig heeft Amsterdam 1.539 bruggen, waarvan 252 in de binnenstad.
Het stadsgebied had door de 17de eeuwse uitleg een omvang bereikt die het tot het midden van de 19de eeuw zou behouden. Vanaf omstreeks 1860 werd buiten de Singelgracht begonnen met de bouw van nieuwe stadswijken. In de binnenstad werden de eerste grachten gedempt, aanvankelijk met een beroep op hygiënische motieven (stankoverlast). Later werden het toenemende (gemotoriseerde) verkeer en de zo min mogelijk belemmerde verbinding met de nieuwe stadsdelen de belangrijkste redenen om over te gaan tot dempingen. Met deze dempingen van grachten verdwenen in de periode 1860-1895 tientallen bruggen. Op andere plaatsen werden hoge bruggen vervangen door lage, soms zeer monumentale exemplaren. Dit had te maken met de eisen van de electrische tram.
Ook in de 20ste eeuw verdwenen talloze monumentale bruggen, hoofdzakelijk op grond van verkeerstechnische overwegingen. Terwijl in de loop van de jaren honderden monumenten behouden en gerestaureerd werden, konden oude bruggen worden gesloopt en vervangen door nieuwbouw. Inmiddels is het besef doorgedrongen dat bruggen net als monumentale gebouwen onderdeel uitmaken van de gebouwde omgeving. De bruggen vormen een markant deel van de monumentale ruimtelijke structuur van de grachtengordel. Ook al zijn veel bruggen in Amsterdam niet meer authentiek, ze hebben dus wel grote stedebouwkundige kwaliteiten. In totaal zijn 72 bruggen binnen de Singelgracht op de gemeentelijke monumentenlijst geplaatst, een groot deel niet omdat ze authentiek of uniek zijn, maar omdat ze van groot belang zijn voor het stadsbeeld. Daarvan behoren er 20 tot de 200 nieuwe rijksmonumenten.

Amsterdam Brug 242 Magere Brug
“ Brug 242: Amstel/Kerkstraat (Magere Brug, 1934, gerest. 1969)De beroemde Magere Brug is in haar huidige, twintigste-eeuwse vorm een houten dubbele ophaalbrug of wipbrug en heeft negen doorvaarten. Haar naam dankt zij aan de oorspronkelijke smalle brug die de beide oevers van de Amstel verbond ter hoogte van de Kerkstraat. In 1671 besloot de vroedschap tot de aanleg van de bruggenhoofden, maar daarna gebeurde er vermoedelijk voorlopig niet veel. Op bijvoorbeeld de vogelvlucht van Jacob Bosch uit 1679 of op Gerrit Berckeyde's schilderij 'Gezicht op de Amstel' uit 1685 is van de nieuwe brug immers nog niets te zien. De 'thesaurieren' – beheerders van de stadskas – besloten in het najaar van 1691 dat de brug gebouwd moest worden naar ontwerp van stadstimmerman Hans Petersom. Deze eerste 'Kerkstraatbrug' bestond uit lange aanbruggen op eenvoudige houten paaljukken en een beweegbaar middendeel bestaande uit een enkele klap of val. Zij telde dertien doorvaarten waarvan de buitenste gebruikt werden als opslagplaatsen. In 1772 werd de overspanning van de middendoorvaart gewijzigd in een dubbele valbrug.

Amsterdam Bouwmeesters
Bouwmeesters Enkele bouwmeesters in chronologische volgorde zijn: Hendrick de Keyser (1565-1621) Jacob van Campen (1595-1657) Philip Vingboons (1607-1678) Daniël Stalpaert (1615-1676) Justus Vingboons (1620-1698) Adriaan Dortsman (1636-1682) Elias Bouman (1636-1686) Daniël Marot (1661-1752) Jean Coulon (1678-1760) Frédéric (Frans) Blancard (1704-1744) Jacob Otten Husly (1738-1796) Ludwich Friedrick Druck (sinds 1771 in Amsterdam) Abraham van der Hart (1747-1820) P.J.H. Cuypers (1827-1921) G.B. Salm en A. Salm GBzn (resp. 1831-1897 en 1857-1915) A.L. van Gendt (1835-1901) G.A. van Arkel (1858-1918) H.P. Berlage (1856-1934) J.M. van der Mey (1878-1949) P.L. Kramer (1881-1961) M. de Klerk (1884-1923)

Combineer een bezoek aan een monument met een stadswandeling: klik hier


Amsterdam Bouwmeester Berlage
“ H. P. Berlage (1856-1934) Hendrik Petrus Berlage studeerde van 1875 tot 1878 aan de technische hogeschool in Zürich. Daar kwam hij in aanraking met de denkbeelden van de architecten Semper en Viollet-le-Duc. Zij kritiseren op dat moment de overheersende zogenaamde neo-stijlen, waarin de decoratieve vormen van bouwstijlen uit het verleden overdadig worden toegepast. Hij raakt onder de indruk van het ideaal van de Gemeenschapskunst en wordt socialist. Op basis van de denkbeelden van Semper en Viollet-le-Duc ontwikkelt Berlage een eigen stijl, waarvan de Amsterdamse School de directe opvolger is. Berlage ontwerpt niet alleen de gebouwen, maar ook de inrichting, het meubilair en zelfs drukwerk. Bij de decoratie van het kantoor de Algemeene aan het Damrak schakelt hij kunstenaars in: Lambertus Zijl maakt beeldhouwwerk aan de gevel en Derkinderen beschildert het trappenhuis. In 1896 krijgt Berlage de belangrijke opdracht voor het bouwen van een nieuwe Beurs. Hij maakt vele ontwerpen voordat in 1898 de bouw begint. Uiteindelijk komt hij tot een zeer radicale uitwerking van zijn ideeën. Hij gaat uit van geometrische grondslagen en wijst alle op oude stijlen gebaseerde ornamenten af. Het gebouw is sober en de constructie is nadrukkelijk zichtbaar. De verschillende materiaalsoorten worden niet bepleisterd of weg geschilderd, maar houden hun eigen karakter. Zo ontstaan contrasten tussen bakstenen muren, hardstenen elementen en overkappingen van glas en staal. Decoratie wordt alleen toegepast in samenhang met de constructie. Behalve als architect is Berlage ook actief als stedebouwkundige. Zijn ontwerp voor Amsterdam-Zuid bestaat uit grote, monumentale woningblokken. Zij vormen de wanden van brede lanen, pleinen en straten. In de centrale as van het plan staat een woontoren, de “wolkenkrabber” van J. F. Staal. De nadruk ligt bij de woningblokken op de totaalcompositie. De aparte woningen zijn onderdeel van de straatwand. De gemeenschappelijkheid van de stadswijk staat voorop. Berlage wilde een gemeenschappelijke, niet individuele bouwkunst.

Amsterdam Bouwmeester Cuypers
P.J.H. Cuypers (1827-1921) Cuypers introduceerde met zijn kerken rond 1850 de neo-gotiek in Nederland. Hij bouwde zes kerken in Amsterdam, waarvan er ondertussen drie gesloopt zijn: de Willibrorduskerk aan de Amsteldijk, de Nicolaas en Barbara aan de Da Costakade en de Magdalenakerk in de Spaarndammerstraat zijn in de loop der jaren afgebroken. De Posthoorn in de Haarlemmerstraat, de Vondelkerk in de Vondelstraat en de Dominicuskerk in de Spuistraat zijn aan de sloophamer ontsnapt. De Posthoorn en de Vondelkerk worden beiden niet meer als kerk gebruikt. Ook in de wereldlijke gebouwen van Cuypers overheerst de neo-gotiek, zij het met neo-renaissance invloeden. Dit is vooral te zien aan het Rijksmuseum (1876/85) en het Centraal Station (1882/89), waaraan ook A.L. van Gendt heeft meegewerkt. Verder bouwde hij een aantal woonhuizen in de Vondelstraat, in een vrij sobere stijl: nr. 3-7 (Vondelhoven); nr. 36-40; nr.75 (Nieuw Leyerhoven) en zijn eigen woonhuis op nr. 77-79. In 1906 bouwde hij aan de zuidzijde van het Rijksmuseum de Nachtwachtzaal. In 1911, hij was toen 84, ontwierp hij nog de gevels voor het politiebureau, Oudezijds Achterburgwal 185 (naast het Spinhuis). Het gebouw wordt nu gebruikt door de Universiteit van Amsterdam

Amsterdam Bouwmeester Van Gendt
A.L. van Gendt (1835-1901) A.L. van Gendt is schepper geweest van een groot aantal belangrijke bouwwerken in Amsterdam. De Industrieschool voor Vrouwelijke Jeugd, Weteringschans 31 (naast het Barlaeus gymnasium van Springer) is een van Amsterdams laatste gebouwen geweest in een zuiver eclectische stijl. Vanaf ongeveer 1880 hebben zijn werken een enigszins Weens karakter: de Hollandse Manege (Vondelstraat 140, 1880), restaurant Riche (Rokin 84/Enge Kapelsteeg, 1883) en het Concertgebouw (van Baerlestraat 98, 1883/86). Dan volgt een periode van neo-renaissance: het weeshuis Weteringschans 261, het gebouw van de vereniging voor de koffiehandel, Raadhuisstraat 15, de handelsvereniging “Amsterdam”, Nieuwezijds Voorburgwal 162-170, het Burgerziekenhuis, Linnaeusstraat 89 en het winkelhuis, Muntplein 1/Amstel 2. In die jaren werkte van Gendt met P.J.H. Cuypers mee aan het Centraal Station en met Springer aan de Schouwburg op het Leidseplein. Na 1894 werkte hij samen met zijn zoons, J.G.van Gendt en A.D.N. van Gendt. Samen bouwden zij onder andere de winkelgalerij aan de Raadhuisstraat en een winkelhuis aan de Herengracht/Raadhuisstraat. J.G. van Gendt en A.D.N. van Gendt zouden later als gebrs. Van Gendt A.L.zn verder gaan.

Amsterdam Constantia woningen
Willemsstraat 149-165, Constantiawoningen (1863/64) De Constantiawoningen behoren tot de zogeheten "filantropische woningbouw", gerealiseerd door de in 1863 opgerichte Stichting voor den Ambachtsstand - Constantiawoningen. De door P.J. Hamer ontworpen woningen werden gebouwd voor minvermogende werklieden ouder dan 60 jaar die hier vrij van huur konden wonen. Voorwaarde was verder wel dat zij minstens 12 jaar bij één en dezelfde patroon in enig nijverheidsvak werkzaam waren geweest. Het statige complex is uitgevoerd in een neo-classicistische stijl met decoraties geïnspireerd op de Hollandse renaissance. Het geheel is symmetrisch ingedeeld en heeft licht naar voren springende midden- en hoekpartijen. Deze zijn benadrukt door, met afwisselend baksteen en wit geschilderd pleisterwerk, geblokte lisenen. De middenpartij wordt bekroond door een segmentvormig fronton. De vleugels tussen de midden- en hoekpartijen maken een gesloten indruk, doordat de vensters ver uit elkaar staan en de binnenste vensters bovendien "blind" zijn. De plattegrond van het hof komt overeen met de plattegrond van het traditionele Nederlandse hofje, waarbij de woonhuisjes om een binnenhof - voorzien van bleekveldjes en een waterpomp - gegroepeerd staan. Oorspronkelijk waren er 36 kleine woonvertrekken. Boven de achtervleugel aan het binnenhof verheft zich een torentje (oorspronkelijk voorzien van een luidklok en eventueel een uurwerk), een element dat ook vaak in traditionele hofjes te vinden is.

Amsterdam Gemeente Archief Amsterdam

“ met niet minder dan 70.000 foto's en 20.000 bouwtekeningen van Amsterdam toen en nu

Amsterdam Doelen
“ Nieuwe Doelenstraat 24, Doelenhotel (1882/83) In 1882 werd de toren Swych Utrecht, een in het complex van de Kloveniersdoelen opgenomen verdedigingswerk uit 1482, gesloopt. Het moest namelijk plaats maken voor het Doelen Hotel. Vanaf 1522 had de toren, die leek op de Schreierstoren, deel uitgemaakt van de oefenruimte van de schutterij der kloveniers.
De beroemdste compagnie van deze schutterij is wel die van kapitein Frans Banning Cocq. Rembrandt van Rijn kreeg in 1638 opdracht deze nachtwacht te portretteren (De Nachtwacht, 1642, Rijksmuseum). Tot 1715 bleef het hier in de grote Doelenzaal hangen. De oude Kloveniersdoelen werden al in de 17de eeuw door de stedelijke magistratuur gebruikt voor ontvangsten en buffetten. Voorname gasten van de stad werden ook wel ter overnachting in dit "herenlogement" gehuisvest.
In 1870 werd J.F. Hahn eigenaar van het complex, dat hij met het oog op de komende Wereldtentoonstelling wil laten vervangen door nieuwbouw in neo-renaissance. Delen van het muurwerk en de funderingen van het oude Doelen Hotel en het buitenmuurwerk van de 17de eeuwse Doelenzaal zouden worden geïncorporeerd.
Gezien vanaf de noordzijde en vanaf de zijde van de binnen-Amstel krijgt men de beste indruk van de creatie van J.F. van Hamersveld. Eerstgenoemde zijde toont een korte gevel als hoekpaviljoen. De gevelsteen van J.H. Teixiera de Mattos uit 1883 verwijst naar de toren Swych Utrecht.

Amsterdam Hofjes
“ Hofjes Hofjes zijn een vroege vorm van bejaardenzorg en sociale woningbouw tegelijk, een oudedagsvoorziening voor arme, oude mensen. De oudjes woonden er gratis. Vanaf de straat zijn hofjes vaak moeilijk te zien. De woninkjes zijn meestal gebouwd achter de bewoning aan de straat. Een hofje is doorgaans een rechthoekig complex, waarvan de huisjes in U- of L-vorm rond een bleekveld (tegenwoordig meestal tuin) zijn gebouwd. Op het binnenterrein staat vaak een waterpomp met een lantaarn. Het poortgebouw bevat vaak een regentenkamer (meestal op de verdieping), waarvan de luxieuze inrichting in schril contrast staat met de sobere woninkjes. In Amsterdam zijn hofjes vanwege het gebrek aan ruimte in de binnenstad vaak erg klein en soms niet veel meer dan een straatje met inpandige huisjes achter de bebouwing aan de straat (vaak bestaan deze huisjes al vóór de stichting van het hofje: huisjes gelegen aan een “gang”).
Er is dan geen ruimte voor een bleekveld of tuin. Veel inpandige huisjesgroepen, welke te bereiken waren door tussen de huizen uitgespaarde gangen, waren niets anders dan door particulieren geëxploiteerde huurwoninkjes. Zij worden ook vaak “hofjes” genoemd. Op deze pagina staan de “echte” hofjes centraal. Het aantal hofjes is moeilijk aan te geven, omdat in de 19de eeuw en later vele instellingen van ouderdomsvoorziening zijn gesticht die vergelijkbaar zijn met de oude hofjes, terwijl veel oude hofjes in dergelijke moderne instellingen zijn opgegaan. Er zijn nog ca. 200 hofjes in Nederland, waarvan de meesten in Noord- en Zuid-Holland (Holland was immers de rijkste provincie van de Republiek). De helft staat in vier Hollandse steden: Amsterdam (47), Leiden (35), Haarlem (19) en Alkmaar (10). Amsterdam is dus de belangrijkste “hofjesleverancier” (meer dan een kwart van het totaal). Meer dan de helft van de Amsterdamse hofjes staat in de Jordaan (waar de grond goedkoop was). In Amsterdam zijn 51 hofjes gesticht (14 in de 17de, 18 in de 18de en 19 in de 19de eeuw), dus slechts 7 zijn er verdwenen. Wel zijn veel hofjes grondig verbouwd (waarbij het aantal woninkjes drastisch werd verminderd) of verplaatst (naar de nieuwe ruimere wijken). De regentenkamer is vaak volkomen ongewijzigd gebleven: het zijn kleine musea.
Hofjes zijn in principe toegankelijk, maar het komt helaas steeds vaker voor dat ze op slot zijn. Ze worden tegenwoordig soms bewoond door studenten en andere jongeren. Er zijn nog maar weinig hofjes waar geen huur betaald hoeft te worden.

Amsterdam Geschiedenis van de hofjes
Hofjes Geschiedenis
Hofjes komen sinds de 14de eeuw voor en zijn typisch Nederlands. Ze zijn ontstaan uit de begijnhoven die in ons land sinds de 12de eeuw voorkomen (zoals het Begijnhof in Amsterdam). “Hofje” is overigens de Hollandse benaming; elders in Nederland heten ze gasthuizen, weduwehuizen of kameren. De bloeitijd is de 17de en de 18de eeuw. Ze werden gesticht en beheerd door particulieren, vaak rijke, kinderloze burgers. Gebruikelijk was dat een hofje werd gesticht uit een nalatenschap. De meeste hofjes hebben de naam van de stichter. Motieven om een hofje te stichten zijn dus behalve liefdadigheid ook ijdelheid: de stichters wilden als weldoeners van de mensheid te kijk staan.
Het toelatingsbeleid was selectief, bijv. "alleenstaande vrouwen van onbesproken gedrag". Of er werden vrouwen toegelaten van een bepaalde gezindte: hervormd, luthers, doopsgezind, etc., maar ook katholiek kwam voor. Mannenhofjes kwamen niet voor, wel soms hofjes voor echtparen. Het bestuur werd gevormd door een "college van regenten". Deze vergaderde in de regentenkamer. De dagelijkse gang van zaken was echter in handen van de portier die vaak in een woninkje in het poortgebouw woonde. Veel voorschriften werden vastgelegd in een reglement.
Een duidelijk onderscheid is er in de oorspronkelijke hofjes, de groep van inpandig gelegen woninkjes met een poortje aan de straat of gracht (zoals het Raepenhofje, het Looyershofje, het Suykerhofje en het Nieuwe Suykerhofje, en de latere hofjes, de royaler opgezette stichtingen met een opvallend poortgebouw (zoals het Van Brants Rus-Hofje, het Corvershof, het Occo Hofje en het Deutzenhofje in de grachtengordel). In tegenstelling tot de specifiek Amsterdamse stadshuizen, die in de hoogte zijn gebouwd, zijn hofjes in de breedte gebouwd. Dit heeft het voordeel dat architectonische principes volop kunnen worden toegepast. Dit is goed te zien bij bijvoorbeeld het Van Brienenhof.
Een uitzonderlijke positie neemt het Karthuizerhof in. Het Huyszitten Weduwenhof of in de volksmond het Karthuizerhof is gebouwd in 1650, op de plaats van het Middeleeuwse Karthuizerklooster, naar een ontwerp van stadsbouwmeester Daniël Stalpaert. Het was een voor die tijd groot complex: vier om een ruim binnenplein opgetrokken vleugels. In dit hof werden de zgn. huiszitten-weduwen (met hun kinderen) ondergebracht, weduwen die onder de hoede vielen van de Huiszittenmeesters, de armenzorg van de 17de eeuw. In de praktijk king het niet alleen om weduwen, maar ook om ongehuwde moeders met kinderen. Het Karthuizerhof is dus, in tegenstelling tot de andere hofjes, een stedelijke instelling.

Amsterdam Historische Gevelreclames Historische Gevelreclames Amsterdam
“Benaming of benoeming van historische gevelreclames is op diverse manieren mogelijk, zoals b.v.: Gevelreclame, muurreclame, antieke gevelreclame, oude muurreclame etc. Het restaureren van bovengenoemde begrippen is ook een onderdeel van de werkzaamheden en doelstellingen van de in deze site genoemde werkzaamheden. Reclame is er al sinds vele eeuwen. Op straat zijn nog steeds vele schakeringen van reclame uitingen te zien. Hoewel deze deel uitmaken van onze dagelijkse cultuurbeleving raken er vele in verval of verdwijnen helemaal. Gelukkig worden er pogingen ondernomen om diverse historische reclames te bewaren. De Werkgroep Historische Gevelreclames Amsterdam (WHGA) organiseert en begeleid een aantal restauraties.Deze site laat diverse voorbeelden daarvan zien

Amsterdam Industria
“ Dam 27 De Industrieele Groote Club (1913/16) De Amsterdamse fabrikanten en industriëlen verenigden zich in 1913 in de sociëteit Industria. Drie jaar later werd de bouw van een eigen sociëteitsgebouw, naar ontwerp van F. Kuipers, voltooid. Om de exploitatiekosten te drukken werden op de begane grond vijf winkels en op de bovenverdiepingen diverse privékantoren gerealiseerd, die afzonderlijk verhuurd konden worden.

Amsterdam Jugendstil
“ Jugendstil (1895-1905) Vanaf omstreeks 1890 kwam in diverse Europese landen een nieuwe stijl tot ontwikkeling die bekend is geworden onder de naam Art Nouveau of Jugendstil. Deze stijl, die zich zowel in de beeldende kunsten als in de kunstnijverheid en de architectuur manifesteerde, betekende een breuk met de gangbare 19de eeuwse neostijlen. De Belgen V. Horta (1861-1946) en P. Hankar (1859-1901) introduceerden de Art Nouveau in 1893 voor het eerst in de architectuur. Kenmerkend voor dit type architectuur waren de aan de bloemen-, planten- en dierenwereld ontleende golvende lijnen, uitgevoerd in flamboyante en soms uiterst grillige vormen. Horta en Hankar maakten als eersten gebruik van ijzer en staal bij de bouw van luxueuze burgerwoningen en lieten deze constructies nog zien ook. Voorheen gebeurde dit alleen bij door ingenieurs gebouwde functionele werken en gebouwen als bruggen, stations, fabriekshallen en warenhuizen. In ons land heeft een sobere variant van deze stijl van omstreeks 1895 tot circa 1905 een kort bestaan gekend. Ook in Amsterdam zijn er een diverse voorbeelden van.
Onder invloed van Berlage wordt deze, zich voornamelijk in detaillering en afwerking manifesterende, variant ook wel aangeduid met de naam ‘Nieuwe Kunst’. De aan flora en fauna ontleende weelderige motieven werden hier meer gestileerd, terwijl daarnaast ook uit de geometrie afgeleide vormen werden toegepast. Verder werd veelvuldig gebruik gemaakt van nieuwe materialen, zoals machinaal vervaardigde gladde baksteen (ook geglazuurd) en sierlijk vormgegeven smeedijzer. Daarnaast waren decoratief beschilderde tegels (tableaus) en glas-in-lood erg in trek. Het geheel werd verder gekenmerkt door opvallend kleurgebruik. Zoals gezegd heeft deze stijl in ons land slechts een kort bestaan gekend; blijkbaar was de houding in Nederland te nuchter en ingetogen om deze bij uitstek decoratieve bouwstijl volledig tot ontwikkeling te laten komen. Bovendien was deze stijl vanwege de ambachtelijkheid bijzonder kostbaar en om die reden voor relatief weinig opdrachtgevers aantrekkelijk. Ook de meeste architecten waren geen voorstanders; ‘materiaalwetten’ en ‘eerlijke’ constructiemogelijkheden sloten een ongebonden en ornamentele vormgeving in hun ogen uit. Niet iedereen was dus even gecharmeerd van deze nieuwe bouwstijl. Ronduit afwijzend en haast vijandig is echter de kritiek uit 1901 van de gevierde P.J.H. Cuypers die de stijl vergeleek met een besmettelijke en dodelijke ziekte: "l’art nouveau vertoont ons het beeld van de teringlijdster, die met verraderlijke blos op de wangen maar kort van jaren, dol en opgewonden van het leven wil genieten"
In Amsterdam zijn nog diverse ontwerpen in de stijl van de Nieuwe Kunst te bewonderen. Te noemen zijn onder meer: het voormalige gebouw van het Algemeen Handelsblad, Nieuwezijds Voorburgwal 234-240 van Ed. Cuypers uit 1902/03; het Witte Huis, Raadhuisstraat 2-6 (J. Verheul, 1899/1901); boekhandel Athenaeum, Spui 14-16 (L.G. Mohrmann, 1904) en Damrak 37 (J. Hartkamp, 1903). Verder moeten Keizersgracht 766 (1894); Helios, Spui 15-19 (1895/96); café-restaurant De Kroon, Rembrandtplein 17 (1898); Rokin 58 (1898); Spuistraat 274 (1898); Rokin 69 (1901); Raadhuisstraat 52-54 (1902/03); Damrak 80-81 (1903/04) en Keizersgracht 174-176 (1904/05, uitgebreid 1968/69) genoemd worden. Deze panden werden alle gebouwd naar ontwerp van architect G. van Arkel (1858-1918).
Voorts zijn met name diverse winkelpuien nog geheel of gedeeltelijk uitgevoerd in de stijl van de Nieuwe Kunst, terwijl ettelijke woonhuizen, vooral in de Vondelpark- en Concertgebouwbuurt, voorzien zijn van fraaie tegeltableaus uit deze stijlperiode

Amsterdam Koninklijke Paleizen
“ Den Haag, Wassenaar, Amsterdam Apeldoorn De Koninklijke Paleizen Erg veel, heel erg veel informatie over nu en vooral toen
Paleis Noordeinde Paleis Noordeinde in Den Haag is sinds 1984 het werkpaleis van de Koningin. Net als Paleis Huis ten Bosch en het Koninklijk Paleis in Amsterdam is Paleis Noordeinde door het Rijk bij wet aan de Koningin ter beschikking gesteld.
Paleis Huis ten Bosch Paleis Huis ten Bosch is sinds 1981 het woonpaleis van de Koningin. Het paleis ligt aan de noordoostelijke kant van Den Haag. Net als Paleis Noordeinde en het Koninklijk Paleis in Amsterdam is Paleis Huis ten Bosch door het Rijk bij wet aan de Koningin ter beschikking gesteld.
Koninklijk Paleis Amsterdam Het Koninklijk Paleis Amsterdam ligt in het centrum van deze stad. Het wordt meestal ook aangeduid als ‘Paleis op de Dam’. Net als Paleis Huis ten Bosch en Paleis Noordeinde in Den Haag is het Koninklijk Paleis in Amsterdam door het Rijk bij wet aan de Koningin ter beschikking gesteld.
Noordeinde 66 In het huis Noordeinde 66 in Den Haag is het bureau van Prins Willem-Alexander en Prinses Máxima gevestigd. Het pand ligt naast Paleis Noordeinde. Tot juli 2003 woonde het prinselijk paar in het pand. Ze wonen nu in Villa Eikenhorst op landgoed De Horsten in Wassenaar
Villa Eikenhorst Villa Eikenhorst op Landgoed de Horsten in Wassenaar is het woonhuis van de Prins van Oranje, Prinses Máxima, Prinses Catharina-Amalia en Prinses Alexia.
Huis Het Loo Huis Het Loo in Apeldoorn is de woning van Prinses Margriet en prof.mr. Pieter van Vollenhoven. Het huis staat op het terrein van Paleis Het Loo, dat een museum is

Amsterdam Werf ‘t Kromhout
“ Amsterdam, Scheepswerf 't Kromhout met een mooi beschreven geschiedenis op

Amsterdam Monumenten Binnenstad
“ 200 nieuwe rijksmonumenten in Amsterdamse binnenstad
In 1986 startte het Monumenten Inventarisatie Project (MIP), een vermetele onderneming waarbij het hele land werd uitgekamd op zoek naar waardevolle bouwkunst uit de periode 1850-1940. Twee jaar later begonnen de werkzaamheden die moesten leiden tot een selectie van ongeveer 200 objecten en complexen van nationaal belang in de Amsterdamse binnenstad. In 1999 adviseerde de gemeenteraad positief over deze lijst van het Monumenten Selectie Project. Onlangs, op 13 juli 2001, rondde de staatssecretaris dit project van lange adem af door de aanwijzing van ongeveer 240 'jonge' rijksmonumenten.
Tot de 200 nieuwe rijksmonumenten behoren grote panden als de Bijenkorf, het Industria-gebouw, Peek en Cloppenburg, de Groote Club, de Effectenbeurs, het Victoria-hotel, het Lloyd-gebouw, het Hirsch-gebouw, Hotel de L'Europe, het Doelen-hotel, het Schiller-hotel, en het Telegraaf-gebouw, diverse winkelgebouwen aan het Rokin, bankgebouwen aan de Heren- en Keizersgracht, gebouwen in de oude jodenbuurt, zoals de Joodse Invalide, de voormalige Diamantbeurs en Diamantslijperij Boas, diverse gebouwen in de Plantage, zoals het gebouw Plancius, woonhuizen op de Plantage Middenlaan en een stadsvilla op de Plantage Middenlaan, stadsvilla's op de Weteringschans en diverse gebouwen in de Jordaan, zoals de Constantiawoningen. Ook beschermd zijn de Wintertuin van Krasnapolsky, kleine objecten als het gebouwtje op Pier 10, straatmeubilair als de standbeelden van Rembrandt en Thorbecke, de Paleislantaarns en de fontein en sfinxen van het Wertheimpark en diverse bruggen zoals de Magere Brug, de Blauwbrug en de Hogesluis.
Een compleet beeld van de architecten die tussen 1850 en 1940 in de binnenstad gebouwd hebben geeft de MSP-lijst niet, want het aantal nieuwe rijksmonumenten in de binnenstad was vooraf gelimiteerd tot tweehonderd. Dit probleem is overigens ondervangen door het Gemeentelijke Monumentenproject binnenstad, waarvoor nog eens duizend bouwwerken uit de periode 1850-1940 geselecteerd zijn. Toch geeft de MSP-lijst een heel aardig beeld van de toenmalige Amsterdamse architectenwereld. Na de Eerste Wereldoorlog wordt er in de binnenstad nog maar mondjesmaat gebouwd, en al snel na de crisis van 1929 wordt dat nog minder. De bloeiperiode is dus gelegen tussen 1875 en 1914. Het architectuurklimaat in de binnenstad dat lange tijd dynamisch en progressief was geweest, kreeg na de Eerste Wereldoorlog een behoudender karakter, meer en meer kantoorgebouwen werden in een historiserende stijl gebouwd.

Amsterdam De Neo Stijlen in Amsterdam
“ De neo-stijlen (1815-1900)
Na ±1815 breekt het tijdperk van de zgn. neo-stijlen aan, een architectuur waarin wordt teruggegrepen op de oude architectuur van de gotiek, de renaissance en de barok. Naar believen worden elementen uit de oude architectuur toegepast, soms zelfs gecombineerd in een enkel gebouw (dit was vooral het geval bij het zgn. eclecticisme). Na ±1880 ondergaat Amsterdam een grote economische opbloei, waardoor er weer veel wordt gebouwd en verbouwd. Hierdoor wordt ook aan de architectuur een nieuwe impuls gegeven. Vooral de neo-renaissance is dan erg populair, een neo-stijl waarin de "Oud Hollandse stijl" van het begin van de 17de eeuw herleefd. Toevallig is dat niet: men ervaart de periode als een "tweede Gouden Eeuw". Vooral veel openbare gebouwen zijn in deze periode gebouwd. Grachtenhuizen nauwelijks en woonhuizen natuurlijk vooral in de nieuwe wijken buiten de Singelgracht.
Aanvankelijk was er veel kritiek op de gebouwen uit deze periode, maar dat is veranderd: de 19de eeuwse architectuur wordt weer volop gewaardeerd, niet in de laatste plaats omdat zij zich goed voegt in het stadsbeeld. Mede daardoor behoren diverse voorbeelden tot de 200 nieuwe rijksmonumenten, evenals diverse historiserende ontwerpen na 1900.
Neo-Grec (1815-1845) De Neo-Grec is een vorm van neoclassicisme, een typische overgangsstijl van het late classicisme van de 18de eeuw naar de neo-stijlen van de 19de eeuw. De stijl wordt gekenmerkt door klassieke vormen, uitgevoerd met zuilen, architraven en frontons. Ook de witgepleisterde interieurs zijn typerend voor deze stijl. Voorbeelden: Paleis van Justitie aan de Prinsengracht (1825/29) van J. de Greef (1784-1835), de Mozes en Aäronkerk op het Waterlooplein (1837/41) van T.F. Suys (1783-1861) en de Willemspoort op het Haarlemmerplein (1840) van C. Alewijn (1788-1839).
Willem II-Gotiek (1830-1860) De door koning Willem II gepropageerde gotiek is in Amsterdam weinig toegepast. Kenmerkend voor deze stijl is de manier waarop de oorspronkelijk in metselwerk en natuursteen uitgevoerde constructies worden nagebootst in gips en pleisterwerk. Voorbeeld: Kerk De Papegaai in de Kalverstraat (1848) van G. Moele (1796-1857).
eclecticisme (1850-1880) In het eclecticisme worden verschillende historische stijlen gecombineerd tot een nieuw geheel. Voorbeelden: Arti et Amicitiae (Rokin 112, 1855/56 en 1893/94), Museum Fodor, Keizersgracht 609 (1861/62) van C. Outshoorn (1812-1875), het Amstelhotel (1863/67) en de Nederlandsche Bank (thans Allard Pierson Museum) aan de Oude Turfmarkt (1865/69) van W.A. Froger (1812-1883). Van C. Outshoorn bestaan ook enkele woonhuizen: Keizersgracht 452 (1860) en Keizersgracht 806-808. Diverse herenhuizen in bijvoorbeeld de Sarphatistraat en in de Plantage kunnen tot het eclecticisme worden gerekend.
Neo-stijlen (1880-1900) Na ±1880 worden enkele neo-stijlen populair die op zeer grote schaal zijn toegepast, ook bij woon- en winkelhuizen. We onderscheiden neo-gotiek, neo-renaissance en mengvormen daarvan. Voorbeelden van neo-gotiek zijn de kerken van P.J.H. Cuypers (1827-1921), zoals de Posthoornkerk (1861/89), de Vondelkerk (1870/80) en de Dominicuskerk (1884/93). Een merkwaardig neo-gotisch woonhuis, uniek in zijn soort, is het houten huis Reguliersgracht 57-59 (1879) van I. Gosschalk (1838-1907). Voorbeelden van de neo-renaissance zijn de Stadsschouwburg (1894) op het Leidseplein en het Stedelijk Museum (1895) aan de Paulus Potterstraat. Bij woonhuizen wordt vaak de renaissance-trapgevel toegepast. Voorbeelden: Rokin 147 (1884), Nieuwezijds Voorburgwal 381-383 (1884), Plantage Middenlaan 36 (1892/93). Misschien wel het mooiste voorbeeld van een grachtenhuis in een neo-stijl, maar zeker minder representatief, is Herengracht 380-382 (1894) van A. Salm (1857-1915). De architectuur van dit rijk gedecoreerde pand gaat terug op Franse vroeg-renaissance vormen, de Frans I-stijl. Ook Weens classicisme treffen we in Amsterdam aan: het Concertgebouw (1883/86) en de Hollandsche Manage (1880), beiden van A.L. van Gendt (1835-1901). Een zeldzaam voorbeeld van neo-barok in Amsterdam is de Sint-Nicolaaskerk (1884/87) aan de Prins Hendrikkade van A.C. Bleys (1842-1912), dezelfde architect die NZ Voorburgwal 381-383 ontwierp.
Ook komen veel gebouwen voor in een mengvorm van neo-gotiek en neo-renaissance. Voorbeelden zijn het Rijksmuseum (1876/85) en het Centraal Station (1882/89), beiden van de reeds genoemde P.J.H. Cuypers, en het vml. Hoofdpostkantoor (1899), thans winkelcentrum Magna Plaza, aan de Nieuwezijds Voorburgwal, van C.H. Peters (1847-1932).
Veel winkelhuizen zijn in de 19de eeuw in een neo-stijl gebouwd. Bekende voorbeelden zijn de panden van G.A. van Arkel, vaak in een combinatie van neo-gotiek en neo-renaissance, zoals Kalverstraat 190 (1891), Utrechtsestraat 30 (1893/94), Kalverstraat 200 (1894), Nieuwendijk 89 (1887), Leidsestraat 59 hoek Kerkstraat (1888) en Gasthuismolensteeg 20 (1900). Ook G. van Looy (1852-1911) bouwde diverse winkelhuizen, zoals de winkel van Allert de Lange, Damrak 62 (1886) en Keizersgracht 455 hoek Leidsestraat (1891).

Amsterdam Paleis op de Dam
“ Amsterdam Stadhuis op de Dam Stadhuis op de Dam (1648/65) thans Koninklijk Paleis Inleiding
Het Koninklijk Paleis werd tussen 1648 en 1665 gebouwd als stadhuis van Amsterdam. De ontwerper was Jacob van Campen, maar de technische uitvoering werd verzorgd door stadsbouwmeester Daniël Stalpaert. Jacob van Campen kwam in 1654 in conflict met het stadsbestuur, waarna Daniël Stalpaert de volledige leiding kreeg. Het beeldhouwwerk werd gemaakt door Artus Quellijn en zijn medewerkers. In 1655 werd het stadhuis feestelijk ingehuldigd, maar was toen nog niet voltooid: pas in 1665 was het gebouw gereed, terwijl aan de inrichting van de vertrekken tot aan het begin van de 18de eeuw werd gewerkt.
Voor de vervanging van het bouwvallig geworden gotische stadhuis waren verschillende ontwerpen ingediend. De Vrede van Münster in 1648 bracht zo'n euforie met zich mee dat het meest ambitieuze plan werd uitgevoerd. Het stadhuis werd gebouwd op een schaal die in Europa nog niet eerder was vertoond. Het werd het grootste bestuurlijke gebouw van het toenmalige Europa. Het gebouw rust op 13.659 palen ("de dagen van het jaar, een één ervoor en een negen erachter", hebben generaties schoolkinderen geleerd). Het "achtste wereldwonder" werd de parel in de kroon van Amsterdam. Het gebouw moest de rijkdom en het aanzien van de stad Amsterdam weerspiegelen. Het gebouw werd geheel opgetrokken uit Bentheimer zandsteen (oorspronkelijk zeer licht gekleurd) en met name in het interieur veel marmer. Jacob van Campen liet zich inspireren door de Romeinse bestuurlijke paleizen. Voor de burgemeesters van Amsterdam, die zich de consuls van een nieuw Rome waanden, werd een nieuw Capitool gebouwd. Het stadhuis van Jacob van Campen is 's lands belangrijkste historische en culturele monument van de 17de eeuw, de glorietijd van Nederland in het algemeen en van Amsterdam in het bijzonder. Het gebouw is dan ook op zeer veel oude afbeeldingen te zien.
Het gebouw is tot 1808 stadhuis gebleven. Daarna werd het door koning Lodewijk Napoleon veranderd in een paleis. De galerijen werden door houten wanden in vertrekken verdeeld. Aan de voorzijde werd een balkon aangebracht. Uit deze periode stammen ook de fraaie Empire meubelen die in het paleis zijn te zien. In de 20ste eeuw werd het gebouw meerdere malen gerestaureerd, waarbij de verbouwingen van Lodewijk Napoleon ongedaan werden gemaakt. Het gebouw werd in zijn oorspronkelijke staat teruggebracht, waardoor we het gebouw weer kunnen ervaren als een bestuurlijke tempel in klassieke traditie. Na de restauratie in 1960 werd het gebouw beperkt opengesteld voor het publiek.
Bouwstijl
Het Hollands classicisme in de trant van Jacob van Campen heeft een monumentaal gebouw opgeleverd, eenvoudig van vormen, sober van versiering, maar helder van opzet. Het beeldhouwwerk mocht nergens de aandacht afleiden van het grootse geheel. De compositie van de gevel is harmonieus en voldoet aan de ideale klassieke verhoudingen. De zware sokkel draagt twee pilasterorden die beide een hoog en een laag venster beslaan, overeenkomend met een hele en een halve verdieping erachter. In navolging van Vincenzo Scamozzi is een Corinthische orde boven een Composiete geplaatst. De middenpartij met het fronton komt iets naar voren, evenals de hoekpaviljoens. De heldere structuur van het gebouw is zo overheersend dat het fraaie beeldhouwwerk nauwelijks opvalt. De kapitelen, festoenen enzovoort zijn weergaloos en het hoogste wat men in de lage landen heeft weten te bereiken. We zien de festoenen op grachtenhuizen overal in de stad nagevolgd. Het meest indrukwekkend zijn de timpanen met beeldhouwwerk in marmer en de bronzen beelden op de frontons.
Boven de middenpartij rijst een hoge koepel op, van waaruit men de aankomst van de schepen op het IJ kon zien. Opvallend is het ontbreken van een monumentale ingangspartij. De zeven onversierde bogen op straatniveau (zonder stoep) was letterlijk een lage drempel, om duidelijk te maken dat het stadhuis van iedereen was.
De exterieur van het gebouw is sober en ingetogen, maar het interieur is oogverblindend. Een bezoek aan Amsterdam is dan ook niet compleet zonder een bezoek aan het Koninklijk Paleis, het voormalige stadhuis van Jacob van Campen.

Amsterdam Wertheimpark 1812Parklaan
“ Plantage Middenlaan/-Parklaan Fontein en sfinxen Wertheimpark (1898) Het huidige parkje is een gedeelte van het oudste wandelpark (1812) van Amsterdam. Oorspronkelijk besloeg het park het gehele terrein tussen de Plantage Middenlaan en de Nieuwe Rapenburgergracht (het huidige Entrepotdok). Het was een 'geschenk' van Napoleon aan Amsterdam, overigens op eigen kosten van de stad. In 1849 kreeg het park zijn karakter als ontspanningstuin, in 1897 definitief bekrachtigd als openbaar wandelpark. Er verrees een Parkgebouw, later veranderd in Park Schouwburg, dat echter in 1911 zodanig was vervallen dat sloop onvermijdelijk was. Inmiddels had het terrein, tot die tijd kortweg 'Het Park' genoemd, in 1898 de naam van bankier, politicus, kunstliefhebber en filantroop Abraham Carl Wertheim (1832-1897) gekregen.

Amsterdam De Plantage
“Plantage Middenlaan 1-5/Plantage Parklaan 10-20/Henri Polaklaan 2-4 (1865/66) Vanaf het begin van de 19de eeuw komt het wit pleisteren van gevels in zwang. In de Plantage werden vanaf omstreeks 1860 vele gevels op deze wijze bewerkt. Men trachtte hierdoor een sfeer van harmonie en "voornaamheid" te bereiken. Bovendien vormt de lichte kleur een contrast met het groene buitengebied. In de oorspronkelijke opzet van de Plantage kwam dit contrast nog duidelijker naar voren dan tegenwoordig. Dit kopblok is een goed voorbeeld van deze uitgangspunten. Het is een imposant, geheel symmetrisch ontwerp van in oorsprong 17 herenhuizen van de hand van architect G.W. Breuker. De twee hoekpanden hebben grote door pilasters begrensde ronde hoeken.

Amsterdam Rijksmuseum
“ Amsterdam Rijksmuseum Museum van kunst en geschiedenis Het Rijksmuseum is sinds 1885 gehuisvest in het indrukwekkende gebouw van architect Pierre Cuypers aan het Museumplein, in het hart van Amsterdam. Tussen 2003 en 2009 wordt het museum gerenoveerd. Op deze pagina's leest en ziet u alles over deze ingrijpende onderneming

Amsterdam Straatmeubilair
“ Straatmeubilair Onder straatmeubilair verstaan we objecten in het publieke domein die eigendom zijn van de gemeente. Ze kunnen een nuttige functie hebben, zoals lantaarns, urinoirs, bankjes, etc., maar ook louter ter versiering van de openbare ruimte zijn, zoals beelden, fonteinen, etc. De Amsterdamse lantaarnpaal model 1883, bekend als de "grachtenlantaarn", is nog met circa 3.000 exemplaren volop aanwezig in het straatbeeld. Op de Westermarkt staan sinds december 1998 twintig replica's van de oorspronkelijke lantaarn die op de gietijzeren mast uit 1883 thuishoort: de kroonlantaarn.
Een op zichzelf staand onderwerp is de gevellantaarn. Alhoewel strikt genomen geen straatmeubilair, omdat gevellantaarns particuliere objecten zijn en onderdeel van de beschermde woonhuismonumenten, dragen zij erg bij aan de belevingswaarde van het publieke domein in de binnenstad. Van de 18de eeuwse Amsterdamse gevellantaarn beschikt het Bureau Monumentenzorg over bouwtekeningen.
De ijzeren "krul" is een bekend openbaar urinoir of plasgelegenheid. Het eerste ontwerp van de enkele en dubbele krul dateert uit 1880 en is van Publieke Werken. In 1914 of '16 werd het ontwerp vernieuwd door J.M. van der Mey; de ornamentiek aan de bovenzijde kwam te vervallen en het pissoir werd voorzien van een ronde kap met beschermschot. Het is dus een ontwerp dat sterk voortborduurt op het ontwerp uit 1880.
Niet al het oude straatmeubilair is overigens beschermd. De koninklijke lantaarns van het Paleis op de Dam (1844) sinds kort wel. Ook beschermd zijn beelden als Rembrandt op het Rembrandtplein (1852) en Thorbecke op het Thorbeckeplein (1876) en de fontein en sfinxen van het Wertheimpark (1898). Al deze objecten behoren tot de 200 nieuwe Rijksmonumenten. Vermeldenswaardig zijn de twee fonteinen en zes lantaarns van H.P. Berlage op het Beursplein (1930).
Een belangrijke periode voor het straatmeubilair was die van de Amsterdamse School. Voorbeelden van straatmeubilair in Amsterdamse School zijn girobussen, brandmelders en meterkasten, maar er is ook een enkel urinoir in Amsterdamse School-stijl.

Combineer een bezoek aan een monument met een stadswandeling: klik hier


Amsterdam De Telegraaf
“ Nieuwezijds Voorburgwal 225 vm. hoofdgebouw dagblad De Telegraaf (1927/30) Nog niet zo lang geleden gold de Nieuwezijds Voorburgwal als dé krantenboulevard van Nederland. Omstreeks 1950 bevonden zich langs deze voormalige ‘Fleetstreet’ niet minder dan tien dagbladvestigingen. In de loop van de jaren ‘60 begon de geleidelijke teloorgang van de ‘Nieuwezijds’ als concentratiepunt van de landelijke dagbladpers. Inmiddels hebben de nog resterende voormalige krantengebouwen alle een andere functie. Het bedrijfspand van De Telegraaf werd in 1927 in opdracht van directeur/eigenaar H.M.C. Holdert ontworpen door J.F. Staal en G.J. Langhout. In 1930 werd de bouw voltooid. Langhout was verantwoordelijk voor de constructie. De Telegraaf, opgericht in 1892, was onder Holderts leiding de grootste krant van Nederland geworden. De gehele productie van de krant, van redactie tot en met distributie, werd in het nieuwe gebouw geconcentreerd. De drukkerij bevond zich op de begane grond en werd van daglicht voorzien door grote in brons gevatte ramen, het benedengedeelte met spiegelglas - waardoor het publiek vanaf de straat een deel van het productieproces kon volgen - en in het bovendeel met glazen bouwstenen. Deze openheid en nadruk op voldoende lichttoevoer was kenmerkend voor de architectuur van de Nieuwe Zakelijkheid, waarin het gebouw overwegend is uitgevoerd. Het linkerdeel van de voorgevel en ook de toren rechts sluiten meer aan bij de Amsterdamse School. Bij de voorgevel en de toren is onder meer gebruik gemaakt van graniet en een bronskleurige, speciaal voor dit bedrijfspand gebakken, verglaasde steen.Sinds 1985 is in het gebouw een onderdeel van de Kas-Associatie gevestigd.

Amsterdam De Wintertuin
“ Warmoesstraat 169 Wintertuin Grand Hotel Krasnapolsky (1879/80) De wintertuin van café-restaurant Krasnapolsky - toen nog geen hotel en nog gesitueerd aan de Warmoesstraat - werd in 1879 ontworpen door architect G.B. Salm. De wintertuin was onderdeel van een grootscheepse verbouwing die het succesvolle restaurant meer cachet moest geven. De grote zaal werd overspannen door een hoge glazen kap, gedragen door een ijzeren dakconstructie met ranke gietijzeren kolommen. Het bouwwerk van glas, hout en ijzer, waarbij de constructie tevens als decoratief element geldt, was iets nieuws aan het eind van de 19de eeuw in de Nederlandse bouwkunst. Eind 1989 werd onder leiding van architect M. Grothausen een begin gemaakt met de restauratie van de wintertuin. In de loop der jaren was de tuin volledig veranderd; draperieën en bloemetjesbehang bedekten de muurschilderingen en grote delen van de gietijzeren kolommen. De zaal was met voorzetwanden ingekort en het plafond gedeeltelijk verlaagd. De schilderingen van Tetar van Elven op de korte wanden onder de kap waren aan het oog onttrokken. Van de originele wandschilderingen boven de galerijen bleek niet veel meer over te zijn dan gescheurde stukken linnen, die niet meer te redden waren Schilderes C. van der Donk kreeg de opdracht om de vlakken tussen de spanten opnieuw te decoreren. De boogschilderingen van Van Elven werden schoongemaakt en gedoubleerd. Boven de ingang prijkt weer in originele kleurstelling het wapen van Nederland, geflankeerd door personificaties van kunsten en wetenschap. Aan de andere kant van de zaal is weer het wapen van Amsterdam te zien, geflankeerd door personificaties van handel en wetenschap. Tijdens de restauratie zijn alle smeedijzeren spanten, die per stuk 1800 kilo wegen, gedemonteerd, gestraald en opnieuw in de originele kleur groen geschilderd. Onder de niet-brandwerend beklede kap is een sprinklerinstallatie aangebracht en in het glazen zadeldak bevinden zich zogeheten brandluiken.

Amsterdam Voormalig Burgerweeshuis AHM
“ Het Amsterdams Historisch Museum is sinds 1975 gevestigd in de gebouwen van het voormalige Burgerweeshuis. De gevels, de poorten, de regentenkamer en de jongens- en meisjesbinnenplaats herinneren nog steeds aan het weeshuis. In en rond de regenten- kamer wordt een korte geschiedenis van het weeshuis vertelt. In een interactief programma over het weeshuis zijn bovendien veel oude foto's te bekijken. Van dit programma zijn hieronder enkele korte fragmenten te zien.
Het Burgerweeshuis Het Burgerweeshuis werd omstreeks 1520 gesticht in een huis aan de Kalverstraat. In 1579 verhuisde het naar het voormalige St. Luciënklooster, dat op de plaats van het huidige museum stond. De middeleeuwse kloostergebouwen werden geleidelijk aan afgebroken en in de 17de eeuw vervangen door nieuwbouw.

Amsterdam Cromhouthuizen
“Sinds 1975 is het Bijbels Museum gevestigd in twee statige grachtenpanden aan de Amsterdamse Herengracht, de zgn. Cromhouthuizen. Deze monumentale panden werden in 1662 gebouwd door de beroemde architect Philips Vingboons, in de stijl van het Hollands Classicisme. Opdrachtgever en eerste bewoner was de vermogende koopman Jacob Cromhout. Een krom stuk hout in de gevel herinnert aan zijn naam.
architectuur De panden herbergen een schat aan architectonische en historische hoogtepunten. Zo zijn er twee 17de-eeuwse keukens. Deze behoren tot de best bewaarde antieke keukens van Nederland. De beide tuinkamers hebben prachtige stucplafonds van Ignatius van Logteren. Bijzonder fraai is de Engelse Staatsietrap die vanuit de marmeren hal naar de bovenverdiepingen leidt. Jacob de Wit Hoogtepunt is de plafondschildering die Jacob de Wit in 1718 in de achterzaal aanbracht. Deze bestaat uit verschillende doeken in een setting van eikenhouten balken, waarop mythologische voorstellingen zijn afgebeeld. Sinds 2000, na de voltooiing van de restauratievan het pand, is het Bijbels Museum een tweede zolderstuk van De Wit rijk: “Apollo en de vier seizoenen” uit 1750, dat een plaats heeft gekregen in één van de gerestaureerde zalen.

Amsterdam Grote Synagoge JHM
“ 1671 De Grote Synagoge is de oudste van de vier synagogen waarin het Joods Historisch Museum gevestigd is. Van deze voormalige synagogen heeft de Grote Synagoge altijd het meest in aanzien gestaan. Het gebouw is dan ook veelvuldig afgebeeld en er is veel over geschreven. De Hoogduitse joodse gemeente van Amsterdam is in 1635 opgericht en kwam aanvankelijk op verschillende locaties bijeen. Door de grote toestroom van joodse emigranten uit Oost-Europa, op de vlucht voor oorlogen en pogroms, groeide de gemeente echter zo snel dat in 1670 een perceel werd aangekocht om een eigen synagoge te bouwen. Als aannemer en meester-metselaar werd Elias Bouman aangetrokken. Hij bouwde tevens het Pintohuis en enkele jaren na de Grote Synagoge de Portugese Synagoge. In de bouwstijl van de Grote Synagoge is ook de invloed van stadsbouwmeester Daniel Stalpaert te herkennen
1752 Hoewel er inmiddels drie synagogen naast elkaar stonden was er in de achttiende eeuw, door de aanhoudende groei van de gemeente, nog steeds sprake van ruimtegebrek. Aan het begin van de achttiende eeuw werd een leeg perceel aan de Deventer Houtmarkt gekocht voor de vestiging van een extra synagoge. Op 17 juli 1730 werd de eerste Nieuwe Synagoge ingewijd. Dit was een relatief klein gebouw. Tegen 1750 werden nog eens vier belendende percelen aangekocht. In één daarvan woonde opperrabbijn Arjeh Leib ben Saul, de stichter van het Hoogduitse Beth Hamidrasj Ets Chaim
1685 Na de bouw van de Grote Synagoge in 1671 ontstond al binnen kortre tijd ruimtegebrek. Vandaar dat er al snel begonnen werd met de bouw van een Tweede Synagoge, ook wel de Obbene Sjoel genaamd. Deze (bij)naam dankt het gebouw aan het feit dat zij een bovenruimte ('obben') in beslag neemt. De ruimte onder de synagoge was vroeger een vleeshal. Dit oorspronkelijk houten gebouw stond op een achtererf aan de Nieuwe Amstelstraat, dat in 1671 aangekocht was door de joodse gemeente.
Al in 1680 kocht de Hoogduitse gemeente twee huisjes met klokgevels, gelegen aan de huidige Nieuwe Amstelstraat. Deze lagen vóór de houten vleeshal die op de plek stond waar in 1685 de Obbene Sjoel zou verrijzen.
Op een anonieme gravure uit 1693 getiteld De Hoogduytse Joode Synagoge zijn de huisjes nog te zien. In 1700 werd in deze huisjes een synagoge gevestigd die de Dritt Sjoel genoemd werd. In 1777 werden de oude huisjes vervangen door een nieuw gebouw dat op 3 april 1778 werd ingewijd. Dit nieuwe gebouw kennen wij nu nog als de Dritt Sjoel.

Amsterdam Geelvinck Hinlopen Huis
“ Het Geelvinck Hinlopen Huis is een patriciershuis gebouwd in 1687. Het dubbele huis met koetshuis is gelegen tussen Museum Van Loon en Museum Willet-Holthuysen, in het buurtje van de zeven bruggetjes / Seven Bridges Quarter. Te bezichtigen zijn de stijlkamers met meubels en schilderijen uit de 17de tot 19de eeuw en de weelderige formele tuin met een grote vijver

Amsterdam Hollandsche Schouwburg
“ De Hollandsche Schouwburg werd gedurende de oorlogsjaren 1942-1943 gebruikt als deportatieplaats voor joden. Het gebouw, in 1892 gebouwd als huis voor cultuur en ontspanning in het hart van de oude jodenbuurt, werd daarmee een plek van onheil en intens verdriet. Vanuit de schouwburg werden duizenden mannen, vrouwen en kinderen weggevoerd naar Westerbork en vandaar verder, de dood tegemoet. Weinigen overleefden. 104.000 Nederlandse joden werden vermoord in de vernietigingskampen van de Duitse bezetter.

Amsterdam Huis Marseille
“Het huis Marseille is gevestigd in een gelijknamig gerestaureerd 17e-eeuws pand aan de Keizersgracht. In de zomermaanden is huis Marseille langer geopend. Het museum Huis Marseille is genoemd naar het pand waarin het is gevestigd. Dit monumentale woonhuis werd rond 1665 gebouwd in opdracht van de Franse koopman Isaac Focquier. Op de imposante, classicistische gevel liet Focquier een steen aanbrengen met de plattegrond van de Franse havenstad Marseille. Het schip dat hij in Marseille had laten bevrachten en dat hem naar Amsterdam had gebracht, maakte van hem een gefortuneerd man. Hoewel Focquier het pand al in 1676 moest verkopen, is de gevelsteen nog altijd aanwezig. De oorspronkelijke, 17de-eeuwse indeling van het huis is driehonderd jaar later nog grotendeels intact: met een voorhuis, binnenplaats, achterhuis en tuin.

Amsterdam Nieuwe Kerk
“Amsterdams bekendste en zonder twijfel drukst bezochte kerk staat in het hart van de stad, naast het Koninklijk Paleis op de Dam. Wie de kerk voor het eerst bezoekt, zal zich wellicht verbazen over de naam van dit eeuwenoude gebouw: De Nieuwe Kerk. De naam dateert uit de vijftiende eeuw en diende in de volksmond ter onderscheiding van 'De Oude Kerk'. De stad breidde zich in rap tempo uit en deze kerk aan de 'oude zijde' van het Damrak kon de groeiende stroom kerkgangers niet meer aan. De bouw van een tweede parochiekerk aan de 'nieuwe zijde' van de stad werd een noodzaak. Een voornaam burger, Willem Eggert, schonk zijn boomgaard als bouwgrond en in 1408 kreeg het nieuwe godshuis 'wegens zware overbelasting van de zielszorg van de bestaande kerk...' bisschoppelijke goedkeuring.De Nieuwe Kerk is altijd een multifunctioneel gebouw geweest. Het was sinds de middeleeuwen een godshuis annex begraafplaats, maar het werd door de week voor zeer uiteenlopende doeleinden gebruikt. Het kon tijdelijk als beurs fungeren, of als stadsmuziekzaal waar wandelconcerten werden gegeven, of als aula waar prijs- en diploma-uitreikingen plaatsvonden. De Nieuwe Kerk bood voor al die gelegenheden een grote, representatieve ruimte in het hart van de stad. De huidige Nieuwe Kerk vervult in het stadsleven een vergelijkbare rol in een andere tijd, in andere omstandigheden. Nog steeds is De Nieuwe Kerk als het ware een overdekt plein, een verlengstuk van de Dam, waar mensen elkaar ontmoeten. Hier zijn grote tentoonstellingen te bezichtigen, worden feestelijke en plechtige bijeenkomsten gehouden en vinden culturele manifestaties plaats.

Amsterdam Oude Kerk
“Op 17 september 1306 werd de Oude of St. Nicolaaskerk te Amsterdam, of liever de kerk die in vier eeuwen zou uitgroeien tot het huidige kerkgebouw, gewijd door de Bisschop van Utrecht, Guy d'Avesnes. Men zou kunnen zeggen: het spirituele begin van Amsterdam. Maar evenzeer is het bouwhistorisch een uiterst belangwekkend monument onder de historische kerken in Nederland: haar bijzondere, gotische baksteenarchitectuur, de indrukwekkende gravenvloer en het nog orgineel middeleeuwse houten tongewelf, grootste in Europa, levert een zeer sfeervolle, opvallend lichte en lege kerkruimte op.

Amsterdam Ons’Lieve Heer op Solder
“In 1661 begint de geschiedenis van Ons’ Lieve Heer op Solder. Dan koopt de welgestelde koopman Jan Hartman (1619-1668) een huis ‘op stand’ aan de Oudezijds Voorburgwal, in de volksmond ‘Fluwelen Burgwal’ geheten. Dit pand, het huidige museum bestaat uit een voorhuis met twee achterhuizen, waarbij de derde verdieping van het voorhuis één geheel vormt met de bovenste etage van de achterhuizen. De nieuwe eigenaar laat het huis direct grondig verbouwen. Op de bel-etage en in het souterrain brengt Jan Hartman zijn winkel en opslag onder. Op eerste verdieping komt een - voor die tijd rijke - ontvangstkamer, waar Hartman gasten en zakenrelaties zijn status en gastvrijheid kan tonen. De Sael behoort tegenwoordig tot de best bewaarde woonruimten in Nederland uit de Gouden Eeuw en is zelfs in Japan, in kopie, te bewonderen. Gedoogbeleid Hartman is katholiek en zijn zoon studeert voor priester. In het gereformeerde Amsterdam is nauwelijks gelegenheid om hun geloof te belijden. Enkele jaren na de Alteratie (de overgang naar het gereformeerde geloof van Amsterdam) in 1578 is er namelijk een officiële verbod gekomen op de viering van de katholieke eredienst. Daarom laat Hartman op de bovenste drie verdiepingen van zijn huis een rooms-katholieke schuilkerk bouwen. Ruim tweehonderd jaar dient Hartmans zolderkerk als parochiekerk voor de binnenstad. De protestante overheid weet van het bestaan van de schuilkerk, maar kneep een oogje dicht. Amsterdam hanteerde een ‘gedoogbeleid’ ten aanzien van de diversiteit aan geloofsrichtingen in de stad.

Amsterdam Gebouw Plancius
“Gebouw Plancius aan de Plantage Kerklaan 61 biedt sinds 1999 onderdak aan het Verzetsmuseum. De geschiedenis van gebouw Plancius Gebouw Plancius dateert uit 1876. Het initiatief tot de bouw kwam van de joodse zangvereniging Oefening Baart Kunst. Het pand deed achtereenvolgens dienst als muziektempel en sociëteit, als zalencentrum en bijna tachtig jaar lang als garage. Sinds 1999 is het de behuizing van het Verzetsmuseum. Ook is er, sinds 1 januari 2000, café-restaurant Plancius gevestigd. Boven bevinden zich enkele appartementen. De gevel van Plancius, met de davidsster, herinnert aan de tijd toen Amsterdam nog in hoge mate een joodse stad was. Gebouw Plancius lag vlak bij de oude joodse buurt, op tien minuten loopafstand. (Die legendarische buurt, de Jodenhoek, was overigens al voor de komst van de nazi's aan het verdwijnen. Vanaf 1916 werden hier talrijke krotwoningen op last van de gemeente gesloopt. Tweederde van de joodse bewoners verhuisde tijdens deze saneringen naar andere, nieuwe delen van de stad, zoals de Transvaalbuurt en de Rivierenbuurt.)

Amsterdam Theater Instituut
“Rondleiding door het historische pand Vijf monumentale panden met prachtige tuinen vormen het decor van het Theatermuseum. De panden werden in de 17de eeuw in opdracht van rijke Amsterdamse burgers door vooraanstaande architecten als Philip Vingboons gebouwd. Het Bartolottihuis (nrs. 170-172) en het pand 168 zijn een bezoek meer dan waard. De inrichting hier is in de loop van de tijd weinig veranderd. De originele muur- en plafondschilderingen, de marmeren hal en de handgesneden wenteltrap zijn nog steeds te bewonderen.

Amsterdam Grachtenhuis Van Loon
“THUIS AAN DE GRACHT Museum Van Loon is gelegen aan de Keizersgracht 672 in Amsterdam. Het dubbele grachtenhuis dateert uit 1672. De eerste bewoner was de schilder Ferdinand Bol, Rembrandts beroemdste leerling. In de negentiende eeuw kwam de familie Van Loon in het pand wonen. Deze familie heeft een lange geschiedenis in Amsterdam. Willem van Loon was een van de oprichters van de Vereenigde Oostindische Compagnie. De laatste bewoonster van het gehele huis was Thora van Loon - Egidius. Als Dame du Palais van Koningin Wilhelmina ontving zij in het huis vele vorstelijke gasten. Door de eeuwen heen is het interieur grotendeels intact gebleven. Wij nodigen u uit om de collectie te bekijken.

Amsterdam Willet-Holthuysen
“ Museum Willet-Holthuysen staat aan de Herengracht 605. Het is het enige volledig ingerichte Amsterdamse grachtenpand dat dagelijks voor publiek geopend is. De laatste bewoners waren Abraham Willet (1825-1888) en zijn echtgenote Louisa Holthuysen (1824-1895). Mevrouw Willet-Holthuysen liet in 1895 het huis met de inboedel en de omvangrijke kunstverzameling van haar echtgenoot na aan de stad Amsterdam. De voorwaarde was dat het huis een museum zou worden. Het Museum Willet-Holthuysen bestaat uit stijlkamers en er zijn het hele jaar door tentoonstellingen. In 1996 werd het museum gerenoveerd.

Arnhem Burgerweeshuis
“Het Historisch Museum is gevestigd in een pand dat dateert uit het midden van de 18e eeuw. Deze oude patriciërswoning bestond uit 8 kamers, kelders en een ruime zolder, een washuis, mangelkamer en watervoorzieningen zoals een regen- en een welwaterpomp. Het huis heeft de vorm van een kubus en is opgetrokken uit rode baksteen. Aan de voorgevel is een in zandsteen uitgevoerde raamomlijsting met elementen van de vier jaargetijden in rococostijl aangebracht. Deze symboliek komt ook terug in het interieur, in het stucwerk in de gang. De gevel heeft een prachtige horizontale houten lijst met gesneden rococo consoles. De hoofdindeling van het gebouw is, ondanks de vele verschillende functies die het in de loop der tijd heeft gehad, bewaard gebleven

Arnhem Koepelgevangenis
“ Arnhem Koepelgevangenis

Arnhem Monumenten
“ Arnhem Monumenten tweede wereldoorlog

Arnhem Monumenten
“ Arnhem Monumenten op 1 bladzijde De Eusebiuskerk, De St Walburgisbasiliek, De Sabelspoort, Het Duivelshuis, Het Presickhaeffs Huys, De Koepelkerk, Het Postkantoor, Het Sint Peters Gasthuis, Kasteel Rosendael, Kasteel Zypendaal,

Assen Monumenten in Assen
“ Monumentenlijst Assen

Bergen op Zoom Historisch Centrum het Markiezenhof
“ In het historisch centrum van Bergen op Zoom ligt het mooiste laat-gotische stadspaleis van West-Europa: Het Markiezenhof. Dit monument werd op het einde van de 15e eeuw gebouwd ter meerdere eer en glorie van de Markiezen van Bergen op Zoom door de fameuze Mechelse bouwmeesters Anthonie en Rombout Keldermans. Achter de vorstelijke gevel verschuilt zich een fascinerend geheel van zalen, kamers, galerijen, traptorens, binnenplaatsen en tuinen.
Dwalend door dit uitgestrekte paleis, waar de adellijke sfeer nog bijna tastbaar is, krijgt de bezoeker een beeld van de elegante levenswijze van de vroegere bewoners. De collectie bestaat uit schilderijen, meubilair en sier- en gebruiksvoorwerpen uit de 15 tot en met de 18e eeuw. Spectaculair is de omvangrijke kermisverzameling die een indringend beeld schetst van de geschiedenis van dit volksvermaak. Wisselende tentoonstellingen op het gebied van spotprenten (www.politiekespotprenten.nl) bieden de bezoeker steeds weer iets nieuws.

Bourtange Vestingstadje
“Bourtange, Vestingstadje oa. Geschiedenis Van 1580 tot 2006. Voor het ontstaan van de vesting moeten we terug naar de Tachtigjarige Oorlog. In de 16e eeuw beheersten onze voorouders de grondwaterstand nog niet. Grote onbegaanbare moerassen bedekten de helft van de huidige provincies Groningen en Drenthe. Die moerassen waren slechts op enkele plaatsen, harde zanderige passen, doorgankelijk, waaronder de 'twee uur gaans lange, slechte pas' over de plaats waar later Bourtange zou ontstaan. In maart 1580 kwam door het verraad van George van Lalaing, graaf van Rennenberg, de in 1577 door de Staten-Generaal benoemde stadhouder van Friesland, Groningen en Drenthe, de stad Groningen in handen van de Spanjaarden. Later in het jaar 1580 gaf prins Willem van Oranje opdracht om een schans met vijf bastions aan te leggen op de zandrug in het moerasgebied op de grens met Duitsland. Over deze zandrug, of tange, liep de weg die de stad Groningen verbond met Lingen en Westfalen. De Spanjaarden gebruikten deze route onder meer om de stad te bevoorraden. De prins hoopte door het aanleggen van de schans deze belangrijke route te blokkeren, zodat de stad Groningen geheel geïsoleerd zou komen te liggen

Delft Legermuseum
“Delft Legermuseum het gebouw Het Armamentarium De geschiedenis van het gebouwencomplex waarin het Legermuseum is gevestigd begon in 1601. Midden in de oorlog met Spanje bouwde het gewest Holland en Westfiresland een centraal Armamentarium oftewel een wapenmagazijn. Op de kadepunt tussen Oude Delft en Geer verrees een bouwwerk met trapgevels dat ruimte bood aan geschut, munitie en allerlei toebehoren. Na aankoop van nieuw terrein in 1660 bouwde men een klein wachthuis en een smederij. De belangrijkste uitbreiding volgde in de jaren na 1691. Grond en huizen van de buren werden aangekocht (voor 17.691 gulden 10 stuivers en 2 penningen). Op de vrijgekomen plaats werd een statig tweede magazijn neergezet voor '...affuiten, salpeter, ende andere groove ende volumineuze waeren ende behoefften van oorloghe.' Verschillende verbouwingen veranderden indeling en aanzien van het complex. Een aangrenzend pakhuis van de Verenigde Oostindische Compagnie werd in 1802 aan het geheel toegevoegd

Combineer een bezoek aan een monument met een stadswandeling: klik hier


Delft Legermuseum Het Armamentarium Legermuseum
“ De geschiedenis van het gebouwencomplex waarin het Legermuseum is gevestigd begon in 1601. Midden in de oorlog met Spanje bouwde het gewest Holland en Westfiresland een centraal Armamentarium oftewel een wapenmagazijn. Op de kadepunt tussen Oude Delft en Geer verrees een bouwwerk met trapgevels dat ruimte bood aan geschut, munitie en allerlei toebehoren. Na aankoop van nieuw terrein in 1660 bouwde men een klein wachthuis en een smederij. De belangrijkste uitbreiding volgde in de jaren na 1691. Grond en huizen van de buren werden aangekocht (voor 17.691 gulden 10 stuivers en 2 penningen). Op de vrijgekomen plaats werd een statig tweede magazijn neergezet voor '...affuiten, salpeter, ende andere groove ende volumineuze waeren ende behoefften van oorloghe.' Verschillende verbouwingen veranderden indeling en aanzien van het complex. Een aangrenzend pakhuis van de Verenigde Oostindische Compagnie werd in 1802 aan het geheel toegevoegd

Delft De Delftse Monumten Digitale site

“ Deze tak van de Delftse Monumenten Digitaal-site is zeer geschikt om meer te weten te komen over de meest beeldbepalende monumenten in Delft, zoals de grotere kerken en het stadhuis. Met behulp van het overzicht kunt u ook zien waar deze panden zich bevinden. Op de overzichtstekening zijn 21 bekende monumenten weergegeven door rode pictogrammen. Als u een van de panden selecteert wordt er uitgebreide informatie en foto´s getoond. Verder is er een galerij ingericht met fotos´s van deze monumenten. Het aanklikken van een foto roept een monumentbeschrijving op. Voor de omschrijvingen van de monumenten is gebruik gemaakt van ´ Monumenten in Delft ´ van ir. W. F. Weve. In dit boek worden in totaal 50 Delftse monumenten nader toegelicht.
Oud-Katholieke kerk Bagijnhof 21 Oud-Katholieke schuilkerk met zeer rijk, barok interieur. Gebouwd in 1743Begijnen Het Delftse begijnhof (thans gespeld Bagijnhof) is in de 13e eeuw ontstaan. In het ommuurde hof woonde een groep vrouwen (begijnen), die zonder in een klooster te treden in armoede een kuis en vroom leven wilde leiden. In de 14e eeuw omvatte het voortdurend uitgebreide hof een aantal huizen, een kapel en enige dienstgebouwen. Bij de stadsbrand van 1536 werd het begijnhof grotendeels in de as gelegd. De herbouw van de kapel, begonnen rond 1550, werd vermoedelijk nooit voltooid.
Molen De Roos Phoenixstraat 112 Van oorsprong op de stadswal gebouwde korenmolen. Molenaarshuis uit 1728 tegen de oudere zeskantige onderbouw van de molen. Ronde bovenbouw dateert uit latere tijd.
Prinsenhof Sint Agathaplein 1 Complex ontstaan als Sint Agathaklooster. Oudste delen eerste helft 15e eeuw, jongste delen 16e eeuw. Na de reformatie in diverse delen met afzonderlijke bestemmingen opgedeeld.Complex tussen 1932 en 1951 gerestaureerd tot stedelijk museum
Het klooster Het Sint Agathaklooster was het grootste klooster binnen de muren van het middeleeuwse Delft. De kapel, de kapittelzaal en de vleugels langs de Schoolstraat met onder andere een eet- en een gastenverblijf, kwamen in de 15e eeuw tot stand. De vleugels loodrecht op laatstgenoemde vleugels werden in de 16e eeuw gebouwd. Het complex strekte zich uit van de Oude Delft tot aan de stadswal (Phoenixstraat) en omvatte binnenplaatsen en tuinen
De Génestetkerk Oude Delft 102 Neorenaissance Remonstrantse kerk uit 1896 ter plaatse van vroegere schuilkerkRemonstranten In 1619 werden tijdens de Synode van Dordrecht de volgelingen van Arminius, de Arminianen, uit de ´gereformeerde´ kerk gestoten. Naar aanleiding van hun verweerschrift ´Remonstrantie´ werden zij aangeduid als Remonstranten. Na 1619 waren de Remonstranten gedwongen in het geheim bij elkaar te komen. In Delft deed men dat aanvankelijk in een schuur achter de bebouwing aan de westzijde van de Oude Delft. In 1638 kocht de ´directeur´ van de Remonstrantse gemeente, Jan Jansz. Nachtegaal, een voormalige mouterij tussen Oude Delft en Wijnhaven, die via een poort op de plaats van het huidige smalle pandje Wijnhaven 13 bereikbaar was
Schuilkerk De mouterij werd in 1639 ingrijpend verbouwd tot (schuil-)kerk of zelfs door een geheel nieuw kerkgebouw op de oude fundamenten vervangen. Op de plaats van de poort aan de Wijnhaven kwam een ´gewoon´ huis, waarvan het jaartal in de gevelsteen nog steeds aan de bouwactiviteit herinnert. De kerk werd sindsdien bereikt via een smalle gang binnen Wijnhaven 13 of 14. Het gebouw was uitwendig zeer sober uitgevoerd; inwendig iets rijker in Hollands-classicistische vormen. In de loop der tijd werd het enige malen verbouwd en aangepast aan het stijgende aantal gemeenteleden
Oostindisch Huis Oude Delft 39 Zetel van de kamer Delft van de VOC. Ontstaan in 1631 bij een verbouwing van oudere panden. In 1722 voor een deel vernieuwd en uitgebreid. Nu complex met VOC-zaal en wooneenheden.
Armamentarium Nederlands Leger- en Wapenmuseum ´Generaal Hoefer´ Korte Geer 1 Wapenmagazijn van de Staten van Holland en Westfriesland. Oudste deel uit 1601-1602, uitgebreid in 1660 en in 1691-1693. Na 1802 ten behoeve van het Ministerie van Oorlog uitgebreid met onder andere het voormalig Oostindisch Pakhuis.
Waag Markt 11 Waaggebouw, in 1664 ontstaan door samenvoeging van twee oudere panden. Stadswaag Het recht om een waag te bezitten was een van de eerste stadsrechten die Delft in de Middeleeuwen verkreeg. Volgens een stedelijke keur (verordening) waren handelaren verplicht om producten die per gewicht werden verhandeld en zwaarder waren dan tien pond, in de stadswaag te laten wegen. Daardoor werd een eerlijke handel bevorderd, wat onmisbaar was voor de ontwikkeling van Delft als markt- en handelsplaats. De heffing van waaggeld, een stedelijke accijns, betekende bovendien een bron van inkomsten voor de stad. Met het woord ´waag´ (op verschillende manieren geschreven, als waeghe, waech enz.) werd in eerste instantie een weeginstrument bedoeld, maar later ook het waaghuis waar dat zich in bevond. Er werd gewogen met een opgehangen tweearmige balans met twee waagschalen´ (waar ons woord weegschaal van is afgeleid)
. Stadhuis Markt 87 In 1618-1620 gebouwd rond restanten oude stadhuis. Architect: Hendrick de KeyserHet middeleeuwse stadhuis Ter plaatse van het stadhuis en directe omgeving bevond zich sedert de 13e eeuw een grafelijk hof. Rond 1435 gingen de gebouwen en het marktveld (dat tot dan toe ook grafelijk bezit was) over in handen van de stad Delft. Delen van het complex werden hersteld en aangepast aan een nieuwe functie, namelijk die van stadhuis. Voordien was het stadhuis nabij de hoek Choorstraat-Voorstraat gesitueerd. Door diverse uitbreidingen en herstellingen werd het stadhuis aan de Markt in feite een groepje gebouwen met als opvallendste de in oorsprong 13de-eeuwse gevangenistoren die aanvankelijk nog deel van het grafelijke hof had uitgemaakt
Nieuwe Kerk Markt Tweede parochiekerk van Delft. Gebouwd tussen 1383 en 1510. Toren gebouwd tussen 1396 en 1496. Huidige spits uit 1875. Praalgraf van Willem van Oranje uit 1614-1622. Thans Nederlands Hervormde kerk. De kerk In 1381 werd de tweede parochiekerk van Delft als een kleine, houten noodkerk gebouwd. In 1383 werd ten oosten ervan begonnen met de bouw van het dwarsschip en het, enkelvoudige koor van een grote, bakstenen kerk. Rond 1390 was dit gedeelte gereed. In 1396 begon men ten westen van de noodkerk met de bouw van de toren. In 1412 was het onderste stuk daarvan gereed en kon men daarop aansluitend het schip met de zijbeuken gaan bouwen. In 1435 werden die werkzaamheden afgesloten. De kerk was aanvankelijk aan Maria en later, sedert 1404, aan St.-Ursula gewijd. Het koor werd tussen 1453 en 1465 uitgebreid met een kooromgang, waarna het koor zelf werd vervangen door een hoger koor dat in 1476 in gebruik werd genomen. Rond 1485 werd de zuidelijke zijbeuk langs de toren doorgetrokken en voorzien van een uitgebouwde doopkapel. Andere nog bestaande uitbouwen zijn de sacristie met een librije op de verdieping, een kluis tegen de koorsluiting en een Mariakapel tegen de noordgevel van het noorder dwarsschip.In navolging van de Oude Kerk wilde men ook de nieuwe kerk volgens een ontwerp van Anthonis Keldermans uitbreiden, maar men kwam niet verder dan enige fundamenten.Bij de stadsbrand van 1536 brandde de kerk uit. Bij het herstel werden de daken op een eenvoudiger plan hersteld. De beeldenstorm in 1566 betekende een einde van de bouwactiviteiten De toren De eerste steen voor de toren werd gelegd in 1396. De overwegend bakstenen onderbouw op een vierkante plattegrond kwam gereed in 1412 waarna de bouwactiviteiten zich verlegden naar het kerkgebouw. Pas in 1430 ging men weer verder met de toren. Het eerste achtkant werd opgetrokken in ledesteen, een witte Belgische natuursteen. Rond dit achtkant werden in de jaren 1440-1441 de vierkante hoektorentjes gebouwd die ervoor zorgen dat het silhouet van de onderbouw fraai in de bovenbouw overgaat. Het eerste achtkant kwam gereed in 1447. In 1484 werd besloten de bouw van de toren voort te zetten met de bouw van het tweede achtkant. Een Belgische steenhouwer kreeg de opdracht de benodigde natuursteen, in dit geval gele Bentheimer zandsteen, kant en klaar bewerkt te leveren. De bestelling werd twee jaar later geleverd. De kerkmeesters schrokken zo van de enorme hoeveelheid steen dat ze bang waren dat de toren onder het gewicht van de tweede achtkant in zou storten. De stenen bleven acht jaar opgestapeld liggen. Pas in 1494 durfde men de bouw weer aan. Een jaar later was het tweede achtkant gereed. De toren werd bekroond met een houten, appelvormige spits, die in 1496 gereed was. Het was niet de bedoeling dat het tweede achtkant zwart zou worden. Tijdens de bouw was niet bekend dat Bentheimer zandsteen in de loop der tijd zwart zou verweren. In 1536 brandde de torenspits af na blikseminslag tijdens hevig noodweer dat ook de grote stadsbrand tot gevolg had. Er kwam een eenvoudige nieuwe spits die ongeveer 22 meter hoog was. Ook deze spits ging door brand, in 1872, verloren. De circa 40 meter hoge spits die daarna kwam en er nu nog is, kwam in 1875 gereed. In tegenstelling tot de vorige, houten spitsen is deze opgebouwd in profielijzer. Het was de bedoeling dat de toren hoger zou worden dan de Domtoren in Utrecht en daarmee de hoogste toren van Nederland zou zijn. Dit was ook zo tot bijna een eeuw later de Domtoren een nieuwe, hogere spits kreeg Restauraties In de jaren 1923-1925 en 1931-1937 werd de kerk grondig gerestaureerd. De gebrandschilderde ramen werden tussen 1927 en 1936 aangebracht. Bij de restauratie is gekozen voor een niet-gepleisterd interieur, terwijl het interieur altijd gepleisterd was geweest. De toren werd daarna onder handen genomen en was in 1950 klaar. Onder andere vanwege de luchtvervuiling (zure regen) was het bovenste gedeelte van de toren enige tientallen jaren later alweer aan restauratie toe. Deze vond plaats in 1987Grafkelder vorstenhuis De kerk is van belang vanwege de, overigens niet voor het publiek toegankelijke, grafkelder van het Nederlandse vorstenhuis. In het koor verrees tussen 1614 en 1622 het praalgraf van Prins Willem I volgens een ontwerp van Hendrick de Keyser. In de kooromgang bevinden zich een aantal grafmonumenten
Maria van Jessekerk Burgwal 20 Neogothische, rooms-katholieke parochiekerk. Gebouwd in de periode 1875-1882.
Molslaan 104 Heilige Geesthuis, later ook vondelingenhuis, uit het einde van de 15de eeuw.
Oostpoort Oostpoort 1 Stadspoort, ca. 1400. Torens verhoogd in 1514. Landpoort door stukje landsmuur verbonden met waterpoort. In gebruik als woning annex expositieruimte.
St.-Huybrechtstoren Oostplantsoen 40 Waltoren uit het eerste kwart van de 16de eeuw. In 1914 gerestaureerd, sedertdien clubgebouw van roeivereniging De Delftse Sport.
Bibliotheek TU Delft Schuttersveld 2 Bibliotheekgebouw Technische Universiteit uit 1910-1915 in neo-renaissance stijl.
Artilleriemagazijn Depot Nederlands Leger- en Wapenmuseum
´Generaal Hoefer´ Paardenmarkt 1 Voormalig artilleriemagazijn van Holland en West-Friesland. Complex met gebouwen uit 17e-19e eeuw.

Delft Nieuwe Kerk
“Delft De Nieuwe Kerk Alle info die u maar wenst
Een visioen
In januari 1351 knielt een als zonderling bekend staande bedelaar neer op de Markt in Delft. Zijn naam is broeder Symon. Volgens de ‘Beschrijvinge der Stadt Delft’ uit 1667 komt een zekere Jan Col hem wat eten brengen. Hij wordt door Symon aangesproken met: “O myn uytverkooren live vriendt en siedt dy niet den Hemel open?” Beiden kijken in de lucht en zien daar, volgens de overlevering, een ‘goude Kerck’, gewijd aan Maria.
De bedelaar sterft kort daarop, maar Jan Col blijft dertig jaar lang, telkens op diezelfde januaridag, een ‘schoon licht ende klareheydt’ zien op de plek die broeder Symon heeft gewezen. Hij vindt dat er op die plaats een kerk moet komen. Wanneer twee ‘sonderlinge devote Bagynen’ het verzoek steunen en een van hen bovendien de stigmata van Christus aan het kruis vertoont, besluit het stadsbestuur ‘by consent’ op die plek een kerk te bouwen. Pas wanneer die er staat en gewijd is, verdwijnt het jaarlijkse visioen van Jan Col.
Houten kerk
De kerk die na de visioenen van broeder Symon en Jan Col op de Markt verrees, was de tweede parochiekerk van Delft en werd de ‘Nieuwe Kerk’ genoemd. Aanvankelijk bestond de kerk uit een houten noodgebouw, waaromheen een eeuw lang gebouwd werd aan de basiliek zoals we die nu kennen. De houten kerk, die tot 1420 is blijven staan, was gewijd aan Maria. Nog tijdens de bouw van de stenen basiliek, werd Sint Ursula de tweede beschermheilige van de Nieuwe Kerk.
Symboliek
Het ontwerp van de laatgothische kruisbasiliek, die vanaf 1396 op de Markt werd gebouwd, beantwoordt aan preciese en door de symboliek gedicteerde regels. De kruisvorm verwijst naar Christus, de twaalf zuilen in het koor naar de twaalf apostelen, de vier vieringpijlers staan voor de vier evangelisten en de zestien zuilen in het schip voor de zestien profeten. De bouw voltrok zich letterlijk om de houten noodkerk heen. De wat vreemde uitbuiging van de wanden van het dwarsschip naar de oostkant wordt aan een kleine misrekening geweten. De fundering kwam dichter bij de houten kerk uit dan voorzien.
De stenen basiliek ontstond in drie fasen. Eerst werd het dwarsschip gebouwd, tegen de oostelijke wand van de houten kerk. In diezelfde periode bouwde men het koor en het onderste deel van de toren. In de tweede fase werden het middenschip, de zijbeuken, het dak en de onderste achtkant van de toren neergezet. Pas daarna, in de tweede helft van de 15de eeuw verrees de kooromgang, werd de zuiderzijbeuk verlengd tot langs de toren en werd de toren voltooid met de tweede achtkant en een reusachtige appel als bekroning. Op 6 september 1496, precies honderd jaar na het begin van de bouw, was de toren klaar
Met de hand
Het bouwen van de toren van de Nieuwe Kerk was, zelfs naar huidige maatstaven, een huzarenstukje. Iedere brok steen, iedere schep cement, moest met de hand of aan katrollen naar boven worden vervoerd. Bovendien bestond de ondergrond uit een moerassig rietland. Sommige deskundigen veronderstellen zelfs dat de lichtvisioenen van broeder Symon en Jan Col, niets anders dan moerasgasbrandjes waren. In de 15de eeuw nam men het risico van verzakking op deze ondergrond voor lief. Pas bij een restauratie in 1933 zijn er onder de kerk betonnen boorpalen gezet. Opgravingen hebben aangetoond dat de vloer van de houten noodkerk waarschijnlijk meer dan twee meter lager ligt dan de huidige kerkvloer. Destijds hield men rekening met zulke verzakkingen. Om die reden werden geen stenen gewelven aangebracht. Die zouden makkelijk kunnen scheuren
Groter
Met de voltooiing van de toren was het bouwen aan de Nieuwe Kerk niet ten einde. In het eerste kwart van de 16de eeuw werd het noorder dwarsschip verlengd en kwam er een doopkapel naast de toren. Ook werden de fundamenten gelegd voor een vergroting van zuiderdwarsschip en -beuk. Waarschijnlijk was dit een reactie op soortgelijke plannen die voor de Oude Kerk bestonden. Die dreigde daarmee groter van omvang te worden dan de Nieuwe Kerk. De uitbreidingen van beide kerken zijn wel voorbereid, maar nooit gerealiseerd.
Rampen
Nog geen halve eeuw na de voltooiing, sloeg op 3 mei 1536 de bliksem in de toren. De brand die vervolgens ontstond, verwoestte onder een stevige oostenwind vrijwel alles wat in Delft ten westen van de Nieuwe Kerk lag. Van de kerk zelf brandde de toren gedeeltelijk af. Ook het orgel, de klokken en de gebrandschilderde ramen gingen verloren. Het dak van de lichtbeuk stortte in.
Bij de hierop volgende restauratie verdween de appel van de toren. Dit bolvormig symbool van oneindigheid werd vervangen door een lage spits. Overigens werd ook deze spits in 1872 door de bliksem vernield. Pas toen verrees de huidige torenspits en kwam de totale hoogte van de toren op 108,75 meter, ofwel 356 traptreden om te beklimmen. Een afmeting die in Nederland alleen door de Utrechtse Domtoren wordt overtroffen. De beeldenstorm van 1566 liet ook in de Nieuwe Kerk haar sporen na. Een beschadigd beeldhouwwerk, ter hoogte van de eerste pilaar in de zuidbeuk, is alles wat nog aan de oorspronkelijke Rooms-Katholieke inrichting van de kerk herinnert. In 1572 ging het gebouw over naar de Hervormde Kerk.
Met de beeldenstorm was de rampengeschiedenis van de Nieuwe Kerk nog niet ten einde. Op 12 oktober 1654, net na het middaguur, klonk wat later de ‘Delftse donderslag’ genoemd zou worden. Negentigduizend pond buskruit ontplofte in het Delftse kruithuis. De ontploffing ontzette de muren van de Nieuwe Kerk. De daken en de gebrandschilderde ramen werden vernield. Met het herstel van de kerk werd nog diezelfde winter een begin gemaakt. In het voorjaar van 1655 kon de kerk weer in gebruik worden genomen

Delft Oude Kerk
“Delft De Oude Kerk Alle info die u maar wenst Hoog boven de oude binnenstad van Delft torenen de vijf karakteristieke spitsen van de Oude Kerk. Het is de oudste parochiekerk van de stad, die aanvankelijk St. Hippolytuskerk heette. De scheefgezakte toren van de Oude Kerk is niet meer de hoogste van de stad. Maar net als in de Middeleeuwen straalt zij nog steeds een markante schoonheid uit. In hun robuuste standvastigheid tonen kerk en toren de plaats van Delft in de geschiedenis.
Voor het officiële geboortejaar van de kerk wordt 1246 aangehouden, maar de geschiedenis gaat eigenlijk veel verder terug. Honderden jaren voordat graaf Willem II Delft stadsrechten verleende, gingen de bewoners van de nederzetting langs ‘de Delf’ op dezelfde plaats ter kerke. Algemeen wordt aangenomen dat in het jaar 1050 op dezelfde locatie een houten kerk heeft gestaan.
Het was Bartholomeus van der Made die halverwege de dertiende eeuw de eerste verbouwing en uitbreiding van de parochiekerk ter hand nam. Vanaf die tijd droeg de kerk aan de Oude Delft de naam van de patroonheilige van de ‘stichter’: de St. Bartholomeuskerk. De bestaande kerk van tufsteen werd uitgebreid met twee zijbeuken en een koor. Op de uitbreiding door Bartholomeus van der Made volgden in de loop der jaren nog vier bouwfasen die het uiteindelijke aanzicht zouden bepalen. Zoals de bouw van de gothische toren met de gemetselde spits en de vier zijtorentjes (1325 - 1350).
De 75 meter hoge toren is in 1995 voor het laatst gerestaureerd. De gemetselde spits met de vier hoektorentjes doen een Vlaamse bouwstijl vermoeden. Rond 1900 zijn de hoektorentjes vervangen. De nieuwe staan, in tegenstelling tot de toren, in het lood.
Al tijdens de bouw van de toren kreeg men met verzakkingen te maken. Vermoed wordt dat het water van de Oude Delft is omgelegd om zo ruimte te creëren voor de bestaande kerk. De toren zou dus op een gedempte gracht zijn verrezen. Door de eeuwen heen heeft de scheve toren menig stedeling verontrust. In 1843 besloot de ‘Raad der stad Delft’, uit angst voor instortingsgevaar, dat de toren tot het dak van de kerk moest worden gesloopt. Lokale aannemers hebben voorkomen dat dit besluit ook inderdaad werd uitgevoerd.
Enkele jaren na de bouw van de toren werden de zijbeuken van de kerk verhoogd tot het niveau van het middenschip. Zo ontstond een zogeheten hallenkerk. Uit dezelfde periode dateren de twee zijkoren en het hoogkoor. In 1396, aan het einde van deze bouwperiode, werd de kerk aan St. Hippolytus gewijd. In de eerste helft van de vijftiende eeuw werd het middenschip geheel vernieuwd. De kerk kreeg nu weer de kenmerken van een basiliek, omdat het middenschip oprees boven de zijbeuken. De zijbeuken werden op hun beurt doorgetrokken tot de voorzijde van de toren. In de loop van de vijftiende eeuw werd het gebouw verrijkt met enkele kapellen en portalen. Het tot kapel omgebouwde portaal aan de noordzijde en het portaal aan de toren zijn daarvan bewaard gebleven.
De laatste ingrijpende verbouwing onderging de kerk aan het begin van de zestiende eeuw. Het plan was de bakstenen basiliek te vervolmaken tot een natuurstenen kruisbasiliek. Om dat plan uit te voeren, werd de hulp ingeroepen van Anthonis Keldermans, telg uit het beroemde Vlaamse geslacht van bouwmeesters en steenhouwers. De Brabantse Gothiek van verschillende generaties Keldermansen is in vele Vlaamse, Zeeuwse en Hollandse steden terug te vinden.
Stadsbrand en beeldenstorm
Verder dan de noorderkruisbeuk is het met de uitvoering van het laatste plan niet gekomen. De stadsbrand van 1536 en meer nog de Reformatie periode, veegden de plannen voor een natuurstenen kruisbasiliek voorgoed van tafel. Zodoende biedt de Oude Kerk tot op de dag van vandaag een markant inzicht in haar eigen bouwgeschiedenis.
Kansel
Wat de stadsbrand van het kerkinterieur had overgelaten, werd in 1566 en 1572 door de beeldenstormers te gronde gericht. Alleen de bijzonder fraai bewerkte preekstoel uit 1548 heeft deze barre tijden overleefd. De kansel behoort, samen met die van de St. Janskathedraal in Den Bosch, tot de mooiste van Nederland. De vijf panelen op de kuip van de preekstoel beelden de prediker Johannes de Doper en de evangelisten Mattheüs, Marcus, Lucas en Johannes uit. De voorstellingen op de panelen zijn in perspectief gebeeldhouwd.

Den Bosch Stellingen van Den Bosch
“ Ook de forten rond de stad krijgen in het ontwikkelingsplan vestingwerken de aandacht die ze verdienen. In 2007 werd de restauratie van Fort Sint Anthonie afgerond. De muren van het fort zijn hersteld en de openbare ruimte opnieuw ingericht. Tegenwoordig zijn de muren van het fort vanuit het Bossche Broek weer duidelijk zichtbaar. In de Dommel werd een steiger aangelegd waar boten kunnen aanmeren; via een trapopgang kan men vervolgens het fort bezoeken.

Den Bosch Alle monumenten
“Den Bosch Monumenten Vele bezienswaardigheden als:
Marktplein Het oudste plekje van de stad. Rondom dit plein lag namelijk de eerste ommuring. Door haar driehoekige vorm en besloten bebouwing heeft de Markt intimiteit en sfeer. Het plein is het hart van de stad, en het decor zowel voor de grote bonte warenmarkt op elke woensdagmorgen en zaterdag als voor allerlei evenementen. Midden op het plein een waterput, in 1979 gebouwd op de plek waar in vroeger tijden eveneens een put is geweest. Voor het stadhuis het bronzen beeld van de wereldberoemde in Den Bosch geboren schilder Jeroen Bosch (1450-1516).
Stadhuis Markt 1. In 1670 is de voorgevel herbouwd in de stijl van het Hollands classicisme. Carillon met 35 klokken; bespeling elke woensdag 10 tot 11 uur. In de gevel een ruiterspel ('de perdjes'), dat elk halfuur in beweging komt. Indrukwekkende hal met wandschilderingen van Antoon Derkinderen; tijdens kantooruren vrij toegankelijk. Raadzaal met 17e-eeuwse gobelins van Max van den Gucht. Vergaderruimte ingericht als Welsh Room. Rondleidingen: elke donderdag 19 uur en elke zaterdag om 14.30 uur (behalve op feestdagen); tel. Melden: 6155755 (afd. Voorlichting). Gratis. Onder het stadhuis een gotische raadskelder met gewelven anno 1529. Ingericht als restaurant.
De Moriaan Markt 77. Begin 13e eeuw in kasteelstijl gebouwd. 'De Moriaan' was toen het eerste stenen huis van de stad. Na restauratie in 1962-66 in gebruik als VVV-kantoor. In zijgevel: afgietsel van een Romeinse tableau waarvan het origineel zich bevindt in het landesmuseum in Trier. Een geschenk van de stad Trier waarmee de stad Den Bosch in vriendschap verbonden is.
Kunst op straat Beeldhouwweken sieren straten, pleinen en plantsoenen. De belangrijkste: 'Pathos', Sigurdur Gudmundsson, voor PTT-gebouw, Parallelweg achter station tegenover Brabanthallen. 'Christofoor', V.Semeyn Esser, bij station. 'Bokspringende kinderen', Felix van der Linden, Stationweg. Taferelen uit de stadsgeschiedenis, Frans van der Burgt, op pilonen van Wilhelminabrug, zijde Stationsweg. 'Zoete lieve Gerritje', Leo Geurtjens, Lepelstraat, hoek Korenbrugstraat. 'Jeroen Bosch', August Falise, Markt. 'St. Jan Evangelist', Mari Andriessen, Parade. 'Europa laat zich niet ontvoeren', Marius van Beek, voor Casino, Parade. Monument voor de gevallenen, Peter Roovers, Hekellaan. 'De Harpspeelster', Jacq. Van Rhijn, Herog Hendriksingel. 'De halve Peer', Ton Buijnsters, hoek Korenbrugstraat, 'Dieske', Schroef van Archimedes'.
Oude buurten In twee volksbuurten die voor afbraak in aanmerking kwamen, zijn interessante restauraties en renovaties te zien: Uilenburgkwartier. Dit oude stadsdeel ontwikkelt zich tot een sfeerrijke buurt voor wonen, winkelen en uitgaan. Brede Haven. Dit is de naam van een langs de Binnenhaven lopende straat, bestaande uit een lange, gebogen en zeer afwisselende rij woonhuizen, de mooiste gevelwand van de stad.
Stadswallen Van de eerste vestingsmuren uit de tijd rond 1200 is vrijwel niets meer over. Met de groei van de stad moesten ze verlegd worden. Van de wallen (met bastions en rondelen) zoals ze in de 17e eeuw zijn vernieuwd en 4 meter zijn verlaagd, is veel bewaard gebleven. Het interessantste gedeelte ligt aan de zuidzijde van de stad: langs Parklaan, Spinhuiswal met bastion 'Oranje', Zuidwal, en langs Hekellaan met bastion 'Baselaar'. De wallen bieden weidse uitzichten over het polderlandschap 'Het Bossche Broek'.
De Boze Griet Op bastion 'Oranje' tegenover het refugiehuis ligt het kanon 'Stuerghewalt' bijgenaamd 'De Boze Griet', een gevaarte van 6,34 m met een vuurmond (van 17 cm kaliber) in de vorm van een vissekop, in 1511 gesmeed door een keulse smid. 'Griet' was in de 14e en 15e eeuw een gebruikelijke naam voor vuurmonden van zeer grote afmetingen. In Vlaanderen spreekt men van een Dulle Griet. De Duitstalige inscriptie luidt in vertaling: 'Stoer geweld heet is, 's-Hertogenbosch behoed ik'. Bluf, want het kanon bleek bij de aflevering onbruikbaar.
Refugiehuis Hoek Spinhuiswal en St. Jorisstraat. Begin 16e eeuw gebouwd door de abdij van St Geertrui te Leuven met de bedoeling, in onveilige tijden kloosterlingen een toevlucht (refugie) te bezorgen binnen de wallen van een versterkte stad. In de zijgevel (zijde Spinhuiswal) zijn drie kanonkogels gemetseld, afkomstig van de legers van Frederik Hendrik die de stad in 1629 veroverde.
Provinciehuis Brabantlaan, tel. 6812812. Ten zuidoosten van de stad. Architect H. Maaskant, 1968/71. Meer dan 100 meter hoog torengebouw. Plastieken binnen en buiten het huis van o.a. Magdalena Abakanowicz, Mario Prassinos, Zofia Butrymowicz, Michel Tourlière, Veerle Dupond. Vrije toegang. Rondleidingen van groepen door hostess-team van VVV na afspraak met afd. Voorlichting van provinciehuis.
Noordbrabants museum Dit museum was tot eind 1986 gehuisvest in de Bethaniestraat. Sinds november 1987 is het gevestigd in het voormalige Gouvernementshuis, Verwrsstraat 41. Het museum geeft een beeld van wat de provincie Noord-Brabant aan kunst en cultuur heeft voortgebracht. Historische afdeling. Wisselexposities van hedendaagse kunst uit eigen collectie. Coffeeshop met terras dat uitzicht biedt op beeldentuin. Projectiezaal, boekwinkel. Open: di. t/m vr. 10-17 uur, za. en zo. 12-17 uur.
Het Gouvernementshuis, in de 18e eeuw in Lodewijk XVI-stijl gebouwd, was van 1820 tot 1983 de ambtswoning van de gouverneur, resp. de commissaris der koningin van Noord-Brabant. Om dit kleine paleis geschikt te maken voor het museum, is het o.a. vergroot met twee vleugels naar ontwerp van architect Wim Quist. Tel. 073-6877800.
Het Zwanenbroedershuis te ’s-Hertogenbosch De Illustere Lieve Vrouwe Broederschap is een zeer oude broederschap, die nog steeds bestaat. In 1328 verzamelden enkele clerici (geestelijken met lagere wijding) en "csolares" (toekomstige clerici) zich teneinde een broederschap te stichten ter ere van de maagd Maria. Deze stichting werd direct goedgekeurd door de Bisschop van Luik, de aartdiaken van Kempenland en de pastoor van parochies van Orthen en 's-Hertogenbosch. Het doel van deze religiueze vereniging was al op de feestdagen van de H.Maagd en iedere woensdag samen te komen in haar eigen kapel(gelegen in de Kathedraal van Sint-Jan, thans de Sacramentskapel in de noordhoek der Kathedraal)
DE SINT-JANSTOREN TE ’S-HERTOGENBOSCH De westtoren van de Sint-Jan heeft in de loop der eeuwen veel veranderingen ondergaan. In zijn oudste gedaante was het een bakstenen romaanse toren uit de jaren rond 1260. De tweede en derde geleding laten die romaanse bouwstijl nog zien, maar de bendenpartij met de ingang, de Luidpoort, is in latere tijd met natuursteen in gotische vormen bekleed. Op de derde geleding moet men zich, terugfantaserende naar de tijd rond 1260, eigenlijk een romaans dak voorstellen in de gedaante van een pyramide. Maar dat dak is al lang geleden verwijderd en op de romaanse torenromp is toen een gotische bovenbouw geplaatst, een klokkenverdieping die naar alle waarschijnlijkheid in 1505 tot stand gekomen is. Op de tweede verdieping is een kleine tentoonstelling ingericht met materialen en tekeningen die gebruikt zijn bij de laatste restauratie (1975-1982) en die het meest voor zichzelf spreken. Op de derde verdieping ziet u het oude smeedijzeren uurwerk, dat verbonden was met het uurwerk op de toren. Op de vierde verdieping (de zgn. klokkenzolder) hangen 7 luidklokken en 2 klokken van het carillon. Op de vijfde verdieping vindt u het zgn. bejaardhuisje en de overige 41 klokken van het carillon. Op de zesde verdieping kunt u - naast de klokkenhuizen - naar buiten. U heeft hier een fraai uitzicht op het lijnenspel van de (kleine oude) stad en ziet bv. Tilburg en Geertruidenberg liggen!
TORENRONDLEIDIGEN Informatie en reserveren: 073 6126879
De Citadel te ’s-Hertogenbosch De citadel is een vijfhoekige schans met bastions, die in 1637 werd gebouwd in de noordpunt van de vesting 's-Hertogenbosch, bij de samenvloeiing van de Dommel en de Aa in de Dieze. De muren, die de schans omringden, waren gemiddeld twee meter dik en verhieven zich acht meter boven het water, dat de Citadel omspoelde. De schans diende niet alleen om de stad tegen de mogelijke Spaanse aanvallen te verdedigen, maar ook om de stad zelf, waar velen Spaansgezind waren gebleven, in de gaten te houden. Daarom werd de Citadel ook wel 'Papenbril' genoemd. Overigens onderging de Citadel in de loop der eeuwen talrijke wijzigingen en knaagde de tand des tijds. Zo werd in 1880 een bastion afgebroken om de doorvaart in de in 1825 vlak langs de Citadel aangelegde Zuid-Willemsvaart te verbeteren en werd in 1840 de toeleidende dam verlegd. In 1789 werd binnen de Citadel een Huis van Arrest voor militaire misdadigers gebouwd, dat later, in 1848, ingrijpend werd verbouwd en bestemd tot kazerne. De militairen verlieten de Citadel in de jaren '60, kunstenaars en gastarbeiders kwamen. De gebouwen waren volkomen uitgewoond, lek en rot; de walmuren waren gedeeltelijk afgebroekn en ingestort; de wallen waren vergraven en in het water gezakt. In het midden van de tachtiger jaren werd de Citadel gerestaureerd ten behoeve van de huisvesting van het Rijksarchief in Noord-Brabant. Aan de buitenzijde is niet alleen de volledige ommuring, inclusief vier van de vijf bastions hersteld, maar zijn ook zoveel mogelijk aanlandingen afgegraven, waardoor het ongenaakbare karakter van de zich uit het water verheffende 17e eeuwse vesting weer veel beter tot zijn recht komt. Binnen de muren zijn de aarden wallen hersteld aan de hand van gegevens uit 1745, compleet met borstweringen, schuttersbanketten, walgangen en opritten. Binnen de wallen is door sloop van de overtollige bouwsels weer de overzichtelijke vijfhoekige ruimte ontstaan, het zogenaamde terreplein. In het hart van het terreplein bevindt zich het middenplein, dat aansluit op het hoofdgebouw van het rijksarchief, het voormalige huis van arrest. Het middenplein is door radicale paden verbonden met de omgang op de wallen en met de beide poorten, waarvan de Zuidpoort de toegang vormt tot de Citadel. Deze poort is uitgevoerd als een eenvoudige sleuf door de wal. De zijwanden tonen nog wel de aanzetten van de vóór 1820 verdwenen overwelving en toren boven de doorgang. Volledig gereconstrueerd is de Noordpoort, die vrijwel identiek was aan de Zuidpoort; evenwel zonder brug, die hier in de 17e eeuw bestond. Terzijde van de Noordpoort is het voormalig werkhuis annex houtmagazijn herrezen, zij het in een verlengde versie en aangepast aan de eisen van zijn huidige functie; restauratie- en fotgrafisch-atelier van het Rijksarchief.

Combineer een bezoek aan een monument met een stadswandeling: klik hier


Den Bosch Monumenten
“ Allen prachtig beschreven: Markt, Parade, Stadsmuren, Hinthamereinde, Vughterdriehoek, Hertogelijke residentie, Zuster van Orthenpoort, Kruisbroedersklooster, Minderbroedersklooster; Predikherenklooster; St Jan, Citadel, Kasteel Bokhoven, Haverleij, Sprokkelbos

Den Briel Oude Stadhuis
“Het Historisch Museum Den Briel is gevestigd in het hart van de oude vestingstad Brielle (Den Briel) op Voorne-Putten in Zuid-Holland. Het museum is gehuisvest in het stadhuiscomplex, in een pand dat in 1623 is gebouwd als stadsgevangenis en waag. Brielle heeft een lange, roerige geschiedenis achter de rug. Het museum, dat over een omvangrijke collectie beschikt, geeft een beeld van de historie van de stad en van Voorne-Putten. Het museum is recent heringericht en gemoderniseerd. Doordat het gebouw zijn oorspronkelijke karakter heeft behouden, heeft het een geheel eigen sfeer

Den Haag Binnenhof Buitenhof Oude Centrum
“ Centrum ('t) Goutsmits Keurhuys Binnenhof 6 Architect(en) : Onbekend Bouwjaar : Circa 1640

Den Haag Stichting Haags Industrieel Erfgoed
“ Den Haag was in de 19de en vroege 20e eeuw een belangrijke industriestad met diverse bedrijfstakken. Veel bedrijven trokken weg waarmee veel karakteristieke elementen uit de stad verdwenen. Ook een deel van het industrieel erfgoed ging verloren. De SHIE zet zich in voor behoud van het industrieel erfgoed in het gewest Haaglanden.

Den Haag Regeringscentrum en Ridderzaal
“ Ridderzaal
Architect(en) : Gerard van Leyden (vermoedelijk) In opdracht van : Graaf-Koning Willem II Voltooid onder : Graaf Floris V Bouwperiode : 1248-1280 Stijl : Gotiek
Het Voor- Neder- of Buitenhof was gedurende vele jaren een besloten plein. Het was alleen te bereiken door de Gevangenpoort, het Achterom en (vervolgens) de Spuipoort, of via de smalle Halstraat. Om het Buitenhof lagen tot omstreeks 1500 grachten en er stonden muren (met indrukwekkende poorten) omheen.
De beslotenheid van het Buitenhof werd achtereenvolgens aangetast door de doorbraak van de Gravenstraat (1861), de bouw van de Passage (1885), de doorbraak van de Hofweg (1914) en de aanleg van de Vijverdam (1924).
Aan en op het Buitenhof stonden oorspronkelijk (13e eeuw!) vijf grote gebouwen: waaronder de Diefsteen (gevangenis), de Stallen, een Korenhuis en dienstwoningen. Het gebied behoorde in zijn geheel tot het Binnenhofcomplex. In de tijd van Graaf Aalbrecht was er ook een kleine dierentuin.

Den Haag Catshuis
“Den Haag Catshuis Op zaterdag 15 mei 2004 is tijdens werkzaamheden een korte, felle brand uitgebroken. Daarbij heeft het Catshuis aanzienlijke brand-, roet- en waterschade opgelopen en is het voor onbepaalde tijd buiten gebruik. Eind 2003 werd het ingrijpend verbouwde Catshuis opgeleverd. Een virtuele rondleiding is mogelijk via de site

Den Haag Museum De Gevangenpoort
“Den Haag Gevangenpoort ga naar achtergrondinfo en dan naar gebouw In de 14de eeuw wordt het kasteel van de graven van Holland beschermd door een dubbele gracht aan de ene kant, en de Hofvijver aan de andere kant. Drie poortgebouwen geven toegang tot het kasteelterrein, het huidige Binnenhof. De Spuipoort ligt aan de kant waar nu de nieuwe gebouwen van de Tweede Kamer staan, bij het Spui. Deze poort wordt in 1861 afgebroken. De tweede poort, de Doelenpoort, ligt tot de 17de eeuw ter hoogte van de Korte Vijverberg en geeft toegang tot het Haagse Bos. De derde poort, ‘de voorste poort van den hove’, ligt aan het Buitenhof. Dit poortgebouw is in 1370 gebouwd op de plaats van een oudere poort. Omdat de poort rond 1420 ook wel gebruikt wordt als gevangenis krijgt hij al snel de naam Gevangenpoort. De Gevangenpoort is een belangrijke poort omdat hij het hofgebied verbindt met het dorp, dat grenst aan het Buitenhof. Het gebouw bestaat in die tijd slechts uit de poort met daarboven één kamer, die te bereiken is via een wenteltrap

Den Haag, Koninklijke Paleizen
“ Den Haag, Wassenaar, Amsterdam Apeldoorn De Koninklijke Paleizen Erg veel, heel erg veel informatie over nu en vooral toen
Paleis Noordeinde Paleis Noordeinde in Den Haag is sinds 1984 het werkpaleis van de Koningin. Net als Paleis Huis ten Bosch en het Koninklijk Paleis in Amsterdam is Paleis Noordeinde door het Rijk bij wet aan de Koningin ter beschikking gesteld.
Paleis Huis ten Bosch Paleis Huis ten Bosch is sinds 1981 het woonpaleis van de Koningin. Het paleis ligt aan de noordoostelijke kant van Den Haag. Net als Paleis Noordeinde en het Koninklijk Paleis in Amsterdam is Paleis Huis ten Bosch door het Rijk bij wet aan de Koningin ter beschikking gesteld.
Koninklijk Paleis Amsterdam Het Koninklijk Paleis Amsterdam ligt in het centrum van deze stad. Het wordt meestal ook aangeduid als ‘Paleis op de Dam’. Net als Paleis Huis ten Bosch en Paleis Noordeinde in Den Haag is het Koninklijk Paleis in Amsterdam door het Rijk bij wet aan de Koningin ter beschikking gesteld.
Noordeinde 66 In het huis Noordeinde 66 in Den Haag is het bureau van Prins Willem-Alexander en Prinses Máxima gevestigd. Het pand ligt naast Paleis Noordeinde. Tot juli 2003 woonde het prinselijk paar in het pand. Ze wonen nu in Villa Eikenhorst op landgoed De Horsten in Wassenaar
Villa Eikenhorst Villa Eikenhorst op Landgoed de Horsten in Wassenaar is het woonhuis van de Prins van Oranje, Prinses Máxima, Prinses Catharina-Amalia en Prinses Alexia.
Huis Het Loo Huis Het Loo in Apeldoorn is de woning van Prinses Margriet en prof.mr. Pieter van Vollenhoven. Het huis staat op het terrein van Paleis Het Loo, dat een museum is

Den Haag Mauritshuis
“Den Haag Het Mauritshuis Het Mauritshuis is een bijzonder stadspaleis uit de 17de eeuw – een van de mooiste voorbeelden van de Hollands-classicistische bouwstijl. Het huis is vernoemd naar de man die het liet bouwen: graaf Johan Maurits van Nassau-Siegen. Johan Maurits was van 1636 tot 1644 gouverneur van de Hollandse kolonie in Brazilië. In die periode werd in Den Haag aan zijn nieuwe woonhuis gebouwd. Daarvoor had hij de beste architect aangetrokken: Jacob van Campen, die werd bijgestaan door zijn assistent Pieter Post.Op de site is heel veel meer info te vinden

Den Haag Huis Meermanno
“Den Haag Museum / Huis Meermanno Het museum is gevestigd in het sfeervolle vroegere woonhuis van baron van Westreenen van Tiellandt (1783-1848) en richt zich op het geschreven en gedrukte boek in het heden en verleden. De uiterlijke vorm en de ontwikkeling van de vormgeving van boeken staan daarbij centraal. Het museum organiseert circa vier maal per jaar tijdelijke tentoonstellingen over zowel het oude als het moderne boek.
Boekgeschiedenis vanaf de zesde eeuw
Het museum beheert een uitgelezen verzameling boeken uit alle perioden van de westerse boekgeschiedenis. Allereerst zijn dat middeleeuwse handschriften die nog geheel met de hand geschreven en verlucht zijn. De ontwikkeling van het schrift, de lay-out en de versiering van handschriften is in vogelvlucht te volgen in de sfeervolle boekzaal waar een selectie van deze pronkstukken is te zien. De boekzaal is een uniek voorbeeld van 19de eeuwse museuminrichting en is nog geheel in deze stijl bewaard gebleven. Naast de middeleeuwse handschriften zijn hier voorbeelden te vinden van de oudste vormen van het gedrukte boek, de zogenaamde incunabelen
Het huis van een verzamelaar
De naam Meermanno-Westreenianum herinnert aan twee personen die aan de wieg hebben gestaan van dit museum. De belangrijkste is Baron W.H.J.van Westreenen van Tiellandt (1783-1848) die in dit huis, waar hij woonde, een uitgebreide boekenverzameling bijeenbracht. Zijn achterneef en belangrijke inspirator, Johan Meerman (1751-1815), bezat eveneens een indrukwekkende boekencollectie, waarvan een deel uiteindelijk ook werd opgenomen in de collectie van Van Westreenen. Na de dood van Van Westreenen vielen huis en gehele collectie toe aan de staat. In 1852 werd het huis opengesteld als museum. Van Westreenen was een typische 19de eeuwse verzamelaar die grote belangstelling had voor de geschiedenis van de oude culturen. Hij verzamelde niet alleen boeken maar ook voorwerpen uit onder andere de Griekse, Romeinse en Egyptische oudheid. Hij wist daarbij bijzondere stukken te bemachtigen. Bovendien zijn er onder meer familieportretten en souvenirs van zijn reizen in het museum te vinden

Den Haag Museum Mesdag
“Den Haag Museum Mesdag Museum Mesdag aan de Laan van Meerdervoort in Den Haag is een van de best bewaarde geheimen van de Nederlandse museumwereld. In dit sfeervolle museum is een prachtige collectie schilderijen te zien van Franse en Nederlandse meesters uit de negentiende eeuw. Het is de verzameling van de zeeschilder Hendrik Willem Mesdag (1831-1915) en zijn vrouw, de kunstenares Sientje van Houten (1834-1909) Zij brachten tijdens hun leven een groot aantal schilderijen, tekeningen, alsmede kunstnijverheid uit zowel Nederland als Azië bijeen. Deze werken worden getoond in een bijzondere, voor Nederland unieke negentiende-eeuwse sfeer. Museum Mesdag presenteert ook tentoonstellingen met kunstwerken uit andere collecties, waarbij zowel kunst uit de 19de eeuw als moderne kunst van hedendaagse kunstenaars onder de aandacht wordt gebracht.

Den Haag Monumentenlijst
“Den Haag Lijst Rijks- en Gemeentelijke Monumenten In deze lijst alle monumenten binnen de Haagse gemeentegrenzen. Alfabetisch gerangschikt met aanduiding Rijks- of Gemeentelijk Monument.

Den Haag Stratenlijst Beschermde Stadsgezichten
“ In deze alfabetische lijst alle straten van Den Haag met de wijk waarin zij liggen. Wanneer de straat in een of meer beschermde stadsgezichten ligt is dat daaronder vermeld

Den Haag Gevangenpoort
“In de 14de eeuw wordt het kasteel van de graven van Holland beschermd door een dubbele gracht aan de ene kant, en de Hofvijver aan de andere kant. Drie poortgebouwen geven toegang tot het kasteelterrein, het huidige Binnenhof. De Spuipoort ligt aan de kant waar nu de nieuwe gebouwen van de Tweede Kamer staan, bij het Spui. Deze poort wordt in 1861 afgebroken. De tweede poort, de Doelenpoort, ligt tot de 17de eeuw ter hoogte van de Korte Vijverberg en geeft toegang tot het Haagse Bos. De derde poort, ‘de voorste poort van den hove’, ligt aan het Buitenhof. Dit poortgebouw is in 1370 gebouwd op de plaats van een oudere poort. Omdat de poort rond 1420 ook wel gebruikt wordt als gevangenis krijgt hij al snel de naam Gevangenpoort. De Gevangenpoort is een belangrijke poort omdat hij het hofgebied verbindt met het dorp, dat grenst aan het Buitenhof. Het gebouw bestaat in die tijd slechts uit de poort met daarboven één kamer, die te bereiken is via een wenteltrap

Den Haag Paleis Lange Voorhout
“Op de mooiste plek van Den Haag staat een compact en schitterend paleis uit de 18e eeuw: Het Paleis Lange Voorhout. Waar tot 1891 Koningin Emma woonde en later Koningin Wilhelmina, Juliana en Beatrix hun officiële ontvangsten hielden, is nu een permanent museum en attractie gewijd aan het werk van de wereldberoemde Nederlandse grafisch kunstenaar Maurits Cornelis Escher (1898-1972).

Den Haag Sint-Sebastiaansdoelen
“Het Haags Historisch Museum is gevestigd in de Sint-Sebastiaansdoelen, midden in het historische hart van Den Haag. Het pand werd in 1636 gebouwd op de plek van een ouder doelengebouw, de Doelenpoort. Enkele kruisgewelven van dit oorspronkelijke gebouw zijn bewaard gebleven in de nieuwe schuttersdoelen. De schutters van het Sint-Sebastiaansgilde gebruikten het pand voor feesten en bijeenkomsten. Direct achter het gebouw, parallel aan de Korte Vijverberg, lagen hun schietbanen

Deventer De Waag
“Historisch Museum Deventer In het hart van de stad, midden op de Brink, staat de monumentale Waag uit 1528. Hierin is het Historisch Museum Deventer gevestigd. Diverse hoogtepunten uit de geschiedenis van de stad worden hier tot leven gebracht

Deventer Bergkerk
“St. Nicolaas- of Bergkerk Bergkerkplein 1 Laat gotische basiliek uit de 12e tot de 16e eeuw. .

Deventer Broederenkerk
“Broederen- of St. Lebuïnuskerk Broederenstraat • 14e eeuwse Hallenkerk. Geopend in de zomermaanden op za. 12.00-16.00 uur. Bidkapel en Stiltecentrum het gehele jaar geopend.

Deventer Grote Kerk De Toren
“Toren van de Grote Kerk 220 treden omhoog voor een prachtig uitzicht over Deventer en de IJssel. Te beklimmen op individuele basis van eind juni tot half september; ma. t/m za. 13.00-17.00 uur, toegang via de Grote Kerk. Beklimming in groepsverband is het gehele jaar mogelijk o.l.v. een VVV gids. Informatie en boekingen: VVV Deventer T. 0570-649959

Deventer Gildehotel
“ Gildehotel Nieuwstraat 41 Het voormalige St. Josephziekenhuis (eind 19e eeuw) is met respect voor de oorspronkelijke neo-gotische inrichting, verbouwd tot het huidige Gildehotel.

Deventer Oudste Stenen huis
“Oudste Stenen Huis van Nederland Sandrasteeg 8 Het pand dateert uit 1130. Een glazen dak dient ter bescherming van dit unieke monument.

Deventer Lebuïnuskerk
“Grote of Lebuïnuskerk Grote Kerkhof, ingang Kleine Poot Van oorsprong Romaanse kerk met crypte en veel wand- en gewelfschilderingen uit de 15e en 16e eeuw Geopend ma t/m za 11.00-17.00 uur

Deventer Stadhuis
“Deventer Historische Gebouwen alle monumenten op 1 site Stadhuis van Deventer Grote Kerkhof 4 Te bezoeken tijdens kantooruren of onder begeleiding van een gids. Informatie en boekingen: VVV Deventer afd. Groepsarrangementen T. 0570-649959

Deventer
“Stadsarchief en Athenaeumbibliotheek Het Klooster In panden die vroeger toebehoorden aan een klooster is het historische archief van de stad Deventer ondergebracht en is tevens de Athenaeumbibliotheek gevestigd. De Athenaeumbibliotheek bezit ca. 250.000 boeken waarvan het grootste deel is opgesteld in magazijnen die voor de bibliotheekgebruiker niet direct toegankelijk zijn. Tevens beschikt de bibliotheek over een aantal bijzondere deelcollecties.

Deventer De Waag
“De Waag Brink 56 Trots staat op het stadsplein de Brink het oudste waaggebouw van Nederland: De Waag. Dit sfeervolle gebouw uit de late Middeleeuwen herbergt thans het Historisch Museum Deventer. Onder leiding van een gids kunt u worden rondgeleid in dit unieke monument. Informatie en boekingen: VVV Deventer T. 0570-649959

Doetinchem Kasteel De Slangenburg
“Doetinchem, Kasteel Slangenburg /Je zou kunnen zeggen, dat kasteel Slangenburg iets weg heeft van paleis Huis ten Bosch in Den Haag. In de Oranjezaal van het in de zeventiende eeuw gebouwde huis liet de echtgenote van stadhouder Frederik Hendrik (+1647), Amalia van Solms, schilderingen en schilderijen aanbrengen om haar Stedendwinger te eren. In kasteel Slangenburg doet Frederik Johan van Baer in deze zelfde eeuw iets dergelijks. Deze laatste bewoner in een lange reeks kasteelheren sinds de veertiende eeuw uit het geslacht Van Baer, generaal Frederik Johan van Baer (1645-1713), verloor zijn vrouw na een ernstige ziekte toen ze pas anderhalf jaar getrouwd waren. Frederik Johan is nooit hertrouwd en verrijkte de Slangenburg met schilderingen die hem constant herinnerden aan zijn geliefde vrouw. Hij gaf de schilder Gerard Hoet de opdracht de wanden en plafonds van het kasteel te voorzien van toepasselijke mythologische voorstellingen. Daarbij werden de mythen toch wel iets of wat aangepast: veel schilderingen bevatten elementen die te maken hebben met de liefde van Van Baer voor zijn vrouw of met het alleen achterblijven van hemzelf. Het is allemaal heel romantisch

Domburg monumenten
“Domburg, Monumenten beschreven

Doorn Huis Doorn
“Doorn Huis Doorn Op de site alle info. Huis Doorn dankt zijn bekendheid vooral aan de Duitse ex-keizer Wilhelm II. Wilhelm vlucht, als de Duitse nederlaag in de Eerste Wereldoorlog een feit is, naar het neutrale Nederland en bewoont dit landgoed op de Utrechtse Heuvelrug van 1920 tot aan zijn overlijden in 1941 temidden van herinneringen aan de Hohenzollerns, zijn eens machtige voorgeslacht van keurvorsten, koningen en keizers.De inrichting van Huis Doorn is afkomstig uit de paleizen in Berlijn en Potsdam. Schitterende meubels, schilderijen en zilver maken het de vorstelijke asielzoeker mogelijk om overeenkomstig zijn stand te blijven leven. Ze vormen een decor van Europese allure. Hiertegen speelt zich dagelijks een hofprotocol in zakformaat

Dordrecht Grote Kerk
“Dordrecht Grote Kerk

Dordrecht Monumenten
“Dordrecht Monumenten De belangrijkste monumenten en musea in Dordrecht zijn:Grote Kerk, laatgotische kruiskerk uit de vijftiende eeuw, geheel in steen overwelfd. Zeer bezienswaardig interieur met o.a. bijzondere koorbanken met houtsnijwerk. Het Hof, oorspronkelijk gebouwd als Augustijnenklooster. Na de Reformatie kreeg het verschillende andere functies, o.a. werd in de Statenzaal de Eerste Vrije Statenvergadering gehouden.
Augustijnenkerk, oorspronkelijke kloosterkerk, na brand in 1512 opnieuw opgebouwd. Bijzonder is de originele grafstenenvloer met ruim 200 grafstenen.
Groothoofdspoort, een van de twee overgebleven Dordtse stadspoorten en hoofdtoegang tot de historische stad. Om de laatgotische poort van 1440-1450 is in 1618 een renaissancepoort gebouwd. De koepel dateert uit 1692. Vanaf dit punt een prachtig uitzicht op de samenstromende rivieren Oude Maas, Beneden Merwede en Noord
Stadhuis, in de 14de eeuw gebouwd als overdekte markthal, in het midden van de 16de eeuw wordt het de residentie van het stadsbestuur. In de 19de eeuw is de voorgevel ingrijpend veranderd; het gotische uiterlijk is daarbij vervangen door een neoclassicistische gevel
Simon van Gijn - museum aan huis, huis van Simon van Gijn die hier tot 1922 in deze patriciërswoning woonde. Stijlkamers, waaronder de unieke goudleerkamer en wandtapijtenzaal, collectie antiek speelgoed, originele 18de-eeuwse keuken, glas, porselein, zilver, meubelen enz. Een huiselijk museum voor jong en oud.
Dordrechts Museum, collectie Nederlandse schilder- en tekenkunst van 1600 tot heden, met o.a. werken van Aelbert Cuyp, (Dordtse) leerlingen van Rembrandt, Haagse en Amsterdamse School en Cobra
De meeste bezienswaardigheden liggen op een redelijke loopafstand van het NS station en van elkaar. VVV heeft een stadswandeling in het Nederlands, Duits, Frans en Engels. Stadsbuslijn 20 rijdt (vanaf het NS station Dordrecht) door het centrum en heeft haltes nabij de Grote Kerk, het Groothoofd en het Dordrechts Museum.

Dordrecht Nog meer monumenten
“ Dordrecht Monumenten zijn beschreven op een aantal pagina's.

Dordrecht Simon van Gijn Huis
“SIMON VAN GIJN - museum aan huis: bij bankier en verzamelaar mr. Simon van Gijn (1836-1922) aan de Nieuwe Haven 29-30 in Dordrecht. In de oorspronkelijke interieurs met talloze door hem verzamelde objecten (zilver, glas keramiek, schilderijen, prenten) is de bezoeker te gast bij een typische 19de-eeuwer. Voor de geïnteresserden in de Dordtse en de vaderlandse geschiedenis biedt de Atlas Van Gijn - de prentenverzameling van Simon van Gijn met ca. 25.000 prenten, tekeningen en spotprenten van nationale en internationale allure - een bron van inspiratie. De rijkdom van het museum wordt verder geaccentueerd door de enige in Nederland bewaard gebleven 17de-eeuwse goudleerkamer, een 19de-eeuwse plafondschildering, wisseltentoonstellingen en voor jong en oud een spannende speelgoedzolder. Simon van Gijn, één van de oprichters van de Vereniging Oud-Dordrecht in 1892, heeft na zijn overlijden zijn woning als museum aan de vereniging beschikbaar gesteld. Na de Tweede Wereldoorlog is het museum overgedragen aan de gemeente Dordrecht

Drachten Voormalig Klooster
“Het museum in voormalige klooster Het Museum Smallingerland is sinds 1994 gevestigd in het voormalig klooster van de Franciskanen aan het Museumplein in Drachten. Het klooster werd in 1937 gebouwd naar een ontwerp van de architect De Graaf uit Den Bosch. Het klooster lag toen aan Het Zuid, zoals het toen heette op de grens met de Zuiderbuurt. Na de oorlog werd de naam van de straat omgedoopt tot Burg. Wuiteweg. Eind jaren zestig vertrokken de laatste monniken en na een korte tijd werd het gebouw getransformeerd tot gemeentehuis. Door de stormachtige groei van Drachten in de jaren '70 en '80 werd ook dit gebouw al snel te klein en kreeg de gemeente een groot gemeentekantoor naast het huidige museum. Tussen de tijd van gemeentehuis en museum heeft het gebouw ook nog ten dienste gestaan voor de GGD.In 1993 en 1994 is het gebouw bijzonder smaakvol en met behoud van originele details als de kapel verbouwd tot museum onder leiding van de Drachtster architect Rein de Valk.

Ede, monumenten register Monumentenregister Ede
“ Op een zeer overzichtelijke site heeft u het digitale monumentenregister van de Gemeente Ede, met daarin opgenomen alle rijks- en gemeentelijke monumenten in de gemeente.

Eibergen Herenhuis de Scheper
“Museum de Scheper neemt u mee op een avontuurlijke en interessante reis door de rijke geschiedenis van Eibergen en omgeving. In het statige 19e eeuwse herenhuis aan de Grotestraat (ingang is aan de Hagen 24) treft u vondsten, overblijfselen en voorwerpen aan, die u een beeld geven van de ontwikkeling van deze streek vanaf miljoenen jaren geleden.Museumboerderij de Vuurrever uit 1857 aan de Hagen ademt de sfeer van het eenvoudige boerenleven rond 1900. U kunt er als bezoeker rustig rondneuzen. Langs de betegelde schouw en het huisraad in de woonkeuken, de linnenkast, de glazenkast, de Keulse potten en de karnton in het keldertje, het boerengereedschap op de deel, het 17e eeuwse weefgetouw in de linnenkamer, door de klompenmakerswerkplaats, het varkenskot en de paardenstal. En dan door de ‘niendeuren’ weer naar buiten met hopelijk het voornemen om vaker een reis door de geschiedenis te maken in het historisch museum de Scheper en museumboerderij de Vuurrever.

Eindhoven Monumentenoverzicht
“ Eindhoven Monumenten overzicht, alles keurig aan te klikken en goed omschreven Alfabetisch weergegeven Van Abbemuseum Augustinianum Constant Rebeque kazerne Collse watermolen Daf museum De Burgh Den Elzent De Laak De Goren Dommelhoef Eikenburg Eckart kasteel Elzentbrug Eeckaerde herberg Gemeentelijk lyceum Eindhoven Genneper watermolen Gloeilampenfabriek, Eerste Grote Beek H. Hartkerk, Joodse begraafplaats Kaalhoef Kempensebaan Kortonjo Lichttoren Marienhage Mispelhoef Oude Toren Paterskerk (H.Hart) Philitefabriek Radiomonument St Catharinakerk St. Catharinalyceum Steentjeskerk St. Joriscollege St. Joriskerk, St. Lambertuskerk, St. Martinuskerk St. Petruskerk, St. Theresiakerk Ten Hage Veemgebouw Welschap Witte DameWitte Dorp

Eindhoven Philips fabriek
“Het Philips gloeilampenfabriekje anno 1891 In het oudste fabrieksgebouw van Philips, aan de Emmasingel in Eindhoven, wordt het ontstaan en de verdere ontwikkeling van de gloeilampenfabricage getoond, vanaf het met de hand vervaardigen van kooldraadlampen in 1891 tot het begin van de mechanisatie in de jaren twintig. Het is waarschijnlijk de enige plaats ter wereld waar U kunt zien hoe het vroeger in deze bedrijfstak toeging

Elburg Agnietenconvent
“Een van de markantste gebouwen van de vestingstad Elburg is het vroegere Agnietenconvent. Eens was het een 15e eeuws vrouwenklooster. In deze laat-gotische panden is nu het Gemeentemuseum gevestigd

Ezinge Wierden
“Het is 600 jaar voor het begin van onze jaartelling. Ten noorden van de Drentse zandgronden liggen slechts uitgestrekte moerassen en kwelders, leeg en drassig, onophoudelijk blootgesteld aan de invloed van water en wind. Voor het eerst trekken mensen het kustgebied binnen. Duizend jaar lang beschermen zij zich tegen het wassende water van winterstormen en springvloeden door het bouwen van wierden. Pas in de Middeleeuwen worden de eerste dijken aangelegd. Op de winterse foto ziet u de kerk en de toren op het niet-afgegraven deel van de wierde van Ezinge
Museum Wierdenland in Ezinge geeft een beeld van de oeroude bewoning van het Groningse kustgebied. U ziet er, o.a. in een diaserie, hoe in de loop van ruim 2000 jaar wierden en dijken werden opgeworpen en afgegraven en welke sporen dat heeft achtergelaten in het landschap van vandaag. Prof. Dr. A.E. van Giffen zorgde rond 1930 voor wereldnieuws door in Ezinge tientallen resten van woonstalhuizen, vanaf ± 400 voor Chr., bloot te leggen. Een deel van de oudste boerderij is - samen met een doorsnede van de wierde - in het museum nagebouwd. Ook worden allerlei in wierden gevonden voorwerpen getoond, variërend van aardewerken potten tot uit been vervaardigde 'glissen', voorlopers van onze schaatsen. Voor de wierdebewoners vormt de dijk vanaf ongeveer het jaar 1000 het nieuwe wapen tegen overstromingen door het zeewater. O.a. de monniken van het klooster te Aduard waren betrokken bij de aanleg van waterhuishoudkundige werken. Zij drukten zo hun stempel op het omringende landschap. In de Dijkenzaal van het museum wordt aan de hand van kaarten, voorwerpen en modellen de eeuwige strijd tegen het water in het wierdenland tot op de dag van vandaag gevolgd en uitgelegd.

Combineer een bezoek aan een monument met een stadswandeling: klik hier


Franeker Museum Martena Coopmanshus
“ Aan het einde van de 16e eeuw was Franeker een stad van aanzien. In 1585 kreeg de groei een extra impuls door de vestiging van een universiteit. Deze geschiedenis, de universiteit is in 1811 opgeheven, leeft nog voort binnen de muren van Museum 't Coopmanshûs. Enige jaren na de stichting van de universiteit (godgeleerdheid, rechten, geneeskunde en letteren/filosofie) werd begonnen met de bouw van het nieuwe Franeker raadhuis. Tegenwoordig wordt dat geroemd als een van de belangrijkste bouwwerken van de Noord-Nederlandse renaissance. De maquette van Franeker in het museum geeft een goede indruk van de ontwikkeling van de stad gedurend de 17e eeuw. Gelukkig is er nog veel universiteitsbezit in Franeker achtergebleven. Bij de sluiting van het Rijksathenaeum, een afgeslankte hogeschool te Franeker, die tussen 1815 en 1843 jonge studenten voorbereidde op verdere studie, kwamen veel voorwerpen die niet meer bruikbaar waren voor het onderwijs in bezit van de stad. Hierdoor kan men nu nog in Museum Martena de portretten van veel hoogleraren bekijken en ook twee met zilver beslagen ebbenhouten staven, waarmee de universiteitsboden, de pedellen, de onafhankelijkheid van de hogeschool bij plechtigheden zichtbaar maakten. Andere kostbaarheden van het museum (bijvoorbeeld de xylotheek, de orrery) zijn eens eigendom geweest van de hogeschool of het athenaeum Ook de unieke collectie van kunstwerken door Anna Maria van Schurman heeft Franeker aan de voormalige hogeschool te danken. Het stadsbestuur zelf heeft eveneens bijgedragen aan de verzameling. Het bekendste voorwerp uit die bron is de zilveren globebeker van omstreeks 1600
De Martenastins waar Museum Martena sinds 2006 is gevestigd werd in 1498 gebouwd in opdracht van edelman Hessel van Martena. Zijn nazaten woonden hier tot aan 1696. Hierna werd het huis door Franeker welgestelden bewoond. Rond 1700 werd de bel-etage grondig aangepast. De oorspronkelijke ridderzaal werd in twee vertrekken en een statige gang verdeeld. De sfeer van die tijd is nog terug te vinden op deze verdieping van het museum. Op de bel-etage is de pronkkeuken, de schilderijen- of trouwzaal en de porseleinzaal te vinden. Aan een zaal over de geschiedenis van Franeker wordt gewerkt. In de kelder en op de zolder van de Martenastins is nog het meest van de oorspronkelijke sfeer van het 15de eeuwse gebouw terug te vinden. Op de tweede en derde verdieping zijn de tentoonstellingen over de Franeker universiteit, Anna Maria van Schurman en de Mechanische meesterwerken. In de grote ridderzaal op de tweede verdieping zijn de tijdelijke tentoonstellingen.
De vaste collectie is gewijd aan o.a. de stadsgeschiedenis, de Franeker Academie en Anna Maria van Schurman.

Franeker planetarium
“Het oudste werkende planetarium ter wereld! Aan het plafond van de woonkamer van een prachtig grachtenhuis in Franeker bevindt zich het oudste nog werkende planetarium ter wereld. Dit nauwkeurig bewegend model van het zonnestelsel werd tussen 1774 en 1781 gebouwd door de Friese wolkammer Eise Eisinga.Tot op de dag van vandaag toont het Planetarium de actuele stand van de planeten. De planeten van het Planetarium bewegen namelijk in dezelfde tijd rond de zon als de echte planeten: Mercurius doet 88 dagen over een omloop, de aarde een jaar en Saturnus meer dan 29 jaar.Het uurwerk wordt in beweging gebracht door een indrukwekkend raderwerk van houten hoepels en schijven, met tienduizend handgesmede spijkers als tanden. Een slingerklok en negen gewichten drijven dit geheel aan.Maar het Eise Eisinga Planetarium is méér dan een planetarium. Het is tevens een museum dat een uitgebreide verzameling van historische astronomische instrumenten herbergt.
Eise Eisinga werd op 21 februari 1744 in Dronrijp geboren. Daar volgde hij ook de lagere school. Zoals zoveel kinderen in die tijd, moest hij thuis komen werken, in zijn geval in de wolkammerij van zijn vader. Naast het wolkammen nam hij van zijn vader de interesse voor zaken als sterrenkunde en wiskunde over. Op 24-jarige leeftijd trouwde Eisinga met Pietje Jacobs, waarna hij zich in 1768 als wolkammer te Franeker vestigde. Zijn grote kennis van de wis- en sterrenkunde kwam goed van pas toen in mei 1774 onrust uitbrak naar aanleiding van de voorspelling van Eelco Alta over het einde der tijden. Hij had alle kennis in huis om in zijn woonkamer een model van het zonnestelsel te bouwen. Hiermee wilde hij laten zien dat er geen reden was voor paniek. Tussen zijn allereerste idee en de uiteindelijke realisatie verstreken slechts zeven jaar.

Franeker Stadhuis
“Het stadhuis van Franeker als oudheidkamer In het eerste kwart van de 19 eeuw groeide het inzicht dat het Fries eigene aan het teloorgaan was. Het werd tijd om de resten van het Friese verleden te bewaren. Mede om die reden werd in 1827 het Fries Genootschap opgericht. Vijftig jaar later organiseert het de 'historische tentoonstelling van Friesland'. Ook Franeker bracht kostbaarheden in. Het succes van deze tentoonstelling leidde tot een verhoogde belangstelling voor de plaatselijke geschiedenis. Een kwart eeuw later wordt er op initiatief van burgemeester Jan Dirks een oudheidkamer ingericht in de hal van het raadhuis Door giften en legaten, o.a. van Jan Stapert uit Brussel, en door een actief verzamelbeleid groeit de collectie uit tot een omvang die het tentoonstellen in de hal van het stadhuis problematisch maakt. Een gelukkig voorval biedt de oplossing voor het ruimteprobleem. Op het stadhuis komt een verzoek binnen om de pui van Voorstraat 49 te mogen uitbreken. Dit vindt geen genade in de ogen van het gemeentebestuur, waarna de burgemeester besluit het pand aan te kopen.
Het stadhuis is gebouwd in de periode 1591 tot 1594. Het is een van de vroegste Friese raadhuizen in de Renaissance stijl. Boven tegen de topgevel op een draagsteen is het beeld van Vrouwe Justitia, godin der gerechtigheid, aangebracht. De aanbouw van het stadhuis dateert van 1760 en is binnen uitgevoerd in de rococostijl. De raadzaal is behangen met goudleerbehang. Het fraaie interieur is tevens te bewonderen

Gelderland MijnGelderland.nl: het verleden vertelt.
“MijnGelderland.nl: het verleden vertelt. De Dobbelman zeepfabriek, het mysterie van de man van Lent, plattelandsvrouwen, Jomanda, het ontstaan van Vitesse… Zomaar wat voorbeelden uit de omvangrijke verhalencollectie op MijnGelderland.nl.
MijnGelderland.nl is de plaats waar informatiebronnen en verhalen over ons rijke Gelderse erfgoed op een nieuwe, aantrekkelijke manier bijeengebracht zijn. Bezoekers kunnen er dwalen door een schat aan thematisch gerangschikte verhalen, die geïllustreerd zijn met foto- en filmmateriaal, boekentips en links. Wie dat wil, kan zijn eigen ervaringen en belevenissen met anderen delen door ze aan een verhaal toe te voegen. Wij willen graag dat al die verhalen, foto’s, filmfragmenten, boeken en verwijzingen in MijnGelderland.nl de bouwstenen worden waarmee Gelderlanders hun eigen geschiedenis vormgeven en levend houden!
MijnGelderland.nl is opgezet als een groeimodel. De komende jaren zullen vele regionale en lokale organisaties worden uitgenodigd om mee te gaan doen, zodat we nieuwe informatiebronnen en verhalen aan de website toe kunnen voegen. Het streven is dat inwoners van Gelderland straks alle culturele en historische informatie over hun omgeving op één plek kunnen vinden.
Mijn Gelderland is een gezamenlijk initiatief van Het Gelders Archief, De Gelderland Bibliotheek, de Stichting Gelders Erfgoed, Omroep Gelderland, HRmedia en Biblioservice Gelderland. De website is met ondersteuning van Provincie Gelderland tot stand gekomen

Geldrop 23 rijksmonumenten
“ Geldrop heeft 23 rijksmonumenten. Bij de VVV is een boekje verkrijgbaar waarin een fiets-wandelroute langs (een deel van) de monumenten is opgenomen
Geldrop Mierlo Monumenten (23) op een zeer mooie site overzichtelijk opgenomen. Daarnaast zijn de 28 gemeentelijke monumenten met een mooie foto opgenomen op. Rijksmonumenten zijn o.a. het Kasteel met tuinencomplex, de schansmuren en de kassen, de Brigadekerk en het St.Vincentiushuis, de voormalige Fabriekspanden aan de Molenstraat, de stationsoverkapping

Geldrop Monumenten omschreven
“ Geldrop Monumenten Achtergrondinformatie leuk omschreven

Gooi Gooische Stoomtrein (Archief)
“ We hebben met deze site geprobeerd een zo'n compleet mogelijk beeld te geven van een tramwegmaatschappij welke bestond van 1881 tot oktober 1947 en ook wel bekend stond als 'de Gooise moordenaar'. Hierbij hebben we gebruik gemaakt van verschillende bronnen die hieronder genoemd staan en ook bij de foto's wordt er naar verwezen. De meeste (oorspronkelijke) foto's zijn ouder dan 70 jaar.
We volgen de route van de stoomtram en de motortram aan de hand van de plaatsen waardoor en waarlangs de 'Gooische' reed en hebben zo goed mogelijk op recente plattegrondjes (routenet) proberen aan te geven waar de rails lag en de blauwe nummers verwijzen naar de foto's op elk van de pagina's. Wie van mening is dat hierbij fouten zijn gemaakt kan ons ook mailen. Klik hier voor een overzicht van het wagenpark.
Veel kijkplezier op deze virtuele reis door de geschiedenis van de Gooise Stoomtram en wie enkele bewegende beelden wil zien, kan terecht op de site van Beeld en Geluid

Groningen monumenten
“ De kaart toont slechts een selectie uit de 636 rijksmonumenten in Groningen. Groningen is met recht een monumentale stad te noemen. Groningen telt 636 van rijkswege beschermde monumentale panden (rijksmonumenten), 32 archeologische rijksmonumenten, 139 gemeentelijke monumenten, ruim 2500 beeldbepalende panden, 8 door het rijk beschermde stadsgezichten en 12 door de gemeente aangewezen gebieden met bijzondere waarde. Op 23 november 2004 is het aantal gemeentelijke monumenten gestegen naar 214. 75 panden en objecten uit de periode 1940 - 1970 (zg. na-oorlogse monumenten) zijn aangewezen als gemeentelijk monument.

Haarlem St Bavo Kerk
“ Haarlem St. Bavokerk alles wat u maar wilt weten staat op de site . De hervormde Grote of St.-Bavokerk werd voor het laatst gerestaureerd in 1980-1985. Het is een laat-gotische kruisbasiliek met slanke kruistoren (gerestaureerd 1964-1969). Middenbeuk en koor zijn gedekt door houten gewelven (16de eeuw). Veel van het meubilair dateert van voor de beeldenstorm: koorhek (1509-1517), koorbanken (1512), later beschilderd met familiewapens, koperen lezenaar met pelikaan (1499) door Jan Fierens uit Mechelen. De Bavo heeft een rijk versierd orgel van Christian Müller (1738;in 1961 gerestaureerd door de Deense orgelbouwers Marcussen), waarvan het front is uitgevoerd door Jan van Logteren; het marmeren reliëf daaronder door Jan-Baptist Xavery.

Haarlem Monumenten
“ Molens, kerken, musea in monumentale panden en een restgroep worden uitvoerig beschreven

Haarlem Station
“Haarlem heeft verschillende stationsgebouwen gehad. Om te beginnen een houten noodgebouw, dat dienst deed toen in 1839 de eerste treinen tussen Amsterdam en Haarlem reden. Al een paar jaar later waren er voldoende financiële middelen voor een echt stationsgebouw. F.W. Conrad ontwierp toen vier neo-classicistische gebouwen voor Amsterdam Willemspoort, Haarlem, Leiden en Den Haag. In 1867 werd het stationsgebouw van Haarlem ingrijpend verbouwddoor P.J. Mouthaan. Zo kwam er over de hele lengte een verdieping bovenop, en werd de ingang gewijzigd. Van de oorspronkelijke stijl (nep-Griekse tempel) was toen niets meer over. Vanaf 1905 werden het station en de perrongebouwen vervangen door de gebouwen die er nu nog steeds staan. Het ontwerp is van D.A.N. Margadant. Het is het enige station in Nederland dat in Art Nouveaustijl is gebouwd. De wachtkamers en de restauratie zijn op het eilandperron gevestigd. Behalve het eigenlijke stationsgebouw is er een tweede gebouw (links op de foto) dat als uitgangsgebouw fungeerde. Op het eilandperron staan vier gebouwen met diverse functies, waaronder wachtkamers voor de verschillende klassen en aparte wachtkamers voor dames - en zelfs een "wachtkamer voor krankzinnigen". De vele Art Nouveaudecoraties zijn eveneens ontworpen door Margadant. Het station is een beschermd monument. Helaas wordt het voorplein tegenwoordig ontsierd door gebouwen die er niet zouden moeten staan. Margadant heeft ook het stationsgebouw van Lisse ontworpen

Haarlem Teylers Museum
“Het museum is genoemd naar Pieter Teyler van der Hulst (1702-1778), een vermogende Haarlemse laken- en zijdefabrikant. Als vertegenwoordiger van de Verlichting had hij grote belangstelling voor kunst en wetenschap. Op beide terreinen legde hij verzamelingen aan vanuit de gedachte dat kennis de mensheid kon verrijken. In zijn testament bepaalde hij dan ook dat zijn vermogen moest worden ondergebracht in een stichting, die onder meer de bevordering van kunst en wetenschap tot doel had. De uitvoerders van Teylers testament besloten een speciale ruimte te bouwen waarin voorwerpen van kunst en wetenschap verenigd zouden worden. In eerste instantie waren die voorwerpen niet bedoeld voor expositie. De boeken dienden voor studie, de natuurkundige instrumenten werden gebruikt voor demonstraties, terwijl over de tekeningen werd gediscussieerd tijdens kunstbeschouwingen. Fossielen en mineralen speelden een rol bij de openbare lessen. Maar al snel besloot men de collecties toch openbaar te maken. In 1779 kreeg Leendert Viervant (1752-1801) de opdracht tot het ontwerpen van een ‘boek- en konstzael’, achter Teylers woning in de Damstraat. Deze Ovale Zaal werd in 1784 opengesteld voor bezoekers. Teylers Museum is hiermee het oudste openbare museum in Nederland.

Haarlemmermeerpolder Cruquius
“Voormalig stoomgemaal "De Cruquius" uit 1849 is een industrieel monument van wereldformaat. Samen met de stoomgemalen "Leeghwater" en "Lijnden" pompte de Cruquius van 1849 tot 1852 het Haarlemmermeer leeg en hield het daarna de Haarlemmermeerpolder droog. In 1912 werd de Cruquius reservegemaal, om tenslotte op 10 juni 1933 met een ceremoniële laatste pompslag buiten bedrijf te worden gesteld. Daarna stond de tijd voor de Cruquius stil. Op het nippertje ontsnapte dit unieke stoomgemaal aan de sloop, toen op 22 oktober 1934 Stichting De Cruquius werd opgericht die het oude gemaal onder haar hoede nam, in een museum omtoverde, en uiteindelijk, dankzij de hulp en inzet van velen, weer tot leven wekte.

Hardinxveld-Giesendam 17e eeuwse boerderij
“De Koperen Knop bevindt zich aan de zuidgrens van het Groene Hart van Nederland. Het is een particulier museum, dat wordt gedragen door de gedrevenheid en inzet van enthousiaste vrijwilligers. Ruim honderd personen steken regelmatig hun vrije tijd en energie in dit museum. Het museum Het museum is gevestigd in een 17e eeuwse boerderij van het hallehuistype. Het bestaat uit een voormalige boerenhofstee met erf, tuin en enkele bijgebouwen. In het voorhuis is een authentieke deftige boerenwoning ingericht en in de vroegere stal vindt u een moderne expositieruimte. Het erf De bijgebouwen op het erf bestaan uit een hoepelmakerij, zoals er aan de zuidkant van de Alblasserwaard vele honderden zijn geweest, een dorpssmederij en een wagenschuur met oude wagens en karren.De museumtuin neemt de bezoeker mee naar de natuurlijke historie van de Alblasserwaard en bestaat uit een snij- en een hakgriend, twee verschillende stukjes weiland, een stiltegebiedje, enkele moerasjes en een hoogstamboomgaard met oude fruitrassen

Heeswijk Dinther Kasteel Heeswijk
“ Kasteel Heeswijk, dat haar naam al in de 12e eeuw kreeg, is in de loop van de eeuwen door veelvuldige verbouwingen en aanpassingen geworden tot het monumentale bouwwerk dat u nu - temidden van haar natuurlijke omgeving - kunt bezichtigen. Kasteel Heeswijk, een voormalige waterburcht, is een kasteel in de ware zin van het woord, met torens, galerijen en een binnenplaats, met gewelven en een wapenkamer, met een koetshuis, kasseien en een kasteeltuin. Alles omgeven door een brede slotgracht, temidden van weelderige landerijen en bossen. Na diverse restauraties in het recente verleden is Kasteel Heeswijk inmiddels ook voorzien van alle hedendaagse gemakken. Noem het een inspirerend monument waar cultuur, historie en culinaire genoegens elkaar versterken.
Er is alle reden om het kasteel en haar natuurlijke omgeving al dan niet individueel te ontdekken. U maakt kennis met de kleurrijke kasteelhistorie tijdens een van de rondleidingen. U neemt met uw klas of school deel aan een van de educatieve programma’s. U bezoekt het Kasteelmuseum. Of u volgt het spoor van Ridder Robbert in de gelijknamige wandelroute. Met grote regelmaat worden er binnen maar ook buiten de kasteelmuren culturele activiteiten ontplooid. Kasteelconcerten, theatervoorstellingen, exposities en historische lezingen wisselen elkaar het gehele jaar met grote regelmaat af. De bosrijke omgeving van het kasteel nodigt uit tot het maken van al dan niet uitgezette wandel- en fietstochten. U kunt er kanovaren op het riviertje de Aa

Hilversum Grand Hotel
“Hilversum Grand Hotel Hilversum van Duiker

Hilversum Zonnestraal
en Hilversum Sanatorium Zonnestraal van Duiker

Hilversum Raadhuis
“ Ontwerp, bouw en inrichting Raadhuis 1915-1931 De tekeningen en foto's die hier te zien zijn, zijn afkomstig uit de archieven en collecties van het Streekarchief Gooi en Vechtstreek. Deze en vele honderden andere tekeningen en foto's zijn door het streekarchief in oktober 2004 gepubliceerd op de cd-rom Dudok: Werken in Hilversum, samengesteld door A. den Dikken en M. Cramer Klik op de link aan de rechterkant van dit scherm om de cd-rom te bestellen. Tijdens zijn sollicitatiegesprek hoorde Dudok dat de bouw van een nieuw raadhuis gewenst was. Hij ging direct aan de slag. Een maand na zijn aanstelling was een eerste ontwerp gereed. Het zou tot 31 juli 1931 duren voor het raadhuis officieel in gebruik kon worden genomen.
Eerste plannen voor raadhuis op de Kerkbrink en ’s-Gravelandseweg Op 1 september 1915 kreeg Dudok officieel de opdracht voor het maken van een ontwerp. Bijna vanzelfsprekend werd de Kerkbrink, waar het toenmalige raadhuis stond, als locatie gekozen. Door de ongunstige tijd (midden in de eerste wereldoorlog) bleven de plannen schetsmatig. Ook over de locatie ontstond discussie. In maart 1918 diende Dudok naast Plan A, dat op de Kerkbrink was gelegen, ook een Plan B in, voor de 's-Gravelandseweg.
Meubilair voor het raadhuis Dudok heeft ook de volledige inrichting van het raadhuis ontworpen: van deurkruk tot vloerkleed en van behang tot meubilair. De trouwkamers, raadzaal, burgerzaal en kamers van burgemeester en wethouders zag hij als meest representatief Bouw van het raadhuis In 1927 werd gestart met de bouw van het raadhuis - in eigen beheer door de dienst Publieke Werken. Waar mogelijk werden Hilversumse bedrijven bij de bouw betrokken. De bouwkosten bedroegen 1.263.000 gulden, slechts twee ton meer dan in 1927 was begroot

Hoorn Gevels en trapgevels gevels en Gevels 3 en trapgevels
“ Hoorn in gebouwen, gevels en trapgevels

Hoorn Museum Gebouw
“ Het Westfries Museum is gehuisvest in een van de opmerkelijkste gebouwen van Hoorn. Achter een 17de eeuwse pronkgevel vol leeuwen en stadswapens gaat een complex schuil met statige zalen, intieme kamers, hoge zolders en geheimzinnige kelders. Aan het Rode Steen, het oude bestuurs- en handelscentrum van Hoorn, ontstond uit de huizen van proost en leenman een gebouw dat diende als vergaderplaats voor de Staten van West-Friesland en het Noorderkwartier. Later kwam het in gebruik als gerechtsgebouw en sinds 1880 als museum. Nu kunt u er schilderijen, zilver, porselein en vele andere schatten uit het verleden bewonderen op het gebied van bijvoorbeeld kunst, scheepvaart en archeologie

Kampen Gotisch Huis en Rosmolen
“ Kampen Gotisch Huis Gotisch Huis ( Stedelijk museum Aan de Oudestraat op nummer 158 staat het Gotisch huis. Het is gebouwd omstreeks 1500. Er is helaas niets bekend van de functie in die periode. Tot begin 20e eeuw was er een winkel in grutterswaren en koloniale waren gevestigd. In die periode is het in eigendom geworden van de Gemeente en is het pand gerestaureerd. De stallen zijn inmiddels verdwenen. Maar de oude Rosmolen staat nog achter het huis. De Rosmolen is tijdens de openingsuren van het museum te bezichtigen.In het Gotisch Huis is het Stedelijk Museum gevestigd. Het museum herbergt naast een collectie kunst, die wisselend wordt geexposeerd, ook een tentoonstelling over de kamper geschiedenis. Muntstempels, Gildezilver, wapens, vlaggen en allerlei andere attributen die te maken hebben met de historie van Kampen kunt u hier in het museum terug vinden

Kampen Monumenten
“ De monumenten van Kampen:

Kampen Monumenten
“Kampen Monumenten Van ontzettend veel mooie monumenten een beschrijving. Zo zijn er :Bethlehemsvergade, Hoogstamboomgaard, Broederkerk, Broederpoort, Buitenkerk, Cellebroederspoort, Doopsgezinde Kerk, Keizerskwartiertje, Het kleinste huisje, Koornmarktspoort, Latijnseschool, Linnenweverspoortje, Lutherse Kerk, De Nieuwe Toren, Olde Vleyshuis, dÓlde Vleyshuis, dÓlde Zwarver, Oude Raadhuis en Schepenzaal, Oude Stadhuis, Pakhuisje, Paterskerk, Pesthuis, Stadsboerderij, Synagoge en het Walkate Archief

Leeuwarden monumenten
“ monumentenpagina van Leeuwarden

Leiden Naturalis Het Pesthuis
“Leiden Naturalis, Pesthuis
Pesthuis
Het nieuwe museum is door middel van een tachtig meter lange loopbrug verbonden met het oude Leidse Pesthuis, daterend uit 1657-1661. Het gebouw is ontworpen door stadstimmerman Huybert Corneliszoon van Duyvenvlucht en gebouwd als verpleeghuis voor de pestlijders, maar heeft nooit als zodanig dienst gedaan. Bij de oplevering was de pest grotendeels verdwenen. Het gebouw is nadien gebruikt als militair hospitaal, gevangenis en als rijksasiel voor psychopaten. Na 1945 werd het Legermuseum. In de jaren tachtig is het Pesthuis gerestaureerd door Bob van Beek. Fons Verheijen tekende voor de verbouwing tot ontvangstruimte van Naturalis, met een interieurontwerp van Gunnar Daan.

Leiden Monumenten in Leiden
“Leiden telt ruim 1250 rijksmonumenten

Limburg Mijnschachten
“Limburg Mijnschachten site

Maastricht Bouwwerken
“ bouwwerken Door de jaren heen zijn in Maastricht veel mooie panden gebouwd. Niet voor niets is Maastricht een van de mooiste monumentensteden van Nederland. Via deze pagina's kunt u een aantal van deze monumenten zien.
OL Vrouwebasiliek
St Servaas
Romaanse kerken; Gotische kerken en Andere kerken
Stadsmuren
Helpoort
Vestingbouw en militaire gebouwen
Hoge Fronten
Andere gebouwen

Maastricht Kerken van Maastricht
“Maastricht Kerken Monumentenstad ga naar de stad: en dan naar
maastricht de M dus ga vervolgens naar de stad: en dan naar
kerken Basiliek van St. Servaas. Wie de eerste de beste Maastrichtenaar naar de kerk van Sint Salvator en Sint Petrus vraagt, zal, in het gelukkigste geval, naar Daalhof en Sint Pieter verwezen worden. Wie hem dan, ter verduidelijking, vertelt dat hij er, aan het Vrijthof, iedere dag aan voorbijgaat en dat het om de Sint Servaaskerk gaat, zal met een meewarig gezicht van 'Geer zeet zeker neet good gewoorde' bekeken worden.
O.L. Vrouwebasiliek. 'De Slevrouwe' zeggen de Maastrichtenaren. En in dat ene woord - en de wijze waarop ze het uitspreken - liggen heel hun liefde en eerbied besloten voor de bijna duizendjarige kerk van Onze Lieve Vrouw. Er is, in Maastricht, geen kerk die zo lang en zo innig alle lief en leed met de Maastrichtenaren heeft gedeeld als deze, officieel aan Onze Lieve Vrouw ten Hemelopneming toegewijde, kerk.
Cellebroederskapel. De Cellebroeders hebben zich ook in Maastricht van meetafaan bezig gehouden met de taken waarvoor hun broederschap, in het begin van de 14de eeuw, in het leven was geroepen: het bezoeken en verplegen van zieken en het begraven van doden.
Ruïne kloosterkerk "Het Dal van Josaphat" (de Beyart). Bezijden wat destijds de Tweebergenstraat was en thans de Brusselsestraat stond in de tweede helft van de 15de eeuw een herberg, die tevens logement was en die de Beyart heette. Van welk woord de spelling in de loop der tijd voortdurend variëert: Beyard, Beyaard, Beyaart, Beyaert, Beyerd, Beyert.
Dominikanerkerk. De Dominicanenkerk zou Nederlands eerste gotische kerk zijn. De kerk is, in elk geval, een der allereerste in het land en wellicht de eerste in Maastricht in de stijl der gotiek. Een zuiver vroeg-gotisch kerkgebouw, een lichtend exempel van de gotiek in de Maasstreek en een typisch voorbeeld tegelijk van een bedehuis van een bedelmonnikenorde, dus zonder een westtoren en een kruisbeuk.
St. Mathiaskerk. De Sint Matthiaskerk is, bij wijze van spreken, bij elkaar gevloekt. Niet zozeer door de werklieden als wel door de lakenwevers. De kerk werd namelijk voor een belangrijk deel bekostigd uit de boetekas van het destijds zo machtige gilde der lakenwevers die in het noordelijk stadskwartier hun weefgetouwen hanteerden.
St. Janskerk. In het hemelbestormende kerkencomplex aan het Vrijthof wedijveren de torens van de Sint Servaas en de Sint Jan al eeuwen om de hegemonie. In hoogte, echter, wint de toren van de Sint Jan het veruit met haar 70 meter sinds de top van de ruim 72 meter lange Sint Servaastoren van Cuypers, bij de brand in 1955, als een fakkel door het kerkdak viel.
Grauwzusterkapel. Vanaf het lommerrijke De Bosquetplein -in het hart van Maastrichts quartier latin -leidt een taps toelopend keienstraatje naar de entree van het Natuurhistorisch Museum. Aan de rechterkant geflankeerd door de nieuwe vleugel die verrees bij de renovatie in de jaren 1976 en 1977. Ter linkerzijde strekt zich een bescheiden bouwwerkje uit.
Eerste Minderbroederskerk. Sinds jaar en dag zijn de Minderbroederskerk en, later ook, het klooster aan de Sint Pieterstraat ingericht als Rijksarchief voor Limburg. Waar ze, met hun massieve gevels, een van Maastrichts meest rustieke hoeken accentueren en rust en statigheid uitstralen.
Nieuwenhof. In het begin van de 13de eeuw stond op het grondgebied van Sint Pieter, even buiten Maastrichts eerste omwalling waar zich nu het Mgr. Nolenspark bevindt, de Begijnhof van Sint Catharina. Telkens, echter, als de Maas buiten haar oevers trad, stond ook de begijnhof in het water. Daarom - maar ook omdat het kloostertje te klein werd - zochten de begijnen al snel een confortabeler onderkomen.
St. Andrieskerk. Dag in dag uit haasten de Maastrichtenaren er zich in toenemende verkeersstromen aan voorbij. Maar vrijwel niemand realiseert zich dat daar waar de Maagdendries verloopt in Achter de Barakken achter een lange muur, wat huizen en schoolgebouwen een kerk schuil gaat. Of althans wat resteert van een vijf eeuwen oude kapel die eens deel uitmaakte van het Sint Andriesklooster.
Augustijnenkerk. Toen Sint Maternus in de vierde eeuw, als bisschop van Trier en Keulen, in deze streken het geloof verkondigde, bouwde hij een kapel ter ere van Maria waar, vandaag de dag, de Mariastraat uitkomt op de Kesselskade. In deze kapel - Maria ten Oever geheten - zouden met name de schippers Maria hebben vereerd en zo zou, in Maastricht, de eeuwenoude devotie tot de Sterre der Zee zijn ontstaan. Een verhaal te mooi om waar te zijn en het is, helaas, te mooi.
Lutherse Kerk. In 1683 - en dit staat onomstotelijk vast - werd de eerste steen gelegd voor de Lutherse kerk aan de Hondstraat. Daarmee moet dit gebouw ook de eerste kerk zijn geweest die de protestanten - en met name dan de Lutheranen - zelf voor zich oprichtten in Maastricht.
Bonnefantenkerk en -klooster. Toen de eerste kanonikessen van het Heilig Graf ofwel, eenvoudiger gezegd, de Sepulchrijnen zich, op 27 juli 1627, in het weliswaar nog niet voltooide klooster vestigden, brachten zij tegelijkertijd de benaming 'Dames des bons enfants' mee naar Maastricht
Jezuïtenkerk. Met de bouw van wat twee eeuwen schouwburg is geweest, beleefde Maastricht helemaal in het begin van de 17de eeuw een viervoudige primeur. Want met deze bouw werd de eerste Zuidnederlandse barokkerk verwezenlijkt, tevens het eerste werkstuk van de beroemde Brugse bouwmeester Petrus Huyssens, de eerste kerk van de Jezuïeten in Maastricht en de eerste kerk ook na een eeuw van stilstand in kerkelijke bouwbedrijvigheid als gevolg van de godsdienstoorlogen in de 16de eeuw.
Tweede Minderbroederskerk. Met de bouw van wat twee eeuwen schouwburg is geweest, beleefde Maastricht helemaal in het begin van de 17de eeuw een viervoudige primeur. Want met deze bouw werd de eerste Zuidnederlandse barokkerk verwezenlijkt, tevens het eerste werkstuk van de beroemde Brugse bouwmeester Petrus Huyssens, de eerste kerk van de Jezuïeten in Maastricht en de eerste kerk ook na een eeuw van stilstand in kerkelijke bouwbedrijvigheid als gevolg van de godsdienstoorlogen in de 16de eeuw.
Waalse kerk. Dr. Charles Thewissen was, in woord en geschrift, een verteller par excelence over zijn stad en haar historie. En hij wist in zijn verhalen altijd wel weer een 'meidske' of freuleke dan wel mademoiselke ten tonele te voeren. Zo verhaalt hij in zijn als een roman geschreven geschiedenisboek over Maastricht - in 1968 verschenen - van een jong Maastrichts meisje dat gefigureerd zou hebben als Godin van de Rede in de Waalse kerk aan de Sint Pieterstraat.
Synagoge. Het waren, bijna vijfentwintig jaar na de Tweede Wereldoorlog, ontroerende momenten voor de Nederlands Israëlitische Gemeente van Maastricht. Toen, op 24 september 1967, de hoofdsynagoge aan de Capucijnengang opnieuw werd gewijd. Dat was na een driejarig herstel, in 1964 begonnen en mogelijk gemaakt door de financiële bijdragen van rijk, gemeente en provincie alsmede van enkele Joods- Amerikaanse fondsen.
St. Martinuskerk. Wat de Sint Servaas en de Slevrouwe al eeuwen waren voor Maastricht, dat werd ook, zij het veel later, de Sint Martinuskerk te Wyck. Niet, echter, alleen een geestelijk tehuis voor de eigen parochianen maar ook een geestelijke kracht. centrale waarvan de uitstraling veel verder ging reiken dan de eigen parochiegrenzen.
Kruisherenkerk. Er is in Maastricht geen kloostercomplex dat de eeuwen - en nog meer belegeringen - zo compleet en, ogenschijnlijk, zo ongeschonden heeft weten te trotseren als dat van de Kruisheren. Vooral vanuit de lucht bekeken openbaart zich welk een zeldzaam gaaf sieraad daar aan de Kommei - als een kleine abdij - voor Maastricht bewaard is gebleven.
Capucijnenkapel. In Maastricht werd, in 1609, het eerste klooster van de Capucijnen gesticht op wat tegenwoordig Nederlands grondgebied is. Waartoe de stad aan de Bogaardenstraat, in 1610 en 1611, kosteloos een terrein met enkele huizen ter beschikking stelde. Er kwam een klooster met plaats voor 28 paters.
Calvariënberg. In Maastricht werd, in 1609, het eerste klooster van de Capucijnen gesticht op wat tegenwoordig Nederlands grondgebied is. Waartoe de stad aan de Bogaardenstraat, in 1610 en 1611, kosteloos een terrein met enkele huizen ter beschikking stelde. Er kwam een klooster met plaats voor 28 paters

Maastricht Monumenten
“ fotoboek Via deze pagina kunt u foto’s van Maastricht bekijken. Het zijn foto’s van monumenten, kerken maar ook van parken en pleinen. Het fotoboek is nog niet compleet en wordt geleidelijk aangevuld. Het kaartje start met "gebouwen en monumenten". Als u de legenda in de linker bovenhoek aanklikt kunt u een keuze maken uit andere categorieën.

Maastricht Monumentenstad
“Maastricht Monumentenstad ga naar geschiedenis Algemeen,

Maastricht monumenten
“Maastricht Monumentenstad ga naar geschiedenis Algemeen, ga vervolgens naar de stad: en dan naar
monumenten De Bisschopsmolen. De verdwenen Hertogsmolen en de nog bestaande Bisschopsmolen ontlenen hun naam aan de hertog van Brabant en de bisschop van Luik, die beiden Heer van Maastricht waren. Zij oefenden het bestuur uit en hadden er rechten en plichten. De twee herigheid ontstond in de Middeleeuwen en duurde tot de Franse Tijd.
Bovenste Neustadtmolen/Hofkensmolen. Bij akte van 17 november 1838 verkocht Hendrik Arnold Verduchêne een watermolen aan de Sint Pieterstraat, genaamd de Hofkensmolen, aan Anna Maria Hubertina Olmans, een ongehuwde zuster van molenaar Gerard Olmans, hiervoor genoemd.
De molen van Dolk. De 'molen van Dolk' was een groot stenen fabrieksgebouw van vijf verdiepingen dat in de vorm van een hoefijzer over de Jeker was gebouwd met vleugels langs de noordelijke en de middentak. Het strekte zich uit van de Bonnefantenbleekstraat, thans Bonnefantenstraat, tot aan de Heksenstraat, waarin het later werd gesitueerd.
De heksenhoek. De molen werd tegen de oude stadsomwalling gebouwd, daar waar de Jeker zich in twee takken spitst bij de sluizen van De Reek. Volgens de verhalen zou het gebouw, in mergel baksteen en hardsteen, ooit bekend hebben gestaan als de molen van Hex, waarmee de naam van deze buurt meteen is verklaard. Het was een van de vier zogenaamde Weyermolens, die hier ooit hebben gelegen.
De Hertogsmolen. De verdwenen Hertogsmolen en de nog bestaande Bisschopsmolen ontlenen hun naam aan de hertog van Brabant en de bisschop van Luik, die beiden Heer van Maastricht waren. Zij oefenden het bestuur uit en hadden er rechten en plichten. De twee herigheid ontstond in de Middeleeuwen en duurde tot de Franse Tijd.
De Leeuwenmolen. In de 19e eeuw stroomde de zuidelijke tak van de Jeker vanaf de Reek aan de buitenzijde langs de vesting over het grondgebied van de vroegere gemeente Sint Pieter om met een bocht voorbij de voormalige Sint Pieterspoort in de stad Maastricht te stromen
De Molen Van Lombok. Even ten zuiden van Maastricht in de buurtschap Biesland van de vroegere gemeente Oud-Vroenhoven is vanaf de Cannerweg in de richting van de Jekermolenweg een groepje dichtbij elkaar gelegen witte gebouwen te zien. Hier lagen drie watermolens op de Jeker; twee op de linkeroever en één op de rechteroever.
Maasmolen op de Maas. Even ten zuiden van de huidige Wilhelminabrug, ongeveer ter hoogte van de Maria- en de Hoenderstraat, lag in de Maas bij de linkeroever een smal en lang eilandje. De stroming van de Maas was daar zodanig dat het een ideale plaats was voor het leggen van schipmolens.
Watermolen van Nekum. De watermolen van Nekum, op gebied van de voormalige gemeente Oud-Vroenhoven op de linkeroever van de Jeker, was in de Franse Tijd eigendom van Joannes Ubaghs. Hij woonde in de buurtschap Wolder van Oud-Vroenhoven en verpachtte de molen aan zijn schoonzoon Jacob Theunissen, die met diens dochter Agnes was getrouwd
Onderste Neustadtmolen/Molen aan de Molenhoek. Evenals de bovenste molen, die als graanmolen werd gebruikt, was de Onderste Neustadmolen in de 16e en 17e eeuw eigendom van het looiersambacht.
De molen aan de Vijf Koppen. De molen aan "de Vijf Koppen", later aan de Begijnenstraat genoemd, was de laagst gelegen molen op de zuidelijke Jekertak. De molen werd in het begin van de 16e eeuw in opdracht van de stad Maastricht gebouwd en in 1533 voor het eerst in pacht uitgegeven.
Watermolen de Ancker/Papiermolen. Een van de bijzonderste hoekjes van Maastricht is de omgeving van de Helpoort, de oudste stadspoort van Nederland. Een rijzig bouwwerk met twee torens opgetrokken uit kolenzandsteen, een steensoort die ook werd gebruikt voor de aanleg van de eerste stadswal in 1229.

Maastricht Stadswandeling
“ wandelingen vanaf het net door Maastricht

Middelburg Monumenten
“ Middelburg, Monumenten en dit geplaatst in de geschiedenis Het Stadshuis en de Markt, Abdijcomplex, Kloveniersdoelen, Van de Perrehuis, Hofplein

Middelburg Station
“Middelburg Station uit 1872 beschreven

Combineer een bezoek aan een monument met een stadswandeling: klik hier


Middelburg De Abdij
“DE ABDIJ Sinds 1972 is het Zeeuws Museum in de Abdij gehuisvest. Het museum ligt in het centrum van de prachtige hoofdstad van Zeeland, Middelburg. Naast het Zeeuws Museum zijn in de Abdij gehuisvest de Provincie Zeeland, een aantal kerken en de 86 meter hoge Lange Jan toren. Norbertijnen, ridders, prinsen van Oranje, geuzen, gouverneurs, beeldenstormers en bouwheren hebben een rol gespeeld in de ruim 850-jarige geschiedenis van de Abdij. Het totale complex is in de tweede wereldoorlog zwaar gebombardeerd en na de oorlog gerestaureerd en deels herbouwd. Omstreeks het jaar 1150 verschenen de eerste stenen op de plek van de Abdij. Een aarden wal werd 250 jaar daarvoor al opgetrokken toen de Vikingen Zeeland bedreigden. De 'Middel-burcht’ had een doorsnede van ruim 200 meter en lag op een verhoging langs de toenmalige rivier de Arne. Toen het gevaar van de Vikingen was geweken namen herders, boeren, handelaren en later de Norbertijnenbroeders intrek in de burcht. Nog steeds is op de plattegrond van Middelburg de ronde burchtvorm te herkennen.

Muiden Muiderslot
“Muiden Kasteel Muiderslot

Naarden Mausoleum
“Naarden Mausoleum Het Comeniusmuseum Het huidige Comenius Mausoleum, oorspronkelijk een laat-gotische kapel, is het laatste restant van een Middeleeuws klooster waar de "susteren van het Maria-Convent en de St. Franciscus" vanaf 1438 waren gehuisvest. Na de opheffing van het klooster in 1579 werd het complex - met uitzondering van de kapel/kloosterkerk en de consistorie - door de stad als weeshuis ingericht. In 1809, bij de vestiging van het garnizoen, verhuisden de wezen. De kazerne droeg tot het einde van de jaren 1980 de naam Weeshuiskazerne. De functie van de voormalige kloosterkapel in de periode 1579 - 1652 is onduidelijk gebleven. Van 1652 tot 1819 heeft de ruimte als "Waalse of Franse kerk" geestelijk onderdak geboden aan protestantse vluchtelingen uit Wallonië, Vlaanderen, Frankrijk (Hugenoten), Piëmont (Waldezen) en hun afstammelingen. Onder de lidmaten bevonden zich ook Schotse huursoldaten en hun familieleden. De Lutherse gemeente was medege-bruiker van 1791 tot 1820.

Nederland Kastelen in Nederland
“Nederland Kastelen Alle kastelen in heel Nederland vindt u via deze site

Nijmegen Monumenten register met zoekfunctie van Nijmegen
“In dit monumentenregister zijn alle rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten van Nijmegen opgenomen. Via verschillende zoekingangen kunt u de adressen, redengevende omschrijvingen en in enkele gevallen ook afbeeldingen van de bijna 700 beschermde monumenten raadplegen. De zoekingang ‘Straat zoeken’ laat naast monumenten ook beschermde stadsbeeldobjecten zien.
Rijksmonumenten
Gebouwen, parken en beelden waarvan hun schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde van internationaal belang zijn. De objecten zijn om die reden door de minister van Onderwijs, Cultuur & Wetenschap als beschermd rijksmonument aangemerkt. Nijmegen telt ruim 200 rijksmonumenten.
Gemeentelijk monumenten
Gebouwen, parken en beelden waarvan de historische betekenis van lokaal belang is. De objecten zijn door de gemeenteraad als beschermd gemeentelijk monument aangewezen. Nijmegen telt bijna 500 gemeentelijke monumenten.

Oldenzaal Palthehuis
“Museum het Palthehuis is het vroegere woonhuis van de familie Palthe. Sinds 1929 is het een museum, ondergebracht in twee gebouwen. Het hoofdgebouw dateert van omstreeks 1650 en laat binnen een beeld zien van een woonhuis, zoals dat er in de 18e eeuw uitzag. U treft er bijvoorbeeld een eetkamer in Lodewijk XVI - stijl. De sfeervolle keuken, compleet met alle toebehoren voor het bereiden van maaltijden, is eveneens zeer de moeite waard. In de voorkamer is de complete huisapotheek van dokter Landreben Michgorius en diens voorgangers te zien. In de 19e eeuw woonden en werkten deze medici in het huis tegenover het museum. Ook de instrumenten van de dokter zijn bewaard gebleven, een unieke verzameling.

Oudewater Heksenwaag
“ Monumentje Oudewater Twee musea en gratis stadswandeling in Oudewater Gedurende het toeristisch seizoen laten de de Heksenwaag en het Touwmuseum de Baanschuur bezoekers met het ‘Monumentje Oudewater’ voordelig kennismaken met het historische Oudewater. Voor een totaalprijs van slechts 4 euro krijgen bezoekers toegang tot beide musea en ontvangen zij bovendien gratis een bijzondere stadswandeling van de VVV.

Oudewater Heksenwaag
Oudewater Monumenten Heksen waag /, Touwmuseum Oudewater is het oudste stadje in het Groene Hart en werd internationaal vermaard om de sfeervolle, monumentale binnenstad. Vanuit de toren van de fraaie Michaëlskerk klinkt het welluidende carillon over straatjes en huizen. In 2001 kregen de ooievaars voor het eerst in jaren weer jongen in het nest op het oude stadhuis (dat vroeger figureerde in de kinder-tv-serie ‘Swiebertje’). Met carnaval verandert de stadsnaam in Uivergein (een uiver is een ooievaar). Uit Groot-Brittannië, Frankrijk, Amerika, maar ook vanuit Japan en Korea weten mensen Oudewater te vinden en laten zij zich wegen in de Heksenwaag. Als men geen heks blijkt te zijn, ontvangt men een ‘certificaet van weginghe’.
Oudewater is niet alleen om haar ooievaars en Heksenwaag bekend, maar ook om de lokale touwindustrie die steunde op de verbouw van hennep in de regio. Touwmuseum de Baanschuur is daarom een bezoek waard in het stadje waarvan de inwoners nog altijd ‘geelbuiken’ worden genoemd, omdat de hennep de voorschoten die de touwarbeiders droegen geel kleurde. In het kleine, sfeervolle museum wordt het verleden van henneptelende boer en baander met voorwerpen, video en ander materiaal tot leven gebracht. U kunt er zelf touw slaan!

Rotterdam De 10 belangrijkste architecten
“ De 10 grootste architecten van Rotterdam zijn betrokken bij de ontwikkeling van Rotterdam van provinciestad tot de stad met internationale uitstraling en de modernste architectuur van Nederland. Hieronder volgt een korte architectuur geschiedenis.
1850 – 1915 Vanaf 1850 maakt Rotterdam een grote ontwikkeling door. Door een stormachtige groei van de havens is Rotterdam rond 1900 het economisch hart van Nederland geworden. Hierdoor neemt de werkgelegenheid snel toe en ontstaat er een bevolkingsexplosie. Om al deze nieuwe inwoners te huisvesten ontstaat er een snelle ongecontroleerde wildgroei aan woningen die niet voldoen aan de woningwet.
1916 - 1940 In 1916 wordt met de komst van de Gemeentelijke woningdienst onderleiding van ir. Auguste Plate begonnen om nieuwe arbeiders een goede huisvesting te bieden. De Rotterdamse architect Michiel Brinkman ontwerpt voor de Gemeentelijke Woningdienst het Justus van Effencomplex. Samen met de architect Kromhout richt hij de architecten vereniging de Opbouw op waar veel vooruitstrevende Rotterdamse architecten lid van worden
Willem kromhout De Rotterdamse architect Willem Kromhout is een belangrijk figuur in de architecten wereld aan het begin van de 20e eeuw. Door zijn vernieuwende architectuur in Art Nouveau en zijn invloedrijke positie als docent aan de Rotterdamse Academie.
J.J.P.Oud In 1918 stelt Auguste Plate als directeur van de Gemeentelijke Woningdienst de jonge architect J.J.P. Oud aan. Oud, oprichter van de stroming De Stijl, ontwerpt diverse woonwijken voor de Dienst maar met De Kiefhoek in 1929 zet Oud zich internationaal op de kaart als vernieuwd architect
Brinkman & van der Vlugt Oud staat met de Kiefhoek aan de wieg van het internationale functionalisme, in Nederland het Nieuwe Bouwen genoemd. Deze stroming vindt vooral in Rotterdam veel gehoor. Eén van de europesche hoogte punten van het Nieuwe Bouwen is de internationaal geroemde Van Nellefabriek van het Rotterdamse architectenbureau Brinkman & van der Vlugt. Dit bureau van Jan Brinkman, zoon van Michiel Brinkman, en Leen van der Vlugt ontwerpt diverse vernieuwende gebouwen in de stijl van het Nieuwen Bouwen voornamelijk in Rotterdam
Willem van Tijen In 1929 richt August Plate samen met de architect Willem van Tijen de NV Volkswoningbouw Rotterdam op. Van Tijen is op het gebied van hoogbouw baanbrekend geweest in Nederland. Om het huisvestings probleem op te lossen ontwerpt hij 1934 De Bergpolderflat, één van de eerste woonflats in Nederland en de eerste gallerijflat van Nederland.
1940 - 1975 Na het bombardement van 1940 wordt de opbouw van het centrum van Rotterdam voortvarend opgepakt. H.A. Maaskant De Rotterdamse architect Huig Aart Maaskant ontwerpt met het Groothandelsgebouw het symbool van de wederopbouw. Verder ontwerpt hij De Euromast nog zo’n icoon van het nieuwe Rotterdam
Van den Broek en Bakema Het nieuwe centrum van Rotterdam, De Lijnbaan, wordt ontworpen door het Rotterdamse architectenbureau Van den Broek en Bakema. Dit bureau, een voortzetting van het bureau Brinkman & van der Vlugt, groeit uit tot het grootste en bekendste architectenbureau van Nederland.
1976 – 1990 Eind jaren zeventig begin jaren tachtig is er een hoogbouw en kantoren stop in het centrum van Rotterdam. Er worden kleinschalige woonprojecten gestart om de kilte uit de stad te drijven zoals rond de Oude Haven en de kubuswoningen van Piet Blom. Ook is het de periode van stadsvernieuwingsprojecten van o.a. Mecanoo.
1990 - heden Eind jaren tachtig wordt de traditie van het moderne bouwen weer opgepakt in Rotterdam.
Wim Quist en Jan Hoogstad De Rotterdamse architecten Wim Quist, Jan Hoogstad en Carel Weeber ontwerpen diverse beeldbepalende gebouwen in het herlevend modernisme. Hoogbouw mag weer en binnen vijf jaar is het Weena van lege vlakte een grootstedelijke boulevard geworden met wolkenkrabbers zoals het Nationale Nederlanden gebouw, Weenacenter en de Weenatoren.
Rem Koolhaas De grote propagandist van het grootstedelijke wonen en werken is de Rotterdamse architect Rem Koolhaas die zich met de Office for Metropolitain Architecture (OMA) eind jaren zeventig in Rotterdam vestigd. Koolhaas heeft zich ontwikkeld tot de meest invloedrijke en internationaal gelauwerde hedendaagse Nederlandse architect. Met zijn ontwerp van De Kunsthal zet hij samen met Jo Coenen die het Nederlands Architectuur instituut ( NAi) ontwerpt, Rotterdam weer op de internationale hedendaagse architectuur kaart.
en tenslotte de nieuwste ster: Erick van Egeraat

Rotterdam De 10 belangrijkste monumenten
“ Van Nelle Fabriek, Woonwijk Kiefhoek, Groothandelsgebouw, Bergpolderflat, Het Witte Huis, Justus van Effenblok; Vm. Hoofdkantoor HAL; Het Stadhuis; Stadion Feyenoord en De Hef Allen zeer goed beschreven

Rotterdam De 10 oudte gebouwen
“ 1. 1499: De Grote of Sint Laurenskerk
1500 Pilgrim Fathers Church
1580 Voormalige stadshuis Delfshaven
1650 Voorhaven 34 en 36
1580 Albrechtskolk 4,6,8 en 10
1650 Voorhaven 34 en 36
1665 Het Schielandhuis
1672 VOC Zeemagazijn
1700 Rechter Rottekade 405-417
1715 Haringvliet 84-98

Rotterdam De Dubbelde Palmboom
“Museum De Dubbelde Palmboom is van oorsprong een pakhuis. De Rotterdamse koopman Abram van Rijckevoorsel Hubertszoon kocht in 1824 een stuk grond tussen de Voor- en Achterhaven en liet er een pakhuis op bouwen. VIA GRAAN, HOUT EN KOLEN NAAR CULTUUR In die tijd was Delfshaven een belangrijke producent van jenever. Van Rijckevoorsel had grootse plannen en een graanpakhuis tussen de vele branderijen leek hem een gouden vondst. In 1826 was graanpakhuis `Denemarken' af. Kennelijk voldeed het pakhuis niet geheel aan de verwachtingen van Van Rijckevoorsel; na verloop van tijd verhuurde hij een deel van het pakhuis en in 1856 werd het hele pakhuis verkocht.

Rotterdam Schielandshuis
“Het Schielandshuis is het enige bewaard gebleven gebouw uit de zeventiende eeuw in het Rotterdamse centrum. Het werd tussen 1662 en 1665 gebouwd in opdracht van het hoogheemraadschap Schieland. GESCHIEDENIS Het fraaie stadspaleis zou bijna anderhalve eeuw dienst doen als onderkomen van het polderbestuur. De architect was vermoedelijk Pieter Post, een autoriteit op het gebied van het Hollands classicisme. Post is onder meer verantwoordelijk voor het stadhuis van Maastricht, de waaggebouwen in Leiden en Gouda. Samen met Jacob van Campen ontwierp hij het Mauritshuis en Huis Ten Bosch Er zijn aanwijzingen dat Jacob Lois, blauwverver van beroep en gepassioneerd amateur-bouwkundige, als opsiender van de nieuwe timmeragie het concept van Post heeft uitgewerkt. Hoe het precies zit, zullen we nooit te weten komen: bij een uitslaande brand in 1864 zijn belangrijke documenten verloren gegaan. Ook de schilderijencollectie van verzamelaar Boymans, die sinds 1849 in Het Schielandshuis was ondergebracht, ging bijna geheel in vlammen op

Santpoort Voorhout Ruines
“Noord Holland Kastelen ruïnes Ruïne van Brederode te Santpoort, Ruïne van Teylingen te Voorhout

Scheemda Strokartonfabriek

“ Scheemda, Strokartonfabriek De Toekomst kort in historisch perspectief beschreven

Tilburg Textielfabriek
“Van textielfabriek naar museum In de gebouwen van het Textielmuseum waren een eeuw lang verschillende textielfabrieken gevestigd. In 1982 werden de inmiddels verlaten en verwaarloosde panden gerestaureerd met als doel het Textielmuseum hiernaar te verhuizen. Het complex werd tot Rijksmonument verklaard.De meest kenmerkende fabrieksgebouwen zijn neergezet door de Tilburgse wollenstoffenfabrikant en thuisweverszoon Christiaan Mommers (1836-1900). Het zijn een brede lage fabriek (1876-1878) met een houten sheddak, waarin de weverij was gevestigd en een hoge fabriek (1885) voor de spinnerij. Deze ‘shed’, het hart van het museum waarin textielmachines volop draaien, is industrieel-archeologisch gezien zeer uniek. Vrijwel alle nog bestaande sheddakconstructies in Nederland en daar buiten zijn namelijk van gietijzer. In Tilburg was toentertijd de metaalnijverheid (nog) niet tot ontwikkeling gekomen en hout diende als het gebruikelijke constructiemateriaal. De shedbouw had grote voordelen: vloerbelasting speelde geen rol en de schuin geplaatste ramen op het noorden zorgen voor een optimale lichtval. Dat was handig voor het weven.

Tilburg voormalige wolspinnerij Thomas de Beer
“Het gebouw van de voormalige wolspinnerij Thomas de Beer, restant van een veel groter fabriekscomplex, heeft door de solitaire ligging met gedraaid op een binnenterrein, iets mysterieus: een merkwaardige, dichte doos die aan de buitenkant niets van het interieur prijsgeeft. De spinnerij was nog in gebruik toen wij er voor het eerst kwamen in het begin van 1990. Het proces van verwerken van ruw wol tot garen heeft op zeer logische en eenvoudige wijze de plattegrond van het complex bepaald. Door dit proces is er een karakteristieke afwisseling van ruimten. Eerst grote wolhokken, dan een brede, hoge gang, een zone met kleine wolhokken en dan de grote hal met bovenlicht. De staat waarin de fabriek zich bevond, maakte het noodzakelijk een totale renovatie en verbouwing uit te voeren. Bouwtechnisch en bouwfysisch had het gebouw alle eigenschappen van een Hollandse fabriek: functioneel en technisch gezien op het randje, niet meer dan het hoogstnoodzakelijke. Daarom zijn het dak en de vloer van de grote hal geheel vernieuwd en zijn alle wanden gerestaureerd. Uitgangspunt bij de verbouwing is geweest het karakter van het gebouw zoveel mogelijk te behouden, enerzijds vanwege de bruikbaarheid van de ruimten, anderzijds om iets van het verleden te bewaren. Door drie simpele doorbraken is de routing geoptimaliseerd en is een zichtlijn vanaf de entree bewerkstelligd, die er voor zorgt dat de buitenafmetingen van het gebouw bij binnenkomst afleesbaar zijn.

Utrecht Monumenten en Forten Monumenten en Forten
“ Monumenten en Forten in Utrecht
Stadhuis
Het stadhuis van Utrecht staat op een plek met een lange geschiedenis. Tijdens archeologisch onderzoek werden eikenhouten palen aangetroffen die waarschijnlijk dateren uit het jaar 806. In die eeuwen zag het er op deze plek heel anders uit. De Oudegracht bestond nog niet, maar er was wel ander water: ter hoogte van de huidige Oudegracht en de Ganzenmarkt stroomde de rivier de Rijn. Dat water gaf handelaren de mogelijkheid om met hun schepen dichtbij de pakhuizen te komen. De toenmalige Utrechters legden beschoeiingen en dijkjes aan om overstromingen tegen te gaan. Bij het stadhuis zijn sporen daarvan teruggevonden. Toch kon het water niet altijd in bedwang worden gehouden: rond 1170 kwam een groot deel van de stad onder water te staan. In de twaalfde en dertiende eeuw werd daarom een deel van de stad opgehoogd. Dat gebeurde ook op de plek van het stadhuis. Kort daarna werd, waar nu de hoge pilaren van het hedendaagse stadhuis staan, het eerste tufstenen huis gebouwd. De fundamenten en kelders van dit huis 'Lichtenberg' zijn nog steeds aanwezig. Aanvankelijk lag de voorgevel aan de kant van de Ganzenmarkt. Na een grote brand in de dertiende eeuw werd het grotendeels verwoeste huis herbouwd. De voormalige westgevel werd tijdens die verbouwing tot voorgevel gemaakt en zo kwam Lichtenberg alsnog aan de Oudegracht te liggen, die inmiddels was ontstaan.
Sterrenwacht
De geschiedenis van de Utrechtse sterrenwacht begint niet op Sonnenborgh, maar op de Smeetoren, één van de grootste en oudste verdedigingswerken van Utrecht. Daar kwam in 1642 de eerste sterrenwacht van de universiteit. Maar halverwege de 19e eeuw was het gebouw in zo’n slechte staat dat het niet meer geschikt was om er sterrenkundig onderzoek te doen. Oprichting In 1851 kwam de natuurkundige Buys Ballot met het idee om bovenop het 16e-eeuwse bastion Sonnenborgh een sterrenwacht en een weerkundig instituut te bouwen. De universiteit stemde daarmee in en zo werd op 15 september 1853 de eerste steen van het gebouw gelegd door koning Willem III. De koning ondertekende op die dag een perkament waarop de gebeurtenis beschreven stond. Het perkament werd samen met een aantal munten en bronzen medailles in een loden doos opgeborgen en onder de pijlers van de meridiaankijker geplaatst. In 1997 is de loden doos teruggevonden en tegenwoordig kun je de doos, het perkament en de munten bekijken in de Meridiaanzaal van Sonnenborgh.
De Stelling
Tot de Stelling van Utrecht behoren 15 forten die in twee ringen ten noorden, oosten en zuiden van de stad liggen. Aan de Klop, De Gagel, Blauwkapel, De Bilt, Vossegat en de vier Lunetten werden omstreeks 1820 aangelegd. In de tweede helft van de 19e eeuw, toen het verbeterde geschut over deze forten heen de stad kon bereiken, werden de forten Ruigenhoek, Voordorp, Hoofddijk, Rhijnauwen, Vechten en ’t Hemeltje aangelegd. De ondernemers, eigenaars en huurders/gebruikers van 16 forten rondom Utrecht hebben zich verenigd in de Stichting Stelling van Utrecht. Doel is het uitwisselen van informatie en het gezamenlijk organiseren van publieksactiviteiten. Zo hopen de deelnemers de Stelling van Utrecht op de kaart te zetten en het bezoek aan de forten te versterken
De kerken
AugustinuskerkCatharinakathedraalDomkerkDoopsgezinde kerkGeertekerkGertrudiskathedraalJacobikerkJanskerkLutherse kerkNicolaïkerkPieterskerkWillibrordkerkMuseum Catharijneconvent
Poortgebouw
Het Poortgebouw is een prachtig uniek gebouwtje uit 1392. Het overwelft met gemetselde bogen de oorspronkelijke afscheidingsgracht rond het grote Kartuizerkloostercomplex Nieuwlicht. Aan de ene kant bevindt zich de wereld van auto’s, fietsers, bussen en parkeren. Aan de andere kant sluit het aan op de natuurtuinen van de Hof van Chartreuse in Utrecht. Het is architectonisch verbonden met 6 andere panden uit een diversiteit van stijlen vanaf de tweede helft van 1500 tot heden. In de 600 jaren van zijn bestaan is het diverse keren van functie gewijzigd en evenzovele keren gerestaureerd. Het is nog geheel conform de oorspronkelijke opzet, wat uniek is. De laatste restauratie dateert van 2008. Anke Colijn heeft daarbij veel aandacht besteed aan een passende, eclectische, aankleding van de vier monumentale ruimtes die het pand kent.
Houtzaagmolen
Houtzaagmolen De Ster vormt een historisch en levendig onderdeel van de Utrechtse wijk Lombok waar rondleidingen, educatieve en culturele activiteiten plaats hebben. De molen is ook te huur voor vergaderingen, bruiloften of een feestje! Een complete molen, die, bij voldoende wind, iedere zaterdag weer boomstammen zaagt zoals de oorspronkelijke molen uit 1721 dat bijna drie eeuwen lang deed.

Utrecht Museum Catharijneconvent
“Museum Catharijneconvent laat met eeuwenoude en hedendaagse kunst het heden en verleden van het christendom in Nederland zien. Unieke middeleeuwse meesterwerken, themazalen en de mysterieuze schatkamer vol goud en zilver. Het museum is gehuisvest in een middeleeuws gebouw in het centrum van Utrecht. In de 15e eeuw bouwden de karmelieten op de huidige locatie een klooster, genoemd naar de heilige Catharina van Alexandrië. Het klooster werd vervolgens door de johannieters ingericht als ziekenhuis en behield deze functie tot in de 19e eeuw. Na een renovatie opende koningin Juliana in 1979 Rijksmuseum Het Catharijneconvent. Inmiddels is het complex opnieuw gerestaureerd, in 1995 verzelfstandigd in Museum Catharijneconvent en zijn de themazalen compleet aangepast aan deze tijd

Utrecht de Werven
“ kilometers lange haven. De Utrechtse werven dateren uit de Middeleeuwen en hadden toen de functie van haven. Nu vormen ze een rijksmonument en zijn uniek in Europa. De gemeente Utrecht hecht dan ook veel waarde aan de werven. De werven zijn altijd het bruisend middelpunt van de stad geweest. De walmuren zoals wij ze nu kennen hebben voor een groot deel hun vorm gekregen in het midden van de 20e eeuw toen de gemeente eigenaar werd van de voordien veelal particuliere werven

Utrecht Domcomplex
“ Gebouwd als kathedraal voor de bisschop van Utrecht was de Dom de belangrijkste kerk in wat nu Nederland is. Het Domcomplex omvatte heel wat meer dan de kathedraal De bouw van de huidige kerk begon in 1254, zoals gebruikelijk, in het oosten met de kooromgang. De gotische stijl van de Dom is een navolging van de kathedralen van Chartres, Amiens en Keulen. Utrecht viel onder het aartsbisdom van Keulen en de navolging van de Dom aldaar lag dus voor de hand. Terwijl het koor nog niet eens klaar was, werd in 1321 begonnen aan de toren. Het is merkwaardig dat gekozen is voor één toren, terwijl de nagevolgde kathedralen er twee hadden. Aan de stenen spits, die er nog bovenop hoort, is men nooit meer toegekomen. Daardoor is hij nu 112 meter hoog. Het transept, dat volgens de oorspronkelijke plannen breder moest worden en torens had moeten krijgen, is nooit helemaal voltooid: er zijn geen echte gewelven aangebracht. Dat valt niet op, omdat er nu gewelven gesuggereerd worden in stucwerk. Ook het vanaf 1484 gebouwde schip had geen gewelven en dat leidde bij een storm in 1674 tot zijn instorting. De Domkerk bestaat nu dus uit het koor met omgang, het transept met in de grote vensters glas-in-lood van Roland Holst. Tegen de nood-wand, daar waar het schip aansloot, bevindt zich het orgel uit 1831.

Utrecht Rietveld Schröderhuis
“Utrecht staat internationaal bekend als de stad waar meubelmaker en architect Gerrit Thomas Rietveld (1888-1964) zijn hele leven woonde en werkte. Het Centraal Museum beheert de grootste Rietveldcollectie ter wereld, inclusief het Rietveld Schröderhuis, het Rietveld Schröderarchief en zijn modelwoning op Erasmuslaan 9. Een rondleiding in het Rietveld Schröderhuis en de modelwoning Erasmuslaan 9 begint bij het Centraal Museum. Op donderdag t/m zondag rijdt er een shuttlebus vanaf het Centraal Museum naar de beide beroemde Rietveldhuizen. Tijdens de rit bekijkt u een introductiefilm over het Rietveld Schröderhuis. Na de rondleiding wordt u met de shuttlebus terug naar het Centraal Museum gebracht. Nieuw is dat onderweg kort stil wordt gestaan bij de chauffeurswoning aan de Rembrandtkade, die in 1928 door Rietveld werd ontworpen.

Vlagtwedde Ter Apel Kruisherenklooster
“ Ter Apel, Vlagtwedde kruisherenklooster uit de 15e eeuw

Wassenaar, Koninklijke Paleizen
“ Den Haag, Wassenaar, Amsterdam Apeldoorn De Koninklijke Paleizen Erg veel, heel erg veel informatie over nu en vooral toen
Paleis Noordeinde Paleis Noordeinde in Den Haag is sinds 1984 het werkpaleis van de Koningin. Net als Paleis Huis ten Bosch en het Koninklijk Paleis in Amsterdam is Paleis Noordeinde door het Rijk bij wet aan de Koningin ter beschikking gesteld.
Paleis Huis ten Bosch Paleis Huis ten Bosch is sinds 1981 het woonpaleis van de Koningin. Het paleis ligt aan de noordoostelijke kant van Den Haag. Net als Paleis Noordeinde en het Koninklijk Paleis in Amsterdam is Paleis Huis ten Bosch door het Rijk bij wet aan de Koningin ter beschikking gesteld.
Koninklijk Paleis Amsterdam Het Koninklijk Paleis Amsterdam ligt in het centrum van deze stad. Het wordt meestal ook aangeduid als ‘Paleis op de Dam’. Net als Paleis Huis ten Bosch en Paleis Noordeinde in Den Haag is het Koninklijk Paleis in Amsterdam door het Rijk bij wet aan de Koningin ter beschikking gesteld.
Noordeinde 66 In het huis Noordeinde 66 in Den Haag is het bureau van Prins Willem-Alexander en Prinses Máxima gevestigd. Het pand ligt naast Paleis Noordeinde. Tot juli 2003 woonde het prinselijk paar in het pand. Ze wonen nu in Villa Eikenhorst op landgoed De Horsten in Wassenaar
Villa Eikenhorst Villa Eikenhorst op Landgoed de Horsten in Wassenaar is het woonhuis van de Prins van Oranje, Prinses Máxima, Prinses Catharina-Amalia en Prinses Alexia.
Huis Het Loo Huis Het Loo in Apeldoorn is de woning van Prinses Margriet en prof.mr. Pieter van Vollenhoven. Het huis staat op het terrein van Paleis Het Loo, dat een museum is

Wolvega station
“Wolvega, Station uit 1865 beschreven

Zaandam Beschermd Dorpsgezicht
“ Zaandam Beschermde stadsgezichten In Zaanstad liggen drie beschermde dorpsgezichten die zijn aangewezem door de rijksoverheid. Het betreft de beschermde dorpsgezichten: Gortershoek (Zaandijk), Haaldersbroek (Zaandam) en Kerkbuurt (Westzaan). Deze gezichten zijn resp. aangewezen in de jaren 1982, 1990 en 1991. Voor de drie gezichten zijn beschermende bestemmingsplannen gemaakt.

Combineer een bezoek aan een monument met een stadswandeling: klik hier


Zaandam Industrieel Erfgoed
“ Zaandam Industrieel erfgoed beschreven essencefabriek Polak en Schwarz, koekfabriek van Verkade, gortpellerij Van Gelder en De Jong, cacaofabriek van Boon, zeepziederij de Adelaar, Wormerveer, Zaanweg, Wormerveer, fabriekswand, Wormer

Zaandam Zaanseschans
Zaandam, Monumentenpark/ openluchtmuseum en

Zaandam Czaar peterhuisje
“ Zaandam, Czaar Peterhuisje erg mooi beschreven

Zaandam Amsterdam Stelling van Amsterdam
“ Noord-Holland Zaandam Amsterdam De Stelling van Amsterdam

Zutphen Monumenten
“ Zutphen Monumenten overzicht in Zutphen, verzameling, architectuur Historie

Zutphen hofjes
“Zutphen Hofjes, een digitale stadswandeling Agnietenhof, Ruyterhofje, Luthershofje, Sareptahofje, Oude-Bornhof en Wöhrmannshofje

Zutphen Kerken
“Zutphen Kerken Broerenkerk, Synagoge, Lutherse kerk, Walburgiskerk en Nieuwstadskerk, allen prachtig beschreven

Zutphen Monumentenoverzicht
“ Zutphen, Monumenten, allen keurig beschreven Assenhuis, Oude Gemeentehuis, Bolwerck, Ruiter Kortegaerd, Schelpenkoelep, Huize van de Kasteele, watertoren, Leeuwenhuisje en de Wijnhuistoren

Zutphen Stedenbouwkunde
“ Zutphen Stedenbouwkunde een artikel Zutphen is in de Romeinse tijd als Germaanse nederzetting ontstaan. Gelegen op een rivierduinencomplex tussen de IJssel en Berkelstroom. Op deze zelfde plaats is al meer dan 1700 jaar continue bewoning en behoort daarmee tot een van de oudste steden van Nederland. De naam Zutphen is ontstaan uit Zuid venne wat zoveel betekent als een rivierduinencomplex tussen drassige weidegrond. De nederzetting bleef in de vroege Middeleeuwen op het huidige 's-Gravenhof bestaan, dit in tegenstelling tot veel andere woonplaatsen in de Volksverhuizingentijd. Na de inlijving van de IJsselstreek bij het Frankische rijk rond het jaar 800 werd Zutphen een grafelijk bestuurlijk centrum.

Zutphen Straten
“ Zutphen, straten door de eeuwen heen Armenhage, Barlheze, Groenmarkt, en Raadhuissteeg, met veel mooie oude foto's ed.

Zutphen Vestingwerken
“ Zutphen, Vestingwerken Allen beschreven Berkelruïne, Kruittoren, Bourgonjetoren, Oskamstraatje, Drogenapstoren en Spanjaardspoort

Zwolle Monumenten in Zwolle
“ Monumenten in Zwolle

Zwolle Paleis van Justitie
“ Zwolle Gerechtsgebouw / Paleis van Justitie 1838 In 1838 viel het besluit, dat er een "Paleis van Justitie" moest komen op de plaats waar voorheen een Renovatum had gestaan aan de Blijmarkt. Op 7 mei 1840 werd de eerste steen gelegd door de Gouverneur. De architect was E.L. de Coninck, die op 17 oktober 1840 overleed. Op 9 december 1841 werd het nieuw gebouwde Paleis van Justitie, in Korinthische stijl opgetrokken, geopend. Het gebouw is vervaardigd door P. van Limburg uit Ameide. Opheffing Provinciaal Hof van Overijssel 1876 Het Provinciaal Hof van Overijssel werd in 1876 opgeheven. De vonnissen van de rechtbanken te Zwolle en Almelo werden vervolgens in hoger beroep onderworpen aan het Gerechtshof in Arnhem. Het Kantongerecht verhuisde in 1949 naar Blijmarkt 16 en daarna had de rechtbank het gebouw voor zichzelf. Gebouw 1907-1954 In 1907 werd een aangrenzend pand aangekocht voor de bouw vaneen brandvrij archief en in 1954 heeft het interieur ingrijpende verbouwingen ondergaan. Nieuw gerechtsgebouw 1963 De opdracht voor het ontwerpen van een nieuw Gerechtsgebouw in Zwolle dateert van 1963. In april 1977 is het Gerechtsgebouw aan de Luttenbergstraat in gebruik genomen. De architect van het Gerechtsgebouw was ir. J. Kruger met in samenwerking, de kunstenaar Theo van Amstel. Hoofdaannemer was Van Egteren Bouwnijverheid b.v. Enschede. Officiële opening 1977 De officiële opening van het Gerechtsgebouw vond pas plaats op maandag 19 september 1977


Home